Regeling · BWBR0002339
Waterleidingbesluit
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 7 maart 1960, no. 3103, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;
Gelet op de artikelen 1, eerste lid, onder e,4, tweede lid, 5, tweede lid, 9, 11, eerste lid en 27 van de Waterleidingwet;
Gezien het rapport van de Raad voor de Drinkwatervoorziening van 19 oktober 1959, no. 86 en het rapport van de Centrale Raad van de Volksgezondheid van 14 januari 1960, no. 3394;
De Raad van State gehoord (advies van 12 april 1960, no. 47);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 27 mei 1960, no. 6674, Directie Volksgezondheid, Afdeling Gezondheidsbescherming;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk 7 juni 1960 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, VAN ROOY. de dertigste augustus 1960. De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a.
de eigenaar: de eigenaar van een waterleidingbedrijf en, met uitzondering van hoofdstuk IV en voor zover niet anders aangegeven, de eigenaar van een collectieve watervoorziening;
- b.
huishoudwater: leidingwater dat uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling, gebruik in wasmachine of het besproeien van de tuin;
- c.
huishoudwatervoorziening: een voorziening voor de winning of behandeling van water dat met behulp van een leiding of distributienet als huishoudwater aan derden ter beschikking wordt gesteld;
- d.
ISO 17025: NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000, algemene eisen voor de competentie van beproevings- en kalibratielaboratoria, uitgegeven door het Nederlandse Normalisatie Instituut;
- e.
de toezichthouder: de inspecteur dan wel, voor zover het betreft het toezicht op een collectieve watervoorziening of een collectief leidingnet, de op grond van de artikelen 15b, onderscheidenlijk 15f, van de Waterleidingwet aangewezen ambtenaar;
- f.
warm tapwater: verwarmd leidingwater;
- g.
de wet: de Waterleidingwet.
Hoofdstuk II, met uitzondering van de artikelen 4, eerste lid, 4b tot en met 8, van de wet, hoofdstuk IIA, met uitzondering van de artikelen 15a, eerste en tweede lid, juncto 15b, van de wet, hoofdstuk IIB, met uitzondering van artikel 15e, tweede lid, alsmede de hoofdstukken III en IV van de wet, zijn niet van toepassing op huishoudwater, indien de kwaliteit van dit huishoudwater niet van invloed is op de gezondheid van de betrokken verbruikers.
De eigenaar wordt, voor zover hij de voorschriften van dit hoofdstuk naleeft, geacht te voldoen aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid der Waterleidingwet, doch alleen voor wat betreft de punten, welke bij het bepaalde in dit hoofdstuk uitdrukkelijk zijn geregeld.
Leidingwater dat de eigenaar aan derden ter beschikking stelt, bevat geen micro-organismen, parasieten of stoffen in aantallen per volume-eenheid of concentraties die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben.
Leidingwater voldoet op het punt waar het binnen een gebouw of perceel aan de tappunten ter beschikking komt, aan de tabellen I, II en III, opgenomen in bijlage A.
Indien leidingwater niet voldoet aan het eerste lid of aan de in het tweede lid genoemde tabellen I en II is de eigenaar verplicht:
- a.
terstond onderzoek te doen naar de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor de volksgezondheid,
- b.
zo spoedig mogelijk herstelmaatregelen in het belang van de volksgezondheid te nemen waardoor het leidingwater voldoet aan het eerste lid en de genoemde tabellen I en II en
- c.
terstond de toezichthouder te informeren over het niet voldoen aan het eerste lid of aan de in het tweede lid genoemde tabellen I en II en over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde onder a en b.
Indien een ander dan de eigenaar constateert dat leidingwater niet voldoet aan het eerste lid of aan de in het tweede lid genoemde tabellen I en II, brengt hij de eigenaar terstond op de hoogte.
In gevallen als bedoeld in het derde lid informeert de eigenaar terstond de verbruikers over de normoverschrijding en adviseert hij henomtrent de maatregelen die zij kunnen nemen om nadelige gevolgen voor de gezondheid te voorkomen.
Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet.
Artikel 4, derde tot en met vijfde lid, is niet van toepassing op de eigenaar, voor zover leidingwater dat aan de tappunten ter beschikking komt niet voldoet aan artikel 4, eerste lid, of aan de tabellen I en II, opgenomen in bijlage A, en de oorzaak daarvan is gelegen in een op zijn leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectief leidingnet of collectieve watervoorziening.
In het in het eerste lid bedoelde geval neemt de eigenaar de in het belang van de volksgezondheid noodzakelijke en passende maatregelen, voor zover deze in zijn vermogen liggen.
Tot de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, behoren in elk geval:
- a.
het terstond informeren van de toezichthouder en van de eigenaar van de op zijn leidingnet aangesloten woninginstallatie, collectief leidingnet of collectieve watervoorziening, over de normoverschrijding en de mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid alsmede het adviseren van deze eigenaars omtrent herstelmaatregelen die zij kunnen nemen;
- b.
het informeren en adviseren van de verbruikers omtrent aanvullende herstelmaatregelen die zij kunnen nemen.
Tot de bedoelde maatregelen kan behoren het toepassen van behandelingstechnieken.
Indien niet wordt voldaan aan tabel III, opgenomen in bijlage A, informeert de eigenaar terstond de toezichthouder, verricht hij terstond onderzoek naar de oorzaak en de mogelijke nadelige gevolgen voor de volksgezondheid en neemt hij de in het belang van de volksgezondheid noodzakelijke en passende maatregelen.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid informeert de eigenaar de verbruikers over de normoverschrijding en adviseert hij hen omtrent de maatregelen die zij kunnen nemen om nadelige gevolgen voor de gezondheid te voorkomen, tenzij de toezichthouder van oordeel is dat de normoverschrijding geen nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van de verbruikers en voor aan de verbruikers toebehorende goederen.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet.
Indien niet wordt voldaan aan tabel II, opgenomen in bijlage A, kan Onze Minister, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet en de watervoorziening in het desbetreffende gebied redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden voortgezet, op verzoek van de eigenaar ontheffing verlenen van waarden uit tabel II.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan onder beperkingen worden verleend en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. De beperkingen en voorschriften worden gesteld in het belang van de volksgezondheid. In het belang van de volksgezondheid kan de ontheffing worden ingetrokken en kunnen de aan de ontheffing verbonden voorschriften worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend voor een zo kort mogelijke periode van ten hoogste drie jaar.
De houder van de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister terstond op de hoogte van omstandigheden die er redelijkerwijs toe kunnen leiden dat aan het eind van de periode, bedoeld in het derde lid, niet wordt voldaan aan de in het eerste lid genoemde tabel II.
In het geval, bedoeld in het vierde lid, kan Onze Minister op verzoek van de houder van de ontheffing besluiten tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. Nadien is in uitzonderlijke gevallen nog eenmaal op overeenkomstige wijze verlenging mogelijk.
Een besluit tot verlening van een ontheffing als bedoeld in het eerste lid of tot verlenging van de periode waarvoor de ontheffing geldt als bedoeld in het vijfde lid omvat in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
de redenen voor de ontheffing;
- b.
de parameter waarop de ontheffing betrekking heeft, de resultaten van eerdere metingen in verband met deze parameter en de maximaal toegestane waarde ingevolge de ontheffing;
- c.
het geografisch gebied, de hoeveelheid geleverd water per dag, het aantal verbruikers en de betrokken bevolkingsgroep alsmede de eventuele gevolgen van de ontheffing voor de levensmiddelenindustrie;
- d.
een adequaat meetschema, met verhoogde meetfrequentie indien noodzakelijk;
- e.
een samenvatting van het plan voor de noodzakelijke herstelmaatregelen, waaronder een tijdschema, een kostenraming en voorzieningen voor onderzoek en evaluatie;
- f.
de periode waarvoor de ontheffing geldt.
In afwijking van artikel 4c kan de toezichthouder op verzoek van de eigenaar ontheffing verlenen van waarden uit tabel II, opgenomen in bijlage A, voor zover:
- a.
overschrijding van een waarde uit tabel II naar zijn oordeel geen nadelige gevolgen voor de volksgezondheid heeft,
- b.
de overschrijding binnen 30 dagen door het nemen van herstelmaatregelen kan worden opgeheven, en
- c.
de onder a bedoelde waarde door de eigenaar in de voorafgaande twaalf maanden niet gedurende meer dan 30 dagen is overschreden.
Bij zijn besluit stelt de toezichthouder de maximaal toegestane waarde en duur van de overschrijding van de waarde uit tabel II vast.
De eigenaar draagt zorg, op de wijze en in de mate, welke redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, dat:
- 1°.
de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water zo zijn ingericht, worden gebruikt en onderhouden, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
- 2°.
het distributienet zo is ingericht, dat gebreken geredelijk kunnen worden opgeheven onder zo gering mogelijke belemmering van de distributie;
- 3°.
het leidingnet van een collectieve watervoorziening, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet, voldoet aan NEN 1006, genoemd in artikel 4 van de Regeling Bouwbesluit aansluitvoorwaarden;
- 4°.
van de middelen tot winning, behandeling, opslag, transport en distributie van water tekeningen beschikbaar zijn, waarop de ligging en inrichting daarvan zijn aangegeven;
- 5°.
de werkzaamheden in het bedrijf zo worden verricht, dat geen verontreiniging van het water plaatsvindt;
- 6e.
de middelen tot opslag, transport en distributie van leidingwater na het verrichten van werkzaamheden daaraan zo worden ontsmet of gereinigd dat daarbij opgetreden verontreinigingen geheel onschadelijk gemaakt of verwijderd worden.
Het eerste lid, onder 2°, geldt niet voor de eigenaar van een collectieve watervoorziening.
Het eerste lid, aanhef en onder 3°, is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet, voor zover dat geen deel uitmaakt van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.
De eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet stelt voor 1 januari 2002 dan wel voorafgaand aan het tijdstip van ingebruikneming van een waterleidingbedrijf, collectieve watervoorziening of collectief leidingnet een meetprogramma op overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabellen I en II.
Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet of van een collectieve watervoorziening voor warm tapwater, uitsluitend voor zover daarmee, berekend over een kalenderjaar, per dag gemiddeld minder dan 100 m3 drinkwater, onderscheidenlijk minder dan 30 m3 warm tapwater, wordt gedistribueerd.
De eigenaar van een waterleidingbedrijf legt voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde tijdstippen het meetprogramma ter goedkeuring voor aan de toezichthouder in de door deze aangegeven vorm.
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectieve watervoorziening voor zover deze voor de winning of behandeling van water, dat als leidingwater aan derden ter beschikking wordt gesteld, gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, zeewater of een overeenkomstige grondstof of halffabrikaat.
De eigenaar, bedoeld in het eerste lid, onderzoekt het water in de frequentie en op de plaatsen zoals aangegeven in het meetprogramma, bedoeld in het eerste lid. Indien en zo lang als geen gevolg is gegeven aan een op grond van het eerste lid bestaande verplichting tot het opstellen van een meetprogramma, verricht de eigenaar metingen overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabellen I en II, tenzij de toezichthouder anders bepaalt.
Voor micro-organismen, parasieten of stoffen die niet zijn genoemd in de in bijlage A opgenomen tabellen I, II en III, verricht de eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet metingen indien er redenen zijn om aan te nemen dat deze aanwezig zijn in aantallen per volume-eenheid of concentraties die nadelige gevolgen voor de volksgezondheid kunnen hebben.
De toezichthouder kan bepalen dat door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel I van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan in tabel II van bijlage B is aangegeven. Tevens kan hij bepalen dat andere dan de in tabel I van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden in een door hem aangegeven frequentie, indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel I van bijlage B zijn aangemerkt als «bewaking» wordt verlaagd, indien:
- a.
de waarden van de resultaten van de in een periode van tenminste twee opeenvolgende jaren genomen monsters constant zijn of significant beter dan de in bijlage A genoemde waarden en
- b.
het aannemelijk is dat er geen factor aanwezig is waardoor de kwaliteit van het water kan verslechteren.
Bij verlaging van de frequentie bedraagt het aantal te nemen monsters ten minste de helft van de in tabel II van bijlage B genoemde aantallen.
De toezichthouder kan toestaan dat de meetfrequentie van parameters die in tabel I van bijlage B zijn aangemerkt als «audit» wordt verlaagd, indien wordt vastgesteld dat de desbetreffende parameter niet in het leidingwater voorkomt in aantallen per volume-eenheid of concentraties die kunnen leiden tot het risico dat de in bijlage A genoemde waarden worden overschreden.
De eigenaar van een waterleidingbedrijf die drinkwater van een ander betrekt teneinde dit zonder behandeling aan derden ter beschikking te stellen, onderzoekt dit ter plaatse waar hij dit water betrekt overeenkomstig de tabellen I en II, opgenomen in bijlage B. Indien in dit geval drinkwater wordt betrokken van een ander waterleidingbedrijf kan de inspecteur toestaan dat bedoeld onderzoek op andere, door hem aan te geven wijze wordt uitgevoerd.
In alle overige gevallen dan bedoeld in het tiende lid, worden de monsters aan de tappunten genomen, met uitzondering van de monsters waarvan in de kolom« monsterplaats» in tabel I van bijlage B is aangegeven voor welke parameters de monsters of een deel daarvan ter plaatse van de inname van het gebruikte grondwater of oppervlaktewater dan wel na behandeling mogen worden genomen.
De monstername geschiedt op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze, dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor de hoedanigheid van het desbetreffende water.
Een monster dat niet ter plaatse wordt geanalyseerd wordt zodanig bewaard dat daardoor de uitkomsten van het onderzoek niet in betekenende mate worden beïnvloed.
De eigenaar, die gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, of een daaruit vervaardigd halffabrikaat ten behoeve van de bereiding van leidingwater, neemt bij het opstellen van het meetprogramma, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tevens tabel III van bijlage B in acht.
De eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater ten behoeve van de bereiding van leidingwater:
- a.
verricht het onderzoek of neemt de monsters daarvoor op een plaats die representatief is voor de waterkwaliteit op het punt waar het oppervlaktewater vóór de zuiveringsbehandeling wordt onttrokken en
- b.
kiest met betrekking tot de parameters temperatuur, zuurgraad en zuurstof-opgelost, een zodanig tijdstip dat de uitkomsten van het onderzoek representatief zijn voor het etmaalgemiddelde over de dag waarop het onderzoek plaatsvindt.
Indien en zo lang als geen gevolg is gegeven aan een op grond van artikel 6, eerste lid, bestaande verplichting tot het opstellen van een meetprogramma, verricht de eigenaar, bedoeld in het eerste lid, metingen overeenkomstig de in bijlage B opgenomen tabel III, tenzij de toezichthouder anders bepaalt.
De toezichthouder kan bepalen dat:
- a.
door hem aangegeven parameters, genoemd in tabel III van bijlage B, frequenter worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
- b.
door hem aangegeven parameters van groep II, genoemd in tabel III van bijlage B, minder frequent worden onderzocht dan aldaar is aangegeven;
- c.
andere dan in tabel III van bijlage B genoemde, door hem aangegeven parameters, onderzocht worden indien dat naar zijn oordeel van belang is voor het verkrijgen van voldoende inzicht in de kwaliteit van het water.
De eigenaar houdt de in artikelen 6 en 6a bedoelde gegevens gedurende vijf jaar onder zich.
Binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar verstrekt de eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet voor zover daarmee gemiddeld meer dan 1000 m3 leidingwater per dag of aan gemiddeld meer dan 5000 personen per dag leidingwater wordt geleverd, aan de toezichthouder een representatieve samenvatting van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, in de door de toezichthouder aangegeven vorm.
Bij het uitvoeren van onderzoek als bedoeld in de artikelen 6 en 6a worden de specificaties, genoemd in bijlage C, in acht genomen. Voor de in tabel I van bijlage C genoemde parameters worden de daar genoemde analysemethoden toegepast.
In afwijking van het eerste lid, tweede zin, kan de inspecteur op verzoek van degene die de analyses uitvoert toestaan dat van alternatieve analysemethoden gebruik wordt gemaakt, indien deze naar zijn oordeel tenminste even betrouwbaar zijn als de analysemethoden, bedoeld in het eerste lid. Bij zijn verzoek verstrekt de aanvrager alle voor de beoordeling van de alternatieve analysemethode relevante gegevens in de door de inspecteur aangegeven vorm. De inspecteur meldt de toepassing van de alternatieve analysemethode aan Onze Minister.
Voor de in tabel II van bijlage C genoemde parameters worden bij de analyse de daar vermelde prestatiekenmerken in acht genomen.
Vervallen
Vervallen
Het nemen en analyseren van monsters ter uitvoering van dit besluit geschiedt door laboratoria die een kwaliteitsborgingssysteem hanteren dat gebaseerd is op ISO 17025 of een gelijkwaardige norm en die daarvoor overeenkomstig deze norm geaccrediteerd zijn.
Een gelijkwaardige norm als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend toegepast na daartoe verkregen toestemming van de inspecteur. Bij de aanvraag worden alle voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van de bedoelde norm relevante gegevens in de door de inspecteur aangegeven vorm aan hem overgelegd.
Het nemen en analyseren van monsters als bedoeld in de artikelen 6 en 6a ten behoeve van waterleidingbedrijven geschiedt door laboratoria als bedoeld in het eerste lid die daartoe zijn aangewezen door Onze Minister.
De eigenaar draagt zorg, dat:
- a.
de door het pompstation afgeleverde hoeveelheden water voortdurend, of ten minste elk uur, worden geregistreerd;
- b.
op een aantal door de inspecteur aan te wijzen plaatsen in het distributiegebied de druk van het water voortdurend wordt geregistreerd.
De eigenaar draagt zorg de in het voorgaande lid bedoelde gegevens gedurende ten minste vijf jaar beschikbaar te hebben.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor de eigenaar van een collectieve watervoorziening of van een collectief leidingnet.
Vervallen
Vervallen
Onverminderd de voorgaande artikelen draagt degene, aan wie middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van een waterleidingbedrijf, van een collectieve watervoorziening of van een collectief leidingnet aangesloten leidingen en toestellen behoren, zorg dat deze redelijkerwijs geen gevaar voor verontreiniging van dat leidingnet en van het door middel van deze leidingen en toestellen aan derden ter beschikking gestelde leidingwater kunnen opleveren.
De eigenaar van een waterleidingbedrijf controleert de middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten woninginstallaties, collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten op gevaar voor verontreiniging van het leidingnet van zijn bedrijf.
De eigenaar van een waterleidingbedrijf controleert tevens de middellijk of onmiddellijk op het leidingnet van zijn bedrijf aangesloten collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten op gevaar voor verontreiniging van het aan derden ter beschikking gestelde leidingwater.
Indien bij een controle als bedoeld in het tweede lid blijkt dat niet wordt voldaan aan artikel 4, eerste of tweede lid, of dat daarvoor gevaar bestaat, informeert de eigenaar van het waterleidingbedrijf terstond de toezichthouder en de desbetreffende eigenaar van de op zijn leidingnet aangesloten collectieve watervoorziening of collectief leidingnet.
Degene, aan wie de in het eerste en tweede lid bedoelde collectieve watervoorzieningen en collectieve leidingnetten toebehoren, is verplicht medewerking te verlenen aan de controle, bedoeld in het eerste en tweede lid.
De eigenaar draagt zorg, dat het personeel wordt voorgelicht aangaande de hygiënische voorschriften, welke in het bedrijf in acht moeten worden genomen.
Vervallen
Oppervlaktewater, bestemd om te worden gebruikt voor de bereiding van leidingwater, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklassen I, II en III, op grond van de waarden van de parameters, genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage D. Oppervlaktewater valt in een der kwaliteitsklassen indien geen der waarden van de parameters, genoemd in kolom B van de desbetreffende klasse, wordt overschreden.
Van overschrijding van de waarde van een parameter, genoemd in bijlage D, is sprake indien:
- a.
na metingen welke éénmaal per 4 weken dienen te worden verricht, wordt vastgesteld dat:
- -
de waarde meer dan éénmaal per jaar is overschreden; of
- -
de waarde meer bedraagt dan 150% van de in bijlage D genoemde waarde met uitzondering van de waarde betreffende de parameters temperatuur, zuurgraad, zuurstof opgelost, alsmede de microbiologische parameters;
- -
- b.
na metingen welke eenmaal per 3 maanden dienen te worden verricht, wordt vastgesteld dat de in bijlage D genoemde waarde is overschreden.
Indien de eigenaar vaststelt dat in het door hem voor de bereiding van leidingwater ingenomen oppervlaktewater overschrijding van waarden van in bijlage D genoemde parameters, behorend bij de kwaliteitsklasse, waarin het door hem gebruikte oppervlaktewater valt, optreedt, stelt hij daarvan in kennis:
- -
de inspecteur,
- -
het openbare lichaam, belast met de zorg voor de goede hoedanigheid van het betrokken oppervlaktewater,
- -
in de gevallen, bedoeld in artikel 17d, onder a en b, Onze Minister,
- -
indien ten behoeve van de bereiding van leidingwater door de eigenaar water uit oppervlaktewater is ingenomen door een ander bedrijf, de eigenaar van dat bedrijf.
Het is de eigenaar verboden leidingwater te bereiden uit oppervlaktewater dat niet voldoet aan de ten aanzien van kwaliteitsklasse III, onder B in Bijlage D gestelde eisen.
Het is de eigenaar voorts verboden leidingwater te bereiden uit oppervlaktewater, vallende in een der in artikel 17a, eerste lid, bedoelde kwaliteitsklassen, tenzij het water tevoren is behandeld op een bij de kwaliteitsklasse passende wijze, aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage E.
De in artikel 17c gestelde verboden gelden niet:
- a.
indien overschrijding van de in bijlage D genoemde waarden het gevolg is van overstromingen of natuurrampen;
- b.
in de in bijlage D aangegeven gevallen: indien overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke weersomstandigheden.
- c.
in de periode die ligt tussen het indienen van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 17e en de vierde dag na het tijdstip waarop Onze Minister zijn besluit met betrekking tot een ontheffing aan de aanvrager heeft toegezonden.
Onze Minister kan ontheffing verlenen van het in artikel 17c, eerste lid, gestelde verbod indien:
- a.
de eigenaar een zodanige behandeling - met inbegrip van menging - van het water kan toepassen dat het bereide leidingwater voldoet aan de in dit besluit ten aanzien van leidingwater gestelde eisen;
- b.
de eigenaar is aangewezen op oppervlaktewater dat niet voldoet aan kwaliteitsklasse III, en het gebruik van dat water geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt.
Onze Minister kan voorts, indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van de in artikel 17c gestelde verboden:
- a.
indien overschrijding van de in bijlage D genoemde waarden het gevolg is van de natuurlijke gesteldheid van de bodem en de invloed daarvan op het water.
- b.
in de in bijlage D aangegeven gevallen:
- -
indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd;
- -
indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden.
- -
Indien Onze Minister voornemens is over te gaan tot intrekking van de ontheffing dan wel tot wijziging, aanvulling of intrekking van aan de ontheffing verbonden voorschriften, doet hij daarvan mededeling aan het openbare lichaam, belast met de zorg voor de goede hoedanigheid van het betrokken oppervlaktewater.
In een mededeling als bedoeld in het eerste lid en een mededeling ingevolge artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt Onze Minister ten minste:
- a.
een korte motivering van de voorgenomen beslissing;
- b.
indien het voornemen een wijziging betreft, de zakelijke inhoud van die wijziging;
- c.
de termijn waarbinnen een belanghebbende zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen beslissing naar voren kan brengen.
Onverminderd de hoofdstukken II, III en IIIA, draagt de eigenaar er zorg voor dat de materialen en chemicaliën, die gebruikt worden bij de winning, de bereiding, de behandeling, de opslag, het transport of de distributie van leidingwater en de wijze waarop deze worden toegepast, er niet toe leiden dat deze materialen en chemicaliën:
- a.
in een hogere concentratie in het leidingwater achterblijven dan voor het gebruik van die materialen of chemicaliën noodzakelijk is, en
- b.
nadelige gevolgen hebben voor de volksgezondheid.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de eigenaar van een collectief leidingnet en de in dat leidingnet toe te passen materialen.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover bij de distributie van leidingwater te gebruiken materialen deel uitmaken van een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet.
Aan de in artikel 17g, eerste lid, onder b, en tweede lid juncto eerste lid, onder b, gestelde eis wordt voldaan voor zover het betreft materialen en chemicaliën:
- a.
waarvoor door Onze Minister erkende, dan wel gelijkwaardige kwaliteitsverklaringen zijn afgegeven, mits deze materialen en chemicaliën overeenkomstig deze kwaliteitsverklaringen worden gebruikt of toegepast;
- b.
waarvan anderszins ten genoegen van Onze Minister is aangetoond dat aan de in artikel 17g, eerste lid, onder b, en tweede lid juncto eerste lid, onder b, gestelde eis wordt voldaan.
Er is een commissie van deskundigen, belast met de uitvoering van de regels, bedoeld in het eerste lid.
De eigenaar draagt zorg, dat een arts zich belast met het geneeskundige onderzoek van die leden van het personeel bij zijn bedrijf, die geregeld werkzaamheden verrichten bij aanleg, herstel, onderhoud of controle van middelen tot winning van grondwater of van middelen tot behandeling, opslag, vervoer of distributie van water, voor zover zij bij het verrichten van deze werkzaamheden middellijk of onmiddellijk het water kunnen besmetten.
Bij verschil van inzicht tussen de eigenaar en de inspecteur omtrent de beantwoording van de vraag, of een lid van het personeel ingevolge het bepaalde in het eerste lid aan geneeskundig onderzoek moet worden onderworpen, beslist de inspecteur.
Het geneeskundige onderzoek, bedoeld in artikel 18, eerste lid, dat wordt verricht in verband met de indiensttreding of eerste tewerkstelling van personeelsleden voor werkzaamheden, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, omvat:
- a.
voor de indiensttreding of eerste tewerkstelling het opnemen van de anamnese;
- b.
voor de indiensttreding of eerste tewerkstelling ten minste één onderzoek van faeces en urine op de aanwezigheid van bacteriën van de geslachten Salmonella en Shigella;
- c.
voor of terstond na de indiensttreding of eerste tewerkstelling een nader onderzoek, als bedoeld onder b, met dien verstande, dat dit onderzoek wordt verricht na verloop van tenminste één week na het eerste onderzoek;
- d.
andere of nadere onderzoekingen op verlangen van de inspecteur.
Ten aanzien van personeelsleden, die ingevolge artikel 12, onder b, der Waterleidingwet geen werkzaamheden verrichten, wordt een geneeskundig onderzoek, als bedoeld in artikel 18, ingesteld, alvorens zij weder te werk worden gesteld.
Dit onderzoek omvat:
- a.
indien de inspecteur zulks verlangt, een of meer onderzoekingen, als bedoeld in het eerste lid, onder b;
- b.
andere of nadere onderzoekingen op verlangen van de inspecteur.
Het geneeskundige onderzoek, bedoeld in artikel 18, dat wordt verricht met betrekking tot personeelsleden, anders dan in de gevallen, als bedoeld in het eerste en tweede lid, omvat zodanige onderzoekingen, als de inspecteur nodig oordeelt. De inspecteur kan bepalen, dat deze onderzoekingen meermalen of periodiek worden verricht.
Voor zover laboratoriumonderzoek dient te worden verricht ten behoeve van de in dit artikel bedoelde onderzoekingen, maakt de daarmede belaste arts gebruik van de diensten van het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid of van door Onze Minister of de inspecteur aan te wijzen laboratoria.
De ziekten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, der Waterleidingwet, zijn:
febris typhoïdea,
paratyfus B (salmonellose Schotmüller),
andere salmonellosen,
dysenteria amoebica,
dysenteria bacillaris,
hepatitis infectiosa,
poliomyelitis anterior acuta.
De eigenaar houdt een register, waarin de namen, geboortedata, woonplaatsen, adressen en functies zijn vermeld van de leden van het personeel van zijn bedrijf, tot wier taak behoort werkzaamheden, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, te verrichten.
De eigenaar zendt onverwijld afschriften van dit register en van alle daarin aangebrachte aanvullingen en wijzigingen aan degene, die is belast met het geneeskundige onderzoek en aan de inspecteur, voor zover deze zulks verlangen.
De eigenaar stelt de inspecteur in kennis van de naam, de woonplaats en het adres van degene, die zich ingevolge artikel 18, eerste lid, met het geneeskundige onderzoek heeft belast.
De eigenaar stelt degene, die is belast met het geneeskundige onderzoek en de inspecteur, voor zover deze zulks verlangt, in kennis van alle aangiften, welke hem ingevolge het bepaalde in artikel 11, tweede lid, der Waterleidingwet door de leden van het personeel van zijn bedrijf worden gedaan.
Degene, die belast is met het geneeskundige onderzoek, is verplicht:
- a.
de inspecteur onverwijld in kennis te stellen van de resultaten daarvan, indien blijkt, dat besmetting met bacteriën van de geslachten Salmonella of Shigella aanwezig is of anamnestische verdenking bestaat betreffende besmetting met de verwekker van febris typhoïdea, paratyfus B (salmonellose Schottmüller) of dysenteria amoebica;
- b.
aan de inspecteur alle door deze met betrekking tot het geneeskundige onderzoek gevraagde inlichtingen te verstrekken.
De eigenaar kan tegen een beschikking, als bedoeld in de artikelen 18, tweede lid en 19, eerste lid, onder d, tweede lid, onder b, en derde lid, bij Onze Minister administratief beroep instellen. Het beroep schorst de verplichting tot het voldoen aan de beslissing, tenzij de inspecteur daarbij heeft bepaald, dat zij ongeacht beroep moet worden uitgevoerd.
Voor zover maatregelen zijn genomen ingevolge een beslissing, als bedoeld in het tweede lid, laatste zinsnede, welke nadien door Onze Minister in beroep is vernietigd, vergoedt het Rijk de schade, door deze maatregelen aan de eigenaar veroorzaakt.
In de gevallen, waarin Onze Minister ontheffing verleent als bedoeld in de artikelen 2, 4c of 17e, wordt hiervan mededeling gedaan in de Staatscourant, in een of meer landelijke dagbladen en in een of meer regionale dagbladen.
Indien toepassing is gegeven aan artikel 4c informeert de houder van de ontheffing de betrokken verbruikers over de ontheffingverlening en adviseert hij zo nodig specifiek gevoelige bevolkingsgroepen over door hen te nemen maatregelen ter bescherming van hun gezondheid.
Gegevens als bedoeld in de artikelen 6, 6a, 11 en 17a zijn uiterlijk vier weken nadat deze bij de eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet bekend zijn geworden voor een ieder toegankelijk.
De eigenaar of de eigenaar van een collectief leidingnet, die op grond van artikel 6 verplicht is tot het opstellen van een meetprogramma, stelt jaarlijks voor 1 april een overzicht op van de kwaliteit van het door hem geleverde leidingwater in het voorgaande kalenderjaar. Dit overzicht is openbaar en ligt ter inzage op een voor een ieder toegankelijke plaats. Het eerste overzicht stelt hij op voor 1 april 2003.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Dit besluit kan worden aangehaald onder de titel "Waterleidingbesluit".
Dit besluit treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.
Voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan kan de inwerkingtreding op verschillende tijdstippen worden vastgesteld.
Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
Cryptosporidium | Noot 1 | ||
Escherichia coli | 0 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
Enterococcen | 0 | kve/100 ml | |
(Entero)virussen | Noot 1 | ||
Giardia | Noot 1 |
Noot:
1) Micro-organismen mogen krachtens artikel 4, eerste lid, niet in een zodanige concentratie in het leidingwater voorkomen dat gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan. Voor bepaalde micro-organismen, zoals virussen en protozoa (onder meer Cryptosporidium en Giardia), is het niet mogelijk om concentraties te meten op het zeer lage niveau, waarop blootstelling relevant is voor de gezondheid van de gebruiker. In plaats hiervan dient de eigenaar die gebruik maakt van oppervlaktewater als grondstof voor de bereiding van leidingwater op basis van metingen van de desbetreffende micro-organismen in het ruwe water en gegevens over de verwijderingscapaciteit bij de verschillende zuiveringsprocessen (inclusief eventuele bodempassages) in overleg met de toezichthouder een kwantitatieve risicoanalyse voor het bereide leidingwater op te stellen.
Voor het door middel van deze risicoanalyse berekende theoretische infectierisico geldt een voorlopige grenswaarde van één infectie per 10 000 personen per jaar. De toetsing aan deze (voorlopige) grenswaarde voor het infectierisico dient in elk geval te worden uitgevoerd voor Enterovirussen, Cryptosporidium en Giardia, maar geldt in principe ook voor andere pathogene micro-organismen. Indien het berekende infectierisico groter is dan de genoemde grenswaarde, dient de eigenaar met de toezichthouder te overleggen over te nemen maatregelen.
De toezichthouder kan bepalen dat voor kwetsbare grondwaterwinningen eenzelfde risicoanalyse wordt uitgevoerd.
De term «voorlopige grenswaarde» wordt gebruikt om aan te geven dat het hier om een toetsingswaarde gaat die in de praktijk nog nader wordt getoetst. Aanpassing van deze waarde is daarom niet uitgesloten.
Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
Acrylamide | 0,10 | µg/l | Noot 1 |
Antimoon | 5,0 | µg/l | |
Arseen | 10 | µg/l | |
Benzeen | 1,0 | µg/l | |
Benzo(a)pyreen | 0,010 | µg/l | |
Boor | 0,5 | mg/l | |
Bromaat | 1,0 | µg/l | Bij desinfectie geldt een maximale waarde van 5,0 µg/l (als 90 percentielwaarde, met een maximum van 10 µg/l) |
Cadmium | 5,0 | µg/l | |
Chroom | 50 | µg/l | Noot 2 |
Cyaniden (totaal) | 50 | µg/l | Noot 3 |
1,2-Dichloorethaan | 3,0 | µg/l | |
Epichloorhydrine | 0,10 | µg/l | Noot 1 |
Fluoride | 1,1 | mg/l | |
Koper | 2,0 | mg/l | Noot 2 |
Kwik | 1,0 | µg/l | |
Lood | 10 | µg/l | Tot 1-1-2006 geldt een maximum van 25 µg/l Noot 2 |
Nikkel | 20 | µg/l | Noot 2 |
Nitraat | 50 | mg/l | Noot 4 |
Nitriet | 0,1 | mg/l | Noot 4 |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (som) | 0,10 | µg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie hoger dan de detectiegrens. Noot 5 |
Polychloorbifenylen (PCB's) (individueel) | 0,10 | µg/l | Per stof. |
PCB's (som) | 0,50 | µg/l | Som van gespecificeerde verbindingen met concentratie > 0,05 µg/l Noot 6 |
Pesticiden (individueel) | 0,10 | µg/l | Per stof. Noot 7. Voor aldrin, dieldrin, heptachloor en heptachloorepoxide geldt een maximum waarde van 0,030 µg/l. |
Pesticiden (som) | 0,50 | µg/l | Som van afzonderlijke pesticiden met concentratie hoger dan de detectiegrens. |
Seleen | 10 | µg/l | |
Tetra- en trichlooretheen (som) | 10 | µg/l | |
Trihalomethanen (som) | 25 | µg/l | Som van gespecificeerde verbindingen (als 90 percentiel, met een maximum van 50). Noot 8 Tot 1-1-2006 geldt een maximum van 100 µg/l. |
Vinylchloride | 0,50 | µg/l | Noot 1 |
Noten:
1) Deze parameterwaarde heeft betrekking op de residuele monomeerconcentratie in het water, berekend aan de hand van specificaties inzake de maximum migratie van de overeenkomstige polymeer in contact met water.
2) Deze waarde geldt voor een monster van voor menselijke consumptie bestemd water dat via een passende steekproefmethode aan de kraan verkregen is, en dat representatief mag worden geacht voor de gemiddelde waarde die de verbruiker wekelijks binnen krijgt. Deze methode zal worden vastgesteld door de Inspecteur, waarbij rekening wordt gehouden met eventuele pieken die schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de volksgezondheid. Waar nodig schrijft de Inspecteur de toepassing van bemonsterings- en controlemethoden voor, die zijn geharmoniseerd overeenkomstig de in Richtlijn 98/83/EG vastgelegde procedure.
3) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
4) Ten aanzien van de concentraties nitraat en nitriet dient tevens te worden voldaan aan de voorwaarde dat [nitraat]/50 +[nitriet]/3 <1, waarbij de rechte haken de concentratie in mg/l uitdrukken, voor nitraat in NO3, en voor nitriet in NO2.
5) De gespecificeerde verbindingen zijn: pyreen, benzo(a)antraceen, benzo(ghi)peryleen, fenantreen, indeno(1,2,3-cd)pyreen, anthraceen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen, chryseen en fluorantheen
6) De gespecificeerde verbindingen zijn: PCB nr. 28, 52, 101, 118, 138, 153 en 180.
7) Onder pesticiden wordt verstaan: organische insecticiden, organische herbiciden, organische fungiciden, organische nematociden, organische acariciden, organische algiciden, organische rodenticiden, organische slimiciden en soortgelijke producten (onder meer groeiregulatoren), en hun metabolieten en afbraak- of reactieproducten die humaan toxicologisch relevant zijn.
8) De gespecificeerde verbindingen zijn: chloroform, bromoform, dichloorbroommethaan en broomdichloormethaan. De concentratie broomdichloormethaan mag niet hoger zijn dan 15 µg/l.
Parameter | Maximum waarde (tenzij anders aangegeven) | Eenheid | Opmerkingen |
Aeromonas (30 °C) | 1000 | kve/100 ml | kve = kolonievormende eenheden |
Ammonium | 0,20 | mg/l | |
Bacteriën van de coligroep | 0 | kve/100 ml | |
Bacteriofagen | – | pve | pve = plaque vormende eenheden |
Chloride | 150 | mg/l | Jaargemiddelde. Het water mag niet agressief zijn. |
Clostridium perfringens (inclusief sporen) | 0 | kve/100 ml | |
DOC/TOC | Geen abnormale verandering | mg/l | Noot 1 |
Geleidingsvermogen | 125 bij 20 °C | mS/m | Het water mag niet agressief zijn. |
Hardheid (totaal) | 1 < totale hardheid < 2,5 (mmol) | mmol/l | Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l. Bij toepassing van ontharding of ontzouting geldt deze waarde als 90 percentiel |
Koloniegetal bij 22 °C | 100 | kve/ml | Geometrische jaargemiddelde. Geen abnormale verandering. |
Radioactiviteit | Noot 2 | ||
Totale α Totale ß Tritium Indicatieve dosis (totaal) | 0,1 1 100 0,10 | Bq/l Bq/l Bq/l mSv/j | |
Saturatie Index (SI) | > –0,2 | SI | Het water mag niet agressief zijn. |
Temperatuur | 25 °C | Geldt voor koud leidingwater | |
Waterstofcarbonaat | > 60 | mg/l | |
Zuurgraad / waterstof-ionenconcentratie | 7,0 < pH < 9,5 | pH-eenheden | Het water mag niet agressief zijn. |
Zuurstof | >2 | mg/l |
Noten:
1) Indien DOC/TOC (dissolved organ carbon/total organ carbon) niet wordt bepaald, dan dient de oxideerbaarheid met KMnO4 te worden bepaald (norm 5,0 mg/l O2).
2) Totaal α, uitgezonderd radon, inclusief kortlevende vervalprodukten van radon. Totaal ß behalve 40 K, tritium en kortlevende vervalprodukten van radon.
Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
Aluminium | 200 | µg/l | Noot 1 |
Geur | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
Kleur | 20 | mg/l Pt/Co | |
IJzer | 200 | µg/l | |
Mangaan | 50 | µg/l | |
Natrium | 150 | mg/l | Jaargemiddelde met een maximum van 200 mg/l |
Smaak | Aanvaardbaar voor de gebruikers en geen abnormale verandering | – | Noot 2 |
Sulfaat | 150 | mg/l | Het water mag niet agressief zijn. |
Troebelingsgraad | 4 (tap) 1 (af pompstation) | FTE | FTE = formazine troebelingseenheden Noot 3. |
Zink | 3,0 | mg/l | Na > 16 uur stilstand |
Noten:
1) Bij (dreigende) overschrijding van een waarde voor aluminium van 30 µg/l dient dit aan de toezichthouder gemeld te worden in verband met het eventueel gebruik van het leidingwater voor nierdialyse.
2) Analyse kan kwalitatief worden uitgevoerd. Indien het resultaat positief is dient een kwantitatieve analyse te worden uitgevoerd, bijvoorbeeld volgens de verdunningsmethode.
3) In aanvulling op de kwantitatieve eis geldt dat de troebelingsgraad aanvaardbaar voor de gebruikers dient te zijn en geen abnormale veranderingen mag vertonen.
Parameter | Maximum waarde | Eenheid | Opmerkingen |
AOX | – | µmol X/l | |
Aromatische aminen | 1 | µg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 µg/l. Noot 2 |
(Chloor)fenolen | 1 | µg/l | Indien metaboliet van pesticiden dan 0,1 µg/l Noot 2 |
Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen | 1 | µg/l | |
Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen | 1 | µg/l | |
Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten | 1 | µg/l |
Noten:
1) Deze kwaliteitseisen zijn bedoeld voor het signaleren van mogelijke verontreinigingen. Wanneer de aangegeven waarde (1 µg/l) wordt gemeten is er geen risico voor de volksgezondheid, maar zal er nader onderzoek plaats vinden. Deze parameters (als groep) zijn bedoeld om de kwaliteit van de bron te bewaken. Het inzetten van multimethoden is een goede mogelijkheid om de meetinspanning te beperken.
2) Metabolieten van pestciden, welke in humaan toxicologisch opzicht relevant zijn, vallen onder tabel II van deze bijlage.
Parametergroep conform Bijlage A | Monsterplaats t (noot 3) | Monsterplaats p/t (noot 4) |
I. Microbiologische parameters | Escherichia coli (noot 5) | – |
II. Chemische parameters | Nitriet (noot 6) | – |
IIIa. Indicatoren, bedrijfstechnische parameters | Ammonium Bacteriën van de coligroep (noot 7) Geleidingsvermogen Koloniegetal bij 22 °C Zuurgraad | Clostridium perfringens (noot 8) |
IIIb. Indicatoren, organoleptische / esthetische parameters | Geur Kleur Smaak Troebeling | Aluminium (noot 9) IJzer (noot 9) |
IIIc. Indicatoren, signaleringsparameters | – | – |
Noten:
1. Een zelfstandige collectieve watervoorziening is een collectieve voorziening die voor de productie van drinkwater, dat aan derden ter beschikking wordt gesteld, gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, zeewater of een overeenkomstige grondstof of halffabrikaat.
2. De minimumfrequentie voor bewakingsparameters staat aangegeven in tabel II van deze bijlage.
3. De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 6, zesde tot en met achtste lid, van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r) of na de laatste zuiveringsstap (p).
4. De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) of aan het tappunt (t). De in tabel II aangegeven bewakingsfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in artikel 6 van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r).
5. Voor deze parameter geldt in afwijking van de in tabel II aangegeven frequentie, de volgende minimumfrequentie:
A. af grondwaterpompstation (p) | 52 keer per jaar |
B. af oppervlaktewaterpompstation (p) | 365 keer per jaar |
C. bemonstering aan het tappunt (t) | 26 keer per jaar per 2000 m3/dag |
Voor drinkwater geleverd door zelfstandige collectieve watervoorziening: 2 keer de bewakingsfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
6. Alleen indien chlooraminen als desinfectiemiddel worden gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
7. Voor deze parameter geldt een minimumfrequentie van 2 keer de bewakingsfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
8. Alleen indien oppervlaktewater als grondstof voor de productie van drinkwater wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
9. Alleen indien deze stof als vlokmiddel bij de zuivering wordt gebruikt. Indien dit niet het geval is geldt de auditfrequentie overeenkomstig tabel II van deze bijlage.
Parametergroep Conform bijlage A | Monsterplaats t (noot 3) | Monsterplaats p/t (noot 4) | Monsterplaats r (noot 5) |
I. Microbiologische parameters | Enterococcen (noot 6) | Cryptosporidium (noot 6) Enterovirussen (noot 6) Giardia (noot 6) | |
II. Chemische parameters | Antimoon Benzeen Bromaat (noot 7) Cadmium Chroom Koper Lood Nikkel Nitriet Trihalomethanen (noot 7) | Arseen Boor Cyaniden (totaal) 1,2-Dichloorethaan Fluoride Kwik Nitraat PCBs Pesticiden PAKs Seleen Tetra – en trichlooretheen | |
IIIa. Indicatoren Bedrijfstechnisch parameters | Aeromonas Hardheid (totaal) Temperatuur Saturatie Index Waterstofcarbonaat Zuurstof | Chloride DOC/TOC (of oxideerbaarheid met KMnO4) | Radioactiviteit (noot 8) Bacteriofagen |
IIIb. Indicatoren Organoleptische / esthetische parameters | Mangaan IJzer | Aluminium Natrium Sulfaat | Zink (noot 9) |
IIIc. Indicatoren Signaleringsparameters | AOX Aromatische aminen (Chloor)fenolen Gehalogeneerde alifatische koolwaterstoffen Gehalogeneerde monocyclische koolwaterstoffen Monocyclische koolwaterstoffen / aromaten |
Noten:
1. Een zelfstandige collectieve watervoorziening is een collectieve voorziening die voor de productie van drinkwater, dat aan derden ter beschikking wordt gesteld, gebruik maakt van grondwater, oppervlaktewater, zeewater of een overeenkomstige grondstof of halffabrikaat.
2. De minimumfrequentie voor auditparameters staat aangegeven in tabel II van deze bijlage.
3. De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben op het punt waar het aan het tappunt (aangeduid met t) beschikbaar komt voor menselijke consumptie. De in tabel II aangegeven frequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in lid 7 en lid 9 van artikel 6 van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r) of na de laatste zuiveringsstap (p).
4. De bemonstering van het drinkwater dient voor de in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben na de laatste zuiveringsstap (p) of aan het tappunt (t). De in tabel II aangegeven auditfrequentie geldt als minimumfrequentie, onverlet het bepaalde in lid 7 en lid 9 van artikel 6 van dit besluit. De toezichthouder kan bepalen dat uit oogpunt van integrale kwaliteitscontrole ook bemonstering dient plaats te hebben in het ruwe water (r).
5. De bemonstering dient voor in deze kolom genoemde parameters plaats te hebben in het ruwe water (r).
6. Alleen een meetverplichting indien oppervlaktewater wordt gebruikt voor de bereiding van drinkwater.
7. Alleen een meetverplichting indien deze stof als desinfectiemiddel wordt toegepast of indien deze stof als verbinding bij de toegepaste desinfectie- of oxydatietechniek gevormd kan worden. Bromaat dient ook met auditfrequentie in oppervlaktewater te worden gemeten.
8. De meetfrequenties, meetmethodes en meetlocaties worden te zijner tijd vastgesteld in overeenstemming met een krachtens artikel 12 van Richtlijn 98/83/EG aan te nemen voorstel van de Europese Commissie. Na aanvaarding van dit voorstel zal de inspecteur, vooruitlopend op de desbetreffende wijziging van het besluit, het voorstel als uitgangspunt nemen bij de vaststelling van de meetprogramma's, onverlet de meetverplichting krachtens tabel III van deze bijlage.
9. Indien zink wordt toegepast bij de distributie van drinkwater, dan dient de bemonstering plaats te hebben aan de kraan (t).
Parameter | Drinkwater dat in een aangesloten collectieve watervoorziening een ontharding heeft ondergaan | Drinkwater dat in een aangesloten collectieve watervoorziening een andere behandeling heeft ondergaan | Warm tapwater uit een collectieve watervoorziening of collectief leidingnet, waarmee gemiddeld meer dan 30m3/dag wordt geleverd | Drinkwater uit collectief leidingnet waarmee gemiddeld meer dan 100 m3 / dag wordt geleverd |
Escherichia coli | audit | audit | audit | |
Enterococcen | audit | audit | audit | |
Antimoon | audit | |||
Cadmium | audit | |||
Chroom | audit | |||
Koper | audit | audit | ||
Lood | audit | |||
Nikkel | audit | |||
DOC/TOC | audit (noot 2) | |||
Geleidingsvermogen | audit | audit | audit (noot 2) | |
Totale hardheid te berekenen als aantal mmol Ca2+ plus Mg2+/l | audit | audit | ||
Koloniegetal bij 22 °C | audit | audit | audit | |
Temperatuur | bewaking | |||
Waterstofcarbonaat | audit | audit | ||
Zuurgraad | audit | audit | audit | audit |
Geur | audit | audit | audit | |
Kleur | audit | audit | audit | |
Troebeling | audit | audit | audit | |
IJzer | audit | |||
Zink | audit |
Noten:
1) De minimum bewakings- en auditfrequenties zijn aangegeven in tabel II van deze bijlage.
2) Bij enkelvoudige warmtewisselaars geldt de bewakingsfrequentie.
Dagelijks binnen een leveringsgebied1 gedistribueerde of geproduceerde hoeveelheid water2 in kubieke meters | Bewaking Aantal monsternemingen per jaar | Audit Aantal monsternemingen per jaar |
≤ 100 | 2 | 1 |
> 100≤ 1 000 | 4 | 1 |
> 1000≤ 10 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 1 +1 voor elke 3300 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
> 10 000≤ 100 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 3 +1 voor elke 10 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
> 100 000 | 4 +3 voor elke 1000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid | 10 +1 voor elke 25 000 m3/dag en fractie daarvan van de totale hoeveelheid |
Noten:
1) Een leveringsgebied is een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het leidingwater afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn.
2) De hoeveelheden zijn gemiddelden berekend over een kalenderjaar.
Parameter | Groep1 | Frequentie van onderzoek van het water dat aan de winplaats wordt onttrokken bij gebruik van | ||||
grondwater | oppervlaktewater | |||||
4 wekelijks | 3 maandelijks | jaarlijks | 4 wekelijks | 3 maandelijks | ||
1. Kleurintensiteit | II | x | ||||
2. Troebelingsgraad | I | x | ||||
3. Gesuspendeerde stoffen | II | x | ||||
5. Geleidingsvermogen voor elektriciteit | I | x | x | |||
6. Geurverdunningsfactor | II | x | ||||
8. Temperatuur | I | x | x | |||
9. Zuurgraad | I | x | x | |||
11. Zwavelwaterstof2 | ||||||
12. Zuurstof opgelost | II | x | x | |||
13. Oxydeerbaarheid | II | x | x | |||
14. Chemisch zuurstofverbruik | II | x | ||||
15. Biochemisch zuurstofverbruik | x | |||||
16. Totaal organisch koolstof | II | x | ||||
17. Organisch gebonden stikstof | II | x | ||||
18. Ammonium | I | x | x | |||
19. Nitriet | I | x6 | x | |||
20. Nitraat | I | x6 | x | |||
21. Waterstofcarbonaat | II | x | x | |||
22. Sulfaat | II | x | x | |||
23. Fosfaat | II | x | ||||
23a. Orthofosfaat | II | x | ||||
24. Silicaat | II | x | ||||
25. Cyanide | II | x | ||||
26. Fluoride | II | x | ||||
27. Chloride | II | x | x | |||
28. Natrium | II | x | x | |||
29. Kalium | II | x | x | |||
30. Calcium | II | x | x | |||
31. Magnesium | II | x | x | |||
33. Boor | II | x | ||||
34. Chroom | II | x | ||||
35. Vanadium3 | ||||||
36. Mangaan | II | x | x | |||
37. IJzer | II | x | x | |||
37a. IJzer opgelost | x | |||||
38. Nikkel | II | x | ||||
39. Kobalt3 | ||||||
40. Koper | II | x | ||||
41. Zink | II | x | ||||
42. Arseen | II | x | ||||
43. Antimoon3 | ||||||
44. Seleen | II | x | ||||
45. Cadmium | II | x | ||||
46. Barium | II | x | ||||
47. Beryllium3 | ||||||
48. Zilver3 | ||||||
49. Kwik | II | x | ||||
50. Lood | II | x | ||||
51. Minerale olie | II | x | ||||
52. Oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleenblauw | II | x | ||||
54. Met waterdamp vluchtige fenolen | II | x | ||||
56. Extraheerbaar organisch gebonden chloor | II | x | x | |||
57. Vluchtig organisch gebonden chloor | II | x | x | |||
58. Gehalogeneerde koolwaterstoffen, geen pesticiden zijnde4 | ||||||
59. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | II | x | ||||
60. Organochloor pesticiden5 | II | x | x | |||
61. Hexachloorbenzeen | II | x | x | |||
62. Choline-esterase remmers | II | x | x | |||
63. Tritium3 | ||||||
64. Totaal ß-activiteit | II | x | ||||
66. Bacteriën van de coligroep (totaal) | I | x | ||||
67. Escherichia coli | I | x | x | |||
68. Enterococcen | II | x | ||||
69. Clostridium perfringens | II | x |
Parameter | Methode | Opmerkingen |
Aeromonas | NEN 6263 (of gelijkwaardig) | |
Bacteriën van de coligroep | Ontwerp NEN-EN-ISO 9308 – 1:1998 | |
Bacteriofagen | NEN-ISO 10705 Water quality – detection and enumeration of bacteriophages Part 1: F-specific RNA phages Part 2: Somatic coliphages Part 4: Bacteriophages of Bacteroides fragis | Noot 1 |
Clostridium perfringens (inclusief sporen) | Membraanfiltratie gevolgd door anaerobe incubatie van het membraan op m-CP agar bij (44 +/- 1) °C gedurende (21 +/– 3) uur. Tel de opaque gele kolonies die roze of rood worden na de blootstelling aan ammoniumhydroxidedampen gedurende 20 tot 30 seconden | Noot 2 |
Cryptosporidium | Noot 3 | |
Enterococcen | Ontwerp NEN-EN-ISO 7899 – 2:1998 | |
(Entero)virussen | Noot 3 | |
Escherichia coli (E. coli) | Ontwerp NEN-EN-ISO 9308 – 1: 1998 | |
Giardia | Noot 3 | |
Koloniegetal bij 22 °C en 37 °C | Opsomming van micro-organismen die gekweekt kunnen worden. NEN-EN-ISO 6222: 1999 | |
Pseudomonas aeruginosa | 2de Ontwerp NEN-EN 12780:2000 | |
Radioactiviteit | Noot 4 |
Noten:
1) Alle kweekmedia in de hier genoemde ISO-normen worden herzien.
2) De samenstelling van m-CP agar is als volgt:
Basismedium | |
Tryptose | 30 g |
Gistextract | 20 g |
Sucrose | 5 g |
L-cysteïne hydrochloride | 1 g |
MgSO4.7H20 | 0,1 g |
Bromocresol purper | 40 mg |
Agar | 15 g |
Water | 1000 ml |
De ingrediënten van het basismedium oplossen, de pH instellen op 7,6 en gedurende
15 minuten steriliseren bij 121 °C. Het medium laten afkoelen en het volgende toevoegen:
D-cycloserine | 400 mg |
Polymyxine-B-sulfaat | 25 mg |
Indoxyl-β-D-glucocide | 60 mg |
(voor toevoeging opgelost in 8 ml steriel water) | |
Filtergesteriliseerde 0,5% fenolftaleïne difosfaat-oplossing | 20 ml |
Filtergesteriliseerde 4,5% FeCl3.6H2O | 2 ml |
3) Methode in overleg met de Inspecteur te bepalen. Gestandaardiseerde methoden zijn in ontwikkeling.
4) Methoden worden vastgesteld in overeenstemming met een krachtens artikel 12 van Richtlijn 98/83/EG aan te nemen voorstel van de Europese Commissie. Na aanvaarding van dit voorstel zal de toezichthouder, vooruitlopend op de desbetreffende wijziging van het besluit, het voorstel als uitgangspunt nemen bij de vaststelling van de meetprogramma's.
Voor onderstaande parameters geldt dat door middel van de toegepaste analysemethode met de aangegeven juistheid, precisie en aantoonbaarheidsgrens ten minste concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de in bijlage A genoemde waarde. Ongeacht de gevoeligheid van de gebruikte analysemethode wordt het resultaat in ten minste evenveel decimalen uitgedrukt als de parameterwaarde genoemd in bijlage A.
Parameter | Juistheid in % van de parameter-waarde (noot 1) | Precisie in % van de parameter-waarde (noot 2) | Aantoonbaarheidsgrens in % van de parameterwaarde (noot 3) | Opmerkingen |
Acrylamide | Noot 4 | |||
Aluminium | 10 | 10 | 10 | |
Ammonium | 10 | 10 | 10 | |
Antimoon | 25 | 25 | 25 | |
Arseen | 10 | 10 | 10 | |
Benzo(a)pyreen | 25 | 25 | 25 | |
Benzeen | 25 | 25 | 25 | |
Boor | 10 | 10 | 10 | |
Bromaat | 25 | 25 | 25 | |
Cadmium | 10 | 10 | 10 | |
Calcium | 10 | 10 | 10 | |
Chloride | 10 | 10 | 10 | |
Chroom | 10 | 10 | 10 | |
Cyanide | 10 | 10 | 10 | Noot 5 |
1,2-Dichloormethaan | 25 | 25 | 10 | |
Epichloorhydrine | Noot 4 | |||
Fluoride | 10 | 10 | 10 | |
Geleidingsvermogen | 10 | 10 | 10 | |
Koper | 10 | 10 | 10 | |
Kwik | 20 | 10 | 20 | |
Lood | 10 | 10 | 10 | |
Magnesium | 10 | 10 | 10 | |
Mangaan | 10 | 10 | 10 | |
Natrium | 10 | 10 | 10 | |
Nikkel | 10 | 10 | 10 | |
Nitraat | 10 | 10 | 10 | |
Nitriet | 10 | 10 | 10 | |
Oxideerbaarheid | 25 | 25 | 10 | Noot 6 |
PCB's | 25 | 25 | 25 | |
Pesticiden | 25 | 25 | 25 | Noot 7 |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | 25 | 25 | 25 | Noot 8 |
Saturatie Index (SI) | 10 | 10 | 10 | Berekenen |
Seleen | 10 | 10 | 10 | |
Sulfaat | 10 | 10 | 10 | |
Troebelingsgraad | Noot 9 | |||
Temperatuur | 10 | 10 | 10 | |
Tetrachlooretheen | 25 | 25 | 10 | Noot 10 |
Trichlooretheen | 25 | 25 | 10 | Noot 10 |
Trihalomethanen | 25 | 25 | 10 | Noot 8 |
Vinylchloride | Noot 4 | |||
Waterstofcarbonaat | 10 | 10 | 10 | |
IJzer | 10 | 10 | 10 | |
Zink | ||||
Zuurgraad | 10 | 10 | 10 | |
Zuurstof | 10 | 10 | 10 |
Noten:
1) Juistheid is de systematische fout en is het verschil tussen de via een groot aantal metingen vastgestelde gemiddelde waarde en de werkelijke waarde. Deze term is nader gespecificeerd in ISO 5725.
2) Precisie of variatiecoëfficiënt is de toevallige fout en wordt gewoonlijk uitgedrukt als de standaardafwijking (binnen een groep en tussen groepen onderling) van de spreiding van de resultaten rond het gemiddelde. De aanvaardbare precisie bedraagt twee maal de relatieve standaardafwijking. Deze term is nader gespecificeerd in ISO 5725.
3) De aantoonbaarheidsgrens is hetzij:
- •
driemaal de standaardafwijking binnen een groep onafhankelijke waarnemingen aan een origineel leidingwatermonster met een lage concentratie van de parameter; hetzij
- •
vijfmaal de standaardafwijking binnen een groep waarnemingen aan een blancomonster.
4) Controleren via productspecificatie.
5) Met behulp van de methode moet het totaal aan cyanide in elke vorm worden bepaald.
6) De oxydatie dient gedurende 10 minuten te worden uitgevoerd met behulp van permanganaat bij 100 °C in een zuur milieu.
7) De prestatiekenmerken gelden voor elke afzonderlijke pesticide.
8) De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 25% van de parameterwaarde in bijlage A.
9) Voor de bewaking van de troebelingsgraad in behandeld oppervlaktewater geldt dat door middel van de toegepaste analysemethode ten minste met een juistheid van 25% concentraties moeten kunnen worden gemeten die gelijk zijn aan de parameterwaarde.
10) De prestatiekenmerken gelden voor de afzonderlijke stoffen, gespecificeerd op 50% van de parameterwaarde in bijlage A.
Parameter | Eenheid | Kwaliteitsklassen | |||||
I | II | III | |||||
A | B | A | B | A | B | ||
Zuurgraad | pH-eenheden | 7,0-8,5 | - | 6,5-9,0 | - | 6,5-9,0 | - |
Kleurintensiteit | mg/l | - | 201 | 50 | 1001 | - | 2001 |
Gesuspendeerde stoffen | mg/l | 25 | - | - | 505 | - | - |
Temperatuur | °C | - | 251 | 25 | 251 | - | 251 |
Geleidingsvermogen voor elektriciteit | mS/m bij 20°C | 100 | - | 100 | - | 100 | - |
Geurverdunningsfactor bij 20°C | - | 3 | - | 16 | - | 20 | - |
Chloride | mg/l Cl | 150 | - | 200 | - | 200 | - |
Sulfaat | mg/l SO4 | - | 100 | 100 | 2501 | - | 2501 |
Fluoride | mg/l F | - | 1,0 | 1,0 | - | 1,0 | - |
Ammonium | mg/l N | - | 0,2 | 1,2 | 1,2 | - | 31 |
Organisch gebonden stikstof | mg/l N | 1,0 | - | 2,5 | - | 3,0 | - |
Nitraat | mg/l NO3 | - | 25 | 50 | 50 | - | 50 |
Fosfaat3 | mg/l P | 0,2 | - | 0,2 | - | 0,2 | - |
Zuurstof opgelost2 | mg/l O2 | ≥ 6 | - | ≥ 5 | - | ≥ 4 | - |
Chemisch zuurstofverbruik2 | mg/l O2 | - | - | 30 | - | 40 | - |
Biochemisch zuurstofverbruik3 | mg/l O2 | 3 | - | 6 | - | 7 | - |
Natrium | mg/l Na | 90 | - | 120 | - | 120 | - |
IJzer opgelost2 | mg/l Fe | - | 0,3 | 0,5 | 2,0 | 0,5 | - |
Mangaan2 | µg/l Mn | 50 | - | 500 | - | 500 | - |
Koper | µg/l Cu | - | 501 | 50 | - | 50 | - |
Zink | µg/l Zn | - | 200 | 200 | 1000 | - | 3000 |
Boor | µg/l B | 1000 | - | 1000 | - | 1000 | - |
Arseen | µg/l As | - | 20 | 20 | 50 | - | 50 |
Cadmium | µg/l Cd | - | 1,5 | 1,5 | 3 | - | 5 |
Chroom | µg/l Cr | - | 20 | 50 | 50 | - | 50 |
Lood | µg/l Pb | - | 30 | 30 | 50 | - | 50 |
Seleen | µg/l Se | - | 10 | 10 | 10 | - | 10 |
Kwik | µg/l Hg | - | 0,3 | 0,3 | 1 | - | 1 |
Barium | µg/l Ba | - | 100 | 200 | 1000 | - | 1000 |
Cyanide | µg/l CN | - | 50 | 50 | 50 | - | 50 |
Oppervlakte-actieve stoffen die reageren met methyleenblauw | µg/l | 200 | - | 200 | - | 500 | - |
Met waterdamp vluchtige fenolen | µg/l C6H5OH | - | 1 | - | 5 | 10 | 10 |
Minerale olie | µg/l | - | 50 | 200 | 200 | - | 1000 |
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | µg/l | - | 0,2 | 0,2 | 0,2 | - | 1 |
Organochloorpesticiden totaal | µg/l | - | 0,05 | 0,1 | 0,5 | - | 0,5 |
Organochloorpesticiden per afzonderlijke stof | µg/l | - | - | 0,05 | - | - | - |
Choline-esterase remmers | µg/l | - | 0,5 | 1,0 | 2,0 | - | 5,0 |
Bacteriën van de coligroep (totaal) | mediaan per 100 ml4. | 20 | - | - | - | - | - |
Thermotolerante bacteriën van de coligroep | mediaan per 100 ml4. | 20 | - | 2000 | - | 20 000 | - |
Faecale streptococcen | mediaan per 100 ml4. | 10 | - | 1000 | - | 10 000 | - |