Ministeriële regeling · BWBR0002333
Nieuwe voorschriften ter uitvoering van artikel 8 van de Veewet
Gelet op artikel 8 van de Veewet,
Besluit:
's-Gravenhage13 november 1959 De Minister van Landbouw en Visserij, V. G. M.MarijnenHet is aan ondernemers van inrichtingen, waar melk van vee van verschillende eigenaren wordt verwerkt, verboden melk en uit melk verkregen produkten, met uitzondering van onvermengde kaaswei, als veevoeder voorhanden te hebben, te vervoeren of af te leveren, tenzij deze bij toepassing van de fosfataseproef volgens de methode Scharer een negatieve reactie vertonen.
Onder „onvermengde kaaswei” in het vorige lid wordt verstaan: de vloeistof, welke vrijkomt bij de verwerking van gestremde melk tot kaas, ongeacht of aan deze vloeistof melkvet is onttrokken of water is toegevoegd.
De beschikking van 24 september 1947, nr. 196/91 W, afdeling Juridische Zaken L, Stcrt. 185, ter uitvoering van artikel 8 van de Veewet, wordt ingetrokken.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag, volgend op die harer bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.