Wet · BWBR0002074

Wet bescherming staatsgeheimen

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 April 1951, houdende nadere voorzieningen met betrekking tot de bescherming van gegevens, waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt geboden Wet bescherming staatsgeheimenWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nadere voorzieningen te treffen met betrekking tot de bescherming van gegevens, waarvan de geheimhouding door het belang van de staat wordt geboden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk5 April 1951. JULIANA. De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, W. DREES.De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.De Minister van Binnenlandse Zaken, J. H. VAN MAARSEVEEN.De Minister van Oorlog, C. STAF.De Minister van Marine, C. STAF.de tiende April 1951. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.

Elke plaats in gebruik bij de staat of bij een staatsbedrijf kan ter bescherming van gegevens, waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat wordt geboden, door Ons als verboden plaats worden aangewezen.

Onder de veiligheid van de Staat wordt in de voorgaande artikelen mede verstaan de veiligheid van diens bondgenoten.

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

Elk werk van openbaar verkeer en elk werk van openbaar nut kan ter bescherming van gegevens als bedoeld in artikel I bij koninklijk besluit of door bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen autoriteiten als verboden plaats worden aangewezen.

Bij elk besluit, waarbij een plaats als verboden plaats wordt aangewezen, wordt tevens bepaald op welke wijze zal worden aangegeven, dat de plaats een verboden plaats is.

Deze wet is mede van toepassing op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat de schriftelijke machtiging, bedoeld in artikel V, wordt verleend door de procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet bescherming staatsgeheimen".