U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 22-06-2005.

Wet · BWBR0002375

Wet op de Ruimtelijke Ordening

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 juli 1962, houdende vaststelling van nieuwe voorschriften omtrent de ruimtelijke ordeningWet op de Ruimtelijke OrdeningWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is bij de wet nieuwe voorschriften omtrent de ruimtelijke ordening vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 5 juli 1962.JULIANA.De Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid,J. VAN AARTSEN.De Minister van Justitie,A. C. W. BEERMAN.De Minister van Binnenlandse Zaken,E. H. TOXOPEUS.De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen,J. CALS.De Minister van Financiën,J. ZIJLSTRA.De Minister van Defensie,S. H. VISSER.De Minister van Verkeer en Waterstaat,H. A. KORTHALS.De Minister van Economische Zaken,J. W. DE POUS.De Minister van Landbouw en Visserij,V. G. M. MARIJNEN.De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,G. M. J. VELDKAMP.De Minister van Maatschappelijk Werk,M. KLOMPÉ.de zevende augustus 1962.De Minister van Justitie,A. C. W. BEERMAN.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

planologische kernbeslissing: een plan als bedoeld in artikel 2a;

concrete beleidsbeslissing: een als zodanig door het bestuursorgaan aangegeven besluit in een planologische kernbeslissing, een streekplan of een regionaal structuurplan;

Onze projectminister: Onze minister die overeenkomstig artikel 39a, eerste lid, als zodanig is aangewezen;

rijksprojectbesluit: besluit als bedoeld in artikel 39b;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent het bepaalde in de artikelen 2a en 2b.

De in deze wet voorziene algemene maatregelen van bestuur treden niet eerder in werking dan twee maanden na de dagtekening van het Staatsblad, waarin de desbetreffende besluiten zijn geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld aan de Staten-Generaal mededeling gedaan.

Het gemeentebestuur betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen of herziening daarvan dan wel bij de voorbereiding van toepassing van artikel 19, eerste lid, op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet vastgestelde verordening.

De vaststelling van het structuurplan wordt bekendgemaakt door het besluit tot vaststelling samen met het structuurplan voor een ieder ter inzage te leggen ter gemeentesecretarie. Artikel 8, eerste lid, vijfde volzin, is van overeenkomstige toepassing. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het structuurplan mededeling gedaan aan gedeputeerde staten en aan de inspecteur.

Bij een bestemmingsplan kan worden bepaald, dat het verboden is binnen een bij het plan aan te geven gebied bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning), voor zover zulks noodzakelijk is:

Bij een bestemmingsplan kan ten aanzien van bepaalde werken uit te voeren in bepaalde gebieden worden voorgeschreven, dat bouw- of aanlegvergunning slechts mag worden verleend mits vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben. Gedeputeerde staten kunnen de verklaring weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening.

Vervallen

Een krachtens de artikelen 15, 17 of 19 verleende vrijstelling wordt door burgemeester en wethouders als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen, zodra die vrijstelling is verleend. Een zodanige bijlage is geen onderdeel van het bestemmingsplan.

De voorschriften van het bestemmingsplan blijven buiten toepassing voor zover deze:

a. betrekking hebben op het bouwen waarvoor krachtens artikel 43, eerste lid, van de Woningwet, geen bouwvergunning vereist is, of

b. betrekking hebben op het gebruik van bouwwerken en standplaatsen dat voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel c, van de Woningwet.

De bekendmaking van een voorbereidingsbesluit geschiedt door terinzagelegging van dit besluit voor een ieder. Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. Van het voorbereidingsbesluit wordt tevens mededeling gedaan in de Staatscourant.

Voor zover het ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in een concrete beleidsbeslissing is artikel 23, eerste lid, onder c, alsmede artikel 27, eerste en tweede lid, niet van toepassing.

Binnen acht weken of, indien over het ontwerp tijdig een zienswijze kenbaar is gemaakt, binnen vier maanden na afloop van de in artikel 23 genoemde termijn beslist de gemeenteraad omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

Het bestemmingsplan wordt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na de dagtekening van het raadsbesluit voor een ieder ter inzage gelegd voor de duur van vier weken. Artikel 23, eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing.

Het bestemmingsplan ligt, nadat de goedkeuring onherroepelijk is geworden, voor een ieder ter inzage ter gemeentesecretarie. Artikel 23, eerste lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

De gemeenteraad kan besluiten een bestemmingsplan geheel of gedeeltelijk in te trekken. De artikelen 23-29 zijn van overeenkomstige toepassing. Intrekking van een bestemmingsplan voor een gebied, dat niet tot een bebouwde kom behoort, is behoudens ingeval ontheffing is verleend ingevolge het bepaalde in artikel 10, derde lid, slechts mogelijk, indien voor dat gebied een ontwerp voor een nieuw bestemmingsplan ter inzage is gelegd dan wel een nieuw bestemmingsplan is vastgesteld.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent de voorbereiding, de vormgeving en de inrichting van structuurplannen en bestemmingsplannen gegeven.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Indien een samenwerkingsgebied mede betrokken is bij een plan als bedoeld in de artikelen 2a of 4a, wordt het bestuur van het desbetreffende regionaal openbaar lichaam mede betrokken bij het bij de totstandkoming van dat plan voorgeschreven overleg als bedoeld in die artikelen.

De bekendmaking van een besluit als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, geschiedt door het besluit tezamen met het regionaal structuurplan voor een ieder ter inzage te leggen ter secretarie van het regionaal openbaar lichaam en van de gemeenten op wier gebied het betrekking heeft. Voorafgaand aan de bekendmaking wordt door het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam in de Staatscourant en in een of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huis-bladen aangekondigd op welke plaatsen en vanaf welk tijdstip het besluit en het regionaal structuurplan ter inzage zullen liggen.

Een regionaal structuurplan wordt, behoudens door gedeputeerde staten voor ten hoogste tien jaren verleende vrijstelling en onverminderd het bepaalde bij artikel 36k, ten minste eenmaal in de tien jaren herzien.

Ten aanzien van de herziening van een regionaal structuurplan zijn de artikelen 36c tot en met 36f van overeenkomstige toepassing.

Intrekking van een regionaal structuurplan of van een gedeelte daarvan is slechts mogelijk indien voor dat gebied een ontwerp voor een nieuw regionaal structuurplan ter inzage is gelegd dan wel een nieuw regionaal structuurplan is vastgesteld. Ten aanzien van de intrekking zijn de artikelen 36c tot en met 36f van overeenkomstige toepassing.

Bij of krachtens algemeen maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de voorbereiding, de vormgeving en inrichting van regionale structuurplannen.

Voor zover in een gebied, begrepen in een regionaal structuurplan, toepassing wordt gegeven aan artikel 19 of 46, horen gedeputeerde staten tevens het dagelijks bestuur van het regionaal openbaar lichaam alvorens zij besluiten omtrent de verklaring van geen bezwaar.

Voor zover een gemeente, waarvan grondgebied begrepen is in een regionaal structuurplan, weigert een bestemmingsplan voor dat gebied in overeenstemming te brengen met dat regionaal structuurplan, ondanks een daartoe strekkend verzoek van het regionaal openbaar lichaam, kan het dagelijks bestuur van dat openbaar lichaam gedeputeerde staten verzoeken toepassing te geven aan artikel 37, met dien verstande dat de aanwijzing, bedoeld in het vijfde lid van dat artikel, haar grondslag vindt in het regionaal structuurplan.

Een planologische kernbeslissing ten behoeve van een groot project van nationaal belang bevat een of meer concrete beleidsbeslissingen. Bij de nadere besluitvorming over zodanige projecten worden die beleidsbeslissingen in acht genomen.

Onze Ministers wie het aangaat, Onze Minister daaronder begrepen, na overleg in de ministerraad dan wel Onze projectminister stelt een rijksprojectbesluit vast, dat ten minste een beschrijving bevat van:

Indien paragraaf 3 van deze afdeling op het project van toepassing is, kan desalniettemin in het rijksprojectbesluit worden bepaald dat in de verdere procedure ter realisering van het project van de toepassing van die paragraaf wordt afgezien, indien het nut van de toepassing naar het oordeel van de ministerraad of de projectminister niet opweegt tegen de daaraan verbonden bezwaren.

Het rijksprojectbesluit vervalt van rechtswege indien het niet binnen tien jaar na het tijdstip waarop het onherroepelijk is geworden in uitvoering is genomen.

De in artikel 39j, eerste lid, bedoelde besluiten alsmede de in artikel 3:27 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde overwegingen worden gelijktijdig door Onze projectminister bekendgemaakt. Onze projectminister doet mededeling van deze besluiten in de Staatscourant.

Indien ten behoeve van een project de paragrafen 2 en 3 van deze afdeling gelijktijdig worden toegepast, zijn op de gezamenlijke voorbereiding en bekendmaking van het rijksprojectbesluit en de in artikel 39j, eerste lid, bedoelde besluiten de artikelen 39k en 39m van overeenkomstige toepassing.

De in artikel 18, eerste lid, van de onteigeningswet bedoelde dagvaarding kan geschieden nadat het rijksprojectbesluit is vastgesteld.

Indien met toepassing van artikel 40 besloten wordt tot verlening van vrijstelling, is de gemeenteraad verplicht binnen een jaar te rekenen vanaf de dagtekening van dat besluit het bestemmingsplan dienovereenkomstig vast te stellen of te herzien. Gedeputeerde staten of Onze Minister kunnen deze termijn eenmaal met ten hoogste een jaar verlengen.

Vervallen

Indien, bij de toepassing van artikel 40 of artikel 41, de beslissing omtrent enige bestuursrechtelijke toestemming als in die artikelen bedoeld, wordt genomen door een ander bestuursorgaan dan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan, zijn de leges, die ingevolge wettelijk voorschrift verschuldigd zijn terzake van die toestemming, verschuldigd aan het bestuursorgaan dat omtrent die toestemming heeft beslist, tenzij de beslissing van dat orgaan niet afwijkt van de beslissing van het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan.

Vervallen

Vervallen

Burgemeester en wethouders kunnen een aanlegvergunning intrekken:

Voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:

schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd kent de gemeenteraad hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. Ingeval van schade ten gevolge van de aanhouding bedoeld onder d kan het verzoek om schadevergoeding eerst worden ingediend na de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de beroepstermijn aan:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De stichting heeft tot taak aan de administratieve rechter op diens verzoek deskundigenbericht uit te brengen inzake beroepen op grond van deze wet. Op verzoek van de administratieve rechter brengt de stichting tevens deskundigenbericht uit inzake beroepen op grond van andere wetten, voor zover het onderwerpen betreft die samenhangen met de ruimtelijke ordening.

De personen die deel uitmaken van de organen van de stichting, en het personeel van de stichting vervullen geen functies en betrekkingen, waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de stichting dan wel van het vertrouwen daarin.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De inspecteur alsmede de door de commissaris van de Koning en de burgemeester aangewezen ambtenaren zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

Vervallen

Op de gezamenlijke voordracht van Onze Minister en van Onze Minister, die het mede aangaat, kunnen Wij bepalen, dat deze wet niet van toepassing is op een in Ons besluit aan te wijzen werk of werkzaamheid ten behoeve van de landsverdediging. Alvorens Ons een voordracht te doen horen Onze Ministers de Rijksplanologische Commissie.

Vervallen

Vervallen

Alle stukken, opgemaakt ter verkrijging van de beschikking door de gemeente over onroerende zaken ten einde uitvoering te kunnen geven aan een bestaand of toekomstig bestemmingsplan, zijn vrij van kosten van legalisatie en van griffiekosten.

De kosten, voor de gemeente voortvloeiende uit de medewerking aan de uitvoering van deze wet, zijn uitgaven als bedoeld in artikel 193 van de Gemeentewet. Artikel 194 van die wet vindt toepassing.

De bevoegdheid aan provinciale staten overeenkomstig artikel 145 van de Provinciewet en aan de gemeenteraad overeenkomstig artikel 149 van de Gemeentewet toekomende blijft ten aanzien van het onderwerp, waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voor zover de door deze colleges te maken verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.