Wet · BWBR0002244

Destructiewet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 21 februari 1957, tot regeling van het door verwerking tot nuttige produkten onschadelijk maken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst DestructiewetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter voorkoming van gevaar, schade of hinder voor de openbare gezondheid regelen vast te stellen omtrent het door verwerking tot nuttige producten onschadelijkmaken van ondeugdelijk materiaal van dierlijke herkomst;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 21 februari 1957 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, J. G. SUURHOFF. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT. de tweeëntwintigste maart 1957. De Minister van Justitie, SAMKALDEN.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

Voor keuringen of controles die voortvloeien uit de in de artikelen 4a, vierde en vijfde lid, en 4b bedoelde regelen brengt Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid deze keuringen of controles worden uitgevoerd, een vergoeding van kosten in rekening overeenkomstig een door hem vastgesteld tarief.

Onze Minister oefent de hem in de artikelen 2, tweede en zevende lid, 3, derde lid, 7, 9, derde lid, 12, derde lid, 21, vierde lid, en 23, verleende taken en bevoegdheden uit in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Hoofdstuk 19 en artikel 21.1 van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen krachtens de artikelen 5, 5a en 6.

Indien destructiemateriaal zodanig is verpakt in of - in strijd met het bepaalde in artikel 4, derde lid - is vermengd met ander materiaal dat dat destructiemateriaal niet zonder aanmerkelijke extra kosten is te verwerken, kan de ondernemer deze extra kosten verhalen op degene van wie dat destructiemateriaal afkomstig is. In de eerste volzin bedoelde extra kosten kunnen slechts worden verhaald voor zover dat in overeenstemming is met door Onze Minister te stellen nadere regelen.

Hoofden en bestuurders van verwerkingsbedrijven van hoog- of gespecificeerd hoog-risicomateriaal, verwerkingsbedrijven van laag-risico-materiaal of bedrijven waarin laag-risico-materiaal wordt opgeslagen of wordt voorbewerkt, nemen alle maatregelen die nodig zijn om te verzekeren dat de ter zake van hun categorie van bedrijven bij of krachtens deze wet gestelde regels worden nageleefd.

De eigenaar van destructiemateriaal heeft, volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen, aanspraak op een door de ondernemer te betalen vergoeding voor de huiden van eenhoevige en herkauwende dieren, behoudens in bij die algemene maatregel van bestuur aangegeven uitzonderingsgevallen.

Vervallen

De aan de gemeenteraad ingevolge de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet (Stb. 1992,96) toekomende bevoegdheid wordt ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, slechts beperkt door hetgeen bij of krachtens deze wet uitdrukkelijk is geregeld.

Vervallen

Vervallen

Beroep staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Van elke krachtens artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht onderzochte zaak, wordt aan de belanghebbende op diens verzoek een vergoeding gegeven ter grootte van het bedrag waarmee haar verkoopwaarde ten gevolge van het onderzoek is verminderd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt vastgesteld en uitgekeerd.

De in artikel 24 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, voor zover deze bevoegdheid strekt tot het zich begeven naar en het betreden van in de woning aanwezige bedrijfsruimten.

Vervallen

Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Dit artikel bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Vervallen

Het Destructiebesluit 1942 vervalt.

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Destructiewet".

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip. Wij behouden Ons voor een ander tijdstip vast te stellen, waarop artikel 23 in werking treedt, in welk geval artikel 11 van het Destructiebesluit 1942 op dat tijdstip vervalt.