Wet · BWBR0002376

In- en uitvoerwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 juli 1962, houdende een regeling op het gebied van de invoer en de uitvoer van goederen In- en uitvoerwetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede ter vervanging van bestaande wettelijke regelingen, een regeling op het gebied van de invoer en de uitvoer van goederen vast te stellen in het belang van de volkshuishouding, van de inwendige en uitwendige veiligheid des lands en van de internationale rechtsorde, mede in verband met daarop betrekking hebbende internationale afspraken of besluiten van volkenrechtelijke organisaties;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 5 juli 1962 JULIANA. De Minister van Economische Zaken, J. W. DE POUS. De Minister van Landbouw en Visserij, V. G. M. MARIJNEN. De Minister van Buitenlandse Zaken, J. LUNS. De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN. De Minister van Binnenlandse Zaken, E. H. TOXOPEUS. De Minister van Financiën, J. ZIJLSTRA. De Minister van Defensie, S. H. VISSER. de negende augustus 1962. De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.

Onze Minister van Economische Zaken kan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat regelen stellen ten aanzien van de overdracht van programmatuur en technologie door middel van elektronische media, faxapparaten of telefoon naar een bestemming buiten de Europese Gemeenschappen. De artikelen 2, eerste, tweede en derde lid, onder a en d, 2a, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, 2b, 4, eerste en tweede lid, 5, 9, eerste lid, 10, 10a, en 12b zijn van overeenkomstige toepassing.

Indien bij of krachtens een invoer- of uitvoerbesluit, dan wel bij een regeling op grond van artikel 2, vierde lid, of artikel 7, eerste lid, restituties of bijdragen als bedoeld in artikel 2, derde lid, onder b, worden vastgesteld, worden bij of krachtens dat besluit, onderscheidenlijk bij die regeling, tevens regelen gesteld met betrekking tot:

Vervallen

De verlening van een restitutie of bijdrage geschiedt schriftelijk.

Een regeling op grond van artikel 7, eerste lid, blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht, totdat een krachtens artikel 2, eerste lid, getroffen maatregel, welke hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt doch uiterlijk tot tien maanden na het in werking treden van de regeling.

Indien ter uitvoering van regelen, die mede op grond van artikel 2, derde lid, onder d, zijn gesteld, Onze bij die regelen aangewezen Minister nadere regelen stelt, zijn ten aanzien van rechten en aanspraken te verlenen krachtens die regelen, de artikelen 4, eerste en tweede lid, 5, 6, 9 en 10 van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Het is verboden ter zake van een aanvrage om vergunning, ontheffing, restitutie, bijdrage, een verklaring als in artikel 2b, eerste lid, bedoeld, of een recht of aanspraak als in artikel 10a bedoeld onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze wet kan worden aangehaald als: In- en uitvoerwet.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.