Wet · BWBR0002269

Pachtwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 23 januari 1958, houdende nieuwe regeling van de pacht PachtwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de pacht opnieuw bij de wet te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 23 januari 1958 JULIANA. De Minister van Justitie, SAMKALDEN. De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, A. VONDELING. De Minister van Financiën, HOFSTRA. de vierde februari 1958. De Minister van Justitie, SAMKALDEN.

Vervallen

Vermindering of vermeerdering van de pachtprijs kan gevorderd worden, indien de grootte van het verpachte afwijkt van de grootte, die in de overeenkomst is uitgedrukt. De vordering vervalt door verloop van een jaar na het ingaan van de pachtovereenkomst.

Op grond van artikel 258 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kan geen wijziging van de tegenprestatie dan wel van de vergoeding worden gevorderd.

De verpachter is gehouden het verpachte in goede staat van onderhoud ter beschikking te stellen.

Op de omvang van het gepachte dat langs een water ligt, zijn de artikelen 29 en 34 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, tenzij de verpachter aan een vastlegging van de grens overeenkomstig de artikelen 30-32 van Boek 5 van dat wetboek is gebonden.

De pachter kan zowel van de verpachter schadevergoeding vorderen als de overeenkomst ontbinden, indien hij in het genot van het gepachte wordt belemmerd, doordat een derde een hem toekomend recht op hetzelve uitoefent, tenzij de pachter ten tijde van het aangaan der overeenkomst dit recht gekend heeft.

De verpachter is niet gehouden de pachter te vrijwaren tegen de belemmeringen, welke derden, die generlei recht daartoe hebben, door feitelijkheden de pachter in zijn genot toebrengen.

Zonder schriftelijke toestemming van de verpachter is de pachter niet tot onderverpachting bevoegd.

Op grond van artikel 258 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kan, evenmin als van de tegenprestatie dan wel van de vergoeding, een wijziging van andere bepalingen der pachtovereenkomst worden gevorderd.

De pachtkamer beslist op een verzoek om verlenging naar billijkheid, met inachtneming evenwel van de bepalingen van deze paragraaf.

De pachtkamer wijst het verzoek af, indien de bedrijfsvoering van de pachter niet geweest is, zoals het een goed pachter betaamt of het optreden van de pachter jegens de verpachter in de afgelopen pachtperiode aanleiding heeft gegeven tot gegronde klachten.

De pachtkamer wijst het verzoek af, voorzover de verpachter het verpachte wil bestemmen voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden en die bestemming in overeenstemming is met het algemeen belang. De voorgenomen bestemming wordt geacht in overeenstemming met het algemeen belang te zijn, indien zij in overeenstemming is met een goedgekeurd bestemmingsplan.

Indien krachtens artikel 37, eerste lid, verlenging wordt verzocht, wijst de pachtkamer het verzoek af, indien de bijzondere omstandigheid, met het oog waarop de korte duur van de pachtovereenkomst is goedgekeurd, zich heeft voorgedaan of aannemelijk is, dat deze zich voor of korte tijd na het einde van de lopende pachtovereenkomst zal voordoen.

Indien de pachtovereenkomst op grond van een verzoek, als bedoeld in de artikelen 37 of 45, eerste lid, met zes jaren wordt verlengd, is voor verdere verlenging het bepaalde in artikel 36 van overeenkomstige toepassing.

De pachtkamer kan, hetzij op verzoek van een der partijen, hetzij ambtshalve op grond van de billijkheid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder c en d, tweede, derde en vijfde lid, de pachtovereenkomst voor een gedeelte van het verpachte verlengen. In dat geval vermindert zij de geldende tegenprestatie dienovereenkomstig. De pachter kan alsdan de pachtovereenkomst voor het overige beëindigen op het tijdstip waarop de pachtovereenkomst zonder verlenging zou zijn geëindigd. Hij geeft hiervan bij aangetekende brief kennis aan de verpachter binnen een maand nadat de beschikking onaantastbaar is geworden.

Vervallen

Vervallen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

De verpachter is verplicht om, alvorens tot openbare verkoop van het verpachte wordt overgegaan, behoudens in geval van executoriale verkoop, de pachter ten minste een maand voor de verkoop bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief daarvan kennis te geven.

Alleen van de bepalingen van de artikelen 15, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, tweede lid, 26 eerste lid, 27 eerste lid, en 30 eerste en tweede lid, en 56i kan bij overeenkomst worden afgeweken.

Alle kosten, vallende op een openbare verpachting, verpachting bij inschrijving daaronder begrepen, komen ten laste van de verpachter.

In een pachtovereenkomst, aangegaan onder de voorwaarde, dat de overeenkomst door de grondkamer geheel of ten dele ongewijzigd zal worden goedgekeurd, wordt deze voorwaarde voor niet geschreven gehouden.

Indien het Rijk, een provincie, een gemeente, een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, een waterschap, een veenschap of een veenpolder aan hun in eigendom toebehorende hoeven of los land een bestemming heeft gegeven voor niet tot de landbouw betrekkelijke doeleinden van openbaar nut, kunnen zij aan de grondkamer verzoeken goed te keuren, dat bij verpachting van zulke hoeven of zodanig los land in de overeenkomst een of meer van de volgende bedingen zullen worden opgenomen:

De grondkamer onderzoekt uitsluitend of de bestemming het beding redelijkerwijs noodzakelijk kan maken. Zij treedt niet in een beoordeling dezer bestemming.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het besluit, bedoeld in artikel 69, behoeft de goedkeuring van Onze Minister en wordt in de Staatscourant bekendgemaakt.

In deze paragraaf wordt verstaan onder "reservaat" een gebied waar de eigendom dan wel de erfpacht van landbouwgronden door de Staat of bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties is verworven en waar een beheer gevoerd kan worden gericht op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud anders dan door middel van een daartoe te sluiten overeenkomst betreffende het richten van de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven op doeleinden van natuur- en landschapsbehoud.

Indien toepassing is gegeven aan artikel 70b geldt, in afwijking in zoverre van het bepaalde in artikel 12, de pachtovereenkomst voor zowel een hoeve als los land voor de duur van zes jaren.

In afwijking in zoverre van artikel 33, tweede lid, herziet de grondkamer de in het eerste lid van dat artikel bedoelde bepalingen, indien dit gewenst is met het oog op de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap.

Er zijn grondkamers, waarvan het rechtsgebied en de standplaats door Ons worden aangewezen.

Er is een Centrale Grondkamer, gevestigd te Arnhem.

De tot de rechterlijke macht behorende leden, de deskundige leden en de plaatsvervangende deskundige leden van de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem zijn van rechtswege tevens lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de Centrale Grondkamer.

Het bepaalde in de artikelen 77 en 78 vindt ten aanzien van de leden, de plaatsvervangende leden, de griffier en de plaatsvervangende griffier van de Centrale Grondkamer overeenkomstige toepassing.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven ter uitvoering van het bepaalde in deze paragraaf alsmede omtrent de werkwijze van de grondkamers en de Centrale Grondkamer.

Het verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst wordt ingediend bij de grondkamer. Het moet zijn ondertekend door degenen, die in de ontwerp-overeenkomst als partijen zijn genoemd of hun gemachtigden. Daarbij wordt overgelegd een ongetekend exemplaar van de ontwerp-overeenkomst, vermeerderd met zovele ongetekende exemplaren als er verzoekers zijn. Het verpachte moet met de kadastrale aanduiding zijn aangeduid.

De secretaris maakt een verslag van hetgeen bij de mondelinge behandeling voorvalt met vermelding van de zakelijke inhoud der afgelegde verklaringen. Het verslag wordt door de voorzitter en de secretaris vastgesteld en ondertekend. Desverlangd ontvangen partijen daarvan afschrift.

Bij de behandeling van een verzoek tot goedkeuring van een ontwerp-pachtovereenkomst of van een ontwerp-overeenkomst tot wijziging van een pachtovereenkomst vinden de artikelen 99-101 overeenkomstige toepassing.

Indien de grondkamer de pachtovereenkomst of de overeenkomst tot wijziging of beëindiging van de pachtovereenkomst ongewijzigd goedkeurt, zendt de secretaris aan ieder der partijen een exemplaar of een afschrift van de overeenkomst, waarop de beslissing, welke de grondkamer heeft genomen, is aangetekend.

De voorzitter en de leden van de grondkamers alsmede hun plaatsvervangers kunnen worden gewraakt op de wijze en in de gevallen, als omschreven in de vierde afdeling van de eerste titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande, dat het onderzoek van de redenen van wraking en het beslissen over de wraking geschiedt door de grondkamer.

Competentie-geschillen tussen grondkamers worden door de Centrale Grondkamer beslist.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze waarop de kennisgevingen en de toezending van stukken door de secretaris van de grondkamer en door de griffier van de Centrale Grondkamer geschieden.

Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend of een vordering is ingesteld bij de pachtkamer van de rechtbank en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de grondkamer bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de grondkamer moet worden ingediend, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de pachtkamer bij de grondkamer worden ingediend. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem wordt bevestigd dan wel door haar de pachtkamer bij de rechtbank alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek of van de vordering kennis te nemen.

Op het bepaalde in dit hoofdstuk is de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Vervallen

Vervallen

Het in de artikelen 46c, 46d, 46f, 46g, eerste en tweede lid, 46i, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, 46j, 46l, eerste en derde lid, 46m, 46o en 46p, eerste tot en met het vijfde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren voor de leden van de rechterlijke macht bepaalde is van toepassing ten aanzien van de deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken en hun plaatsvervangers.

Vervallen

Vervallen

De president van de rechtbank is bevoegd op de vordering van de voorzitter van de pachtkamer of op de vordering van het openbaar ministerie aan de leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamer, die de waardigheid van hun ambt, hun ambtsbezigheden of ambtsplichten verwaarlozen, of die zich schuldig maken aan de overtreding, bedoeld in artikel 123, de nodige waarschuwing te doen, na hen in de gelegenheid te hebben gesteld om te worden gehoord.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers genieten vergoeding voor reis- en verblijfkosten en verdere vergoeding volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven ter uitvoering van het bepaalde in deze paragraaf.

De pachtkamers van de rechtbank behandelen en beslissen alle zaken betrekkelijk tot:

De pachtkamers van de rechtbank behandelen en beslissen voorts vorderingen tot:

Vervallen

Van de vonnissen en beschikkingen van de pachtkamers van de rechtbanken staat, tenzij de vordering niet meer beloopt dan € 1750, beroep open op de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem.

De vonnissen en beschikkingen van de pachtkamers van de rechtbanken, de beschikkingen van haar voorzitter en de arresten en beschikkingen van de pachtkamer van het gerechtshof zijn niet vatbaar voor cassatie.

De pachtkamer van het gerechtshof neemt kennis van alle jurisdictie-geschillen tussen de pachtkamers van de rechtbanken.

De behandeling van de zaken, bedoeld in de artikelen 128 en 129, geschiedt overeenkomstig de gewone regelen, voorzover daarvan niet bij de navolgende artikelen is afgeweken.

Vervallen

Vervallen

De pachtkamer van de rechtbank treedt in alle opzichten in de plaats van de kantonrechter, behoudens in de gevallen, voorzien bij de artikelen 117, 230, derde lid, 177, eerste lid, 180, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Onverminderd het met betrekking tot gerechtelijke plaatsopneming en bezichtiging in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalde, is de pachtkamer bevoegd, zo vaak zulks haar nodig voorkomt, in elke stand van de procedure, de staat van de onroerende zaak door een of meer harer leden te doen opnemen, mits de griffier hiervan ten minste twee dagen voor de opneming aan partijen heeft kennis gegeven. Van de opneming wordt proces-verbaal opgemaakt.

De leden van de pachtkamers en hun plaatsvervangers alsmede de raden in de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem en hun plaatsvervangers kunnen worden gewraakt op de wijze en in de gevallen, als omschreven in de vierde afdeling van de eerste titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande, dat het onderzoek van de redenen van wraking en het beslissen over de wraking geschiedt door de pachtkamer.

De termijn van hoger beroep van vonnissen bedraagt een maand na de dag van de uitspraak.

De pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem is bevoegd, indien zij een verschijning van partijen of een getuigenverhoor heeft bevolen, te bepalen dat deze verschijning of dit verhoor zal plaatshebben voor één lid van het gerechtshof en één raad.

De pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem kan de kosten van een plaatsopneming geheel of ten dele ten laste van de Staat brengen.

De pachtkamers van de rechtbanken en de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem zijn verplicht aan letteren requisitoriaal ten dienste der justitie wettig gevolg te geven.

Bij de behandeling van verzoekschriften vindt het bepaalde in de artikelen 140 en 141 overeenkomstige toepassing.

Indien bij een pachtkamer meer dan één verzoekschrift als bedoeld in artikel 36, derde lid, onderscheidenlijk artikel 70d, derde lid, is ingediend, kan de rechter ambtshalve de gezamenlijke behandeling der zaken gelasten.

Indien binnen de in de wet gestelde termijn een verzoek is ingediend bij de grondkamer en deze beslist, dat zij niet bevoegd is daarvan kennis te nemen, kan het verzoek, indien de pachtkamer van de rechtbank bevoegd is daarvan kennis te nemen en een wettelijke termijn, binnen welke het verzoek bij de pachtkamer moet worden ingediend of de vordering moet worden ingesteld, niet meer kan worden in acht genomen, niettemin nog binnen een maand na de beslissing van de grondkamer bij de pachtkamer worden ingediend of kan de vordering binnen dezelfde termijn worden ingesteld. Hetzelfde geldt, indien een dergelijke beslissing door de Centrale Grondkamer wordt bevestigd dan wel door haar de grondkamer alsnog niet bevoegd wordt verklaard van het verzoek kennis te nemen.

Vervallen

Vervallen

De rechten en verplichtingen, voortspruitende uit pachtovereenkomsten, welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, worden, te rekenen van dat tijdstip, doch alleen voor het vervolg, beheerst door de bepalingen van deze wet.

Na 1 januari 1936 aangegane pachtovereenkomsten, welke bij het in werking treden van deze wet nog van kracht zijn en nog niet op grond van de Pachtwet 1937 of het Pachtbesluit zijn goedgekeurd, moeten binnen een jaar na het in werking treden van deze wet aan de grondkamer ter goedkeuring worden ingezonden.

Het bepaalde in artikel 9, eerste lid, wordt op de in het vorige artikel bedoelde overeenkomsten eerst van toepassing een jaar na het in werking treden van deze wet.

Pachtovereenkomsten, vóór het in werking treden van deze wet aangegaan, waarbij niet een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld, gelden voor de duur van twaalf jaren voor een hoeve en van zes jaren voor los land, met dien verstande, dat de jaren, gedurende welke de pachtovereenkomst vóór het in werking treden van deze wet bestaan heeft, voor de berekening van die duur medetellen tot een maximum van tien, onderscheidenlijk vier jaren.

Een vóór 23 mei 1941 rechtsgeldig gemaakt beding, waarbij de geldelijke lasten, welke de verpachter door publiekrechtelijke lichamen zijn of zullen worden opgelegd, geheel of ten dele ten laste van de pachter gebracht worden, blijft van kracht ten belope van ten hoogste het bedrag der geldelijke lasten, welke gedurende het jaar 1940 op het verpachte drukten.

Met betrekking tot pachtovereenkomsten welke van kracht zijn op het tijdstip van het in werking treden van deze wet, kan de ontheffing, bedoeld in artikel 29, tweede lid, gedurende een jaar na het in werking treden der wet gevraagd worden.

Op verzoeken tot verlenging van een pachtovereenkomst, overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van het Pachtbesluit ingediend, welke bij het in werking treden van deze wet aanhangig zijn, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.

Het bepaalde in artikel 37 vindt geen toepassing, indien vóór het in werking treden van deze wet een pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de in artikel 12, eerste lid, tweede zin, vermelde duur is aangegaan en de goedkeuring van de Grondkamer ten aanzien van deze duur is verkregen.

De gevolgen, welke het overlijden van de pachter ten aanzien van de pachtovereenkomst heeft, worden geregeld door het recht, geldende ten tijde van het overlijden.

De leden en plaatsvervangende leden van de pachtkamers van de kantongerechten, alsmede de raden en plaatsvervangende raden van de pachtkamer in het gerechtshof te Arnhem blijven in functie voor de tijd, voor welke zij zijn benoemd.

De rechten en verplichtingen van de in het Pachtbesluit bedoelde Grondkamers gaan over op het Rijk.

Op de bij het in werking treden van deze wet bij de pachtkamers van de rechtbank en bij de pachtkamer van het gerechtshof te Arnhem aanhangige zaken blijven, ten aanzien van de bevoegdheid en van de rechtsvordering, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, de regelen van toepassing, geldende ten tijde van de indiening van het inleidende verzoekschrift.

Op rechtsgedingen, welke bij het in werking treden van deze wet bij een andere rechter dan de in pachtzaken bevoegde rechter aanhangig zijn en welke na dit in werking treden tot de kennisneming van de pachtkamer zouden staan, blijven, ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid en van de rechtsvordering zowel in eerste aanleg als in verdere instantie de regelen van toepassing, geldende ten tijde der inleidende dagvaarding.

Indien in een onteigeningsprocedure de dagvaarding is uitgebracht vóór het in werking treden van deze wet, beslist de rechter ten aanzien van de schadeloosstelling van de pachter volgens het recht zoals dit luidt op het tijdstip van het vonnis, bedoeld in artikel 37, tweede lid van de Onteigeningswet.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Waar in andere wetten dan de in de artikelen 66-71 van de Pachtwet 1937 en de artikelen 175-178 van deze wet genoemde, en in andere algemeen verbindende voorschriften op 1 november 1938 sprake was van huur, verhuur, huren, verhuren, huurder, verhuurder, huurgelden, huurpenningen en andere soortgelijke woordverbindingen en daaronder op 1 november 1938, pacht, verpachting, pachten, enzovoorts, begrepen was, behouden deze uitdrukkingen ook na het in werking treden van deze wet haar ruime strekking.

De volgende bezettingsmaatregelen vervallen:

Ingetrokken worden:

Ingetrokken worden:

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Pachtwet.