Op de voordracht van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Verkeer en Waterstaat van 26 augustus 1955, nummer U 7530, Directie voor Openbare Orde en Veiligheid, Bureau Algemene en Juridische Zaken en van 21 november 1955, No. 430631 I.V.B. Directoraat-Generaal van Scheepvaart;
Gelet op artikel 86 van de Grondwet;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en van Verkeer en Waterstaat zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Soestdijk25 november 1955JULIANA.De Minister van Binnenlandse Zaken,BEEL.De Minister van Verkeer en Waterstaat,J. ALGERA.de zesde december 1955.De Minister van Justitie,L. A. DONKER.Met ingang van 1 januari 1956 worden de zaken, geregeld bij de wet van 26 april 1884 (Stb. 81), houdende nadere bepalingen omtrent het vervoer, de in-, uit- en doorvoer, verkoop en opslag van buskruit en andere licht ontvlambare of ontplofbare stoffen, voor zoveel deze berusten bij het Hoofd van het Departement van Binnenlandse Zaken, overgedragen aan het Hoofd van het Departement van Verkeer en Waterstaat.