Wet · BWBR0002075

Plantenziektenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 april 1951, houdende nieuwe bepalingen tot wering en bestrijding van organismen, schadelijk voor de landbouw PlantenziektenwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen vast te stellen tot wering en bestrijding van organismen, welke schadelijk zijn voor de Landbouw;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 5 April 1951 JULIANA. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT. de zesde Juli 1951. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister is bevoegd in gevallen waarin de schade, welke het gevolg is van het toepassen van krachtens artikel 3 gegeven voorschriften, onevenredig zwaar op een of meer personen zou drukken, uit ’s Rijks schatkist een tegemoetkoming te verlenen in de geleden schade.

Onze Minister kan, wanneer de toepassing van artikel 3 tot onbillijkheden aanleiding zou geven door of vanwege de inspecteur-generaal op ’s Rijks kosten bepaalde maatregelen tot wering en bestrijding van schadelijke organismen doen nemen.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven betreffende het invoeren of kweken van parasieten van schadelijke organismen.

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen.

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen instellingen die daartoe de bereidheid te kennen geven in een bij die maatregel te bepalen omvang en op een daarbij te bepalen wijze mede worden belast met de uitvoering van de krachtens artikel 3, eerste lid, gestelde regelen.

Op een instelling als bedoeld in artikel 9 is de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van toepassing.

De artikelen 5:13 en 5:15 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in artikel 10, tweede lid, bedoelde ambtenaren en personen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De Bloembollenziektenwet 1937 (S. no. 639 L) wordt ingetrokken met ingang van een bij koninklijk besluit nader te bepalen tijdstip.

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel van Plantenziektenwet.