Wet · BWBR0002170

Beroepswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 2 februari 1955, houdende nieuwe regeling van de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep BeroepswetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep opnieuw te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 2 Februari 1955 JULIANA. De Minister van Justitie, L. A. DONKER. De Staatssecretaris van Sociale Zaken, A. A. VAN RHIJN. De Minister van Binnenlandse Zaken, BEEL. De Minister van Oorlog en van Marine, C. STAF. De Minister van Maatschappelijk Werk, F. J. VAN THIEL. de achttiende Februari 1955. De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Er is een Centrale Raad van Beroep, gevestigd te Utrecht.

Het bepaalde bij en krachtens de afdelingen 1, 1A, 2 en 6 van hoofdstuk 2 van de Wet op de rechterlijke organisatie is, met uitzondering van de artikelen 2, 3, 9, 11, 20, tweede lid, 21, 21b, 21c en 23a, van overeenkomstige toepassing op de Centrale Raad van Beroep, met dien verstande dat:

De Centrale Raad van Beroep vormt en bezet op voorstel van de president grote kamers. Deze bestaan uit vijf leden, van wie een als voorzitter optreedt.

De leden met rechtspraak belast worden voor de overeenkomstige toepassing van artikel 54a van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren gelijkgesteld met een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° en 3°, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de werkwijze van de Centrale Raad van Beroep.

De rechtbanken en de presidenten geven inlichtingen wanneer die door de president van de Centrale Raad van Beroep voor de behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen