Ministeriële regeling · BWBR0002441

Uitvoercontrolebeschikking Haring 1964

Wijzigingen Officiële bron
Uitvoercontrolebeschikking Haring 1964Uitvoercontrolebeschikking Haring 1964De Minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op de artikelen 6, 7 en 13 van de Landbouwuitvoerwet 1938, alsmede op het Uitvoercontrolebesluit Haring 1964,

Besluit:

's-Gravenhage 21 mei 1964 De Minister van Landbouw en Visserij, B. W.Biesheuvel

In deze beschikking wordt verstaan onder:

1.‘Minister’:

de Minister van Landbouw en Visserij;

2.‘besluit’:

het Uitvoercontrolebesluit Haring 1964;

3.‘haring’:

hetgeen hieronder in artikel 1 van het besluit wordt verstaan;

4.‘certificaat’:

uitvoerkwaliteitscertificaat, als in artikel 2 bedoeld;

5.‘keuring’:

keuring, als in artikel 9 van het besluit bedoeld;

6.‘controledienst’:

de Dienst der Nederlandse Haringcontrole.

Als bewijsstuk, als in artikel 10, sub c, van het besluit bedoeld, worden vastgesteld de door het hoofd van de controledienst uitgegeven uitvoerkwaliteitscertificaten, ingericht overeenkomstig de in de bij deze beschikking gevoegde en daarvan deel uitmakende bijlage A vervatte modellen.

Indien een ter keuring aangeboden zending haring niet voldoet aan de bij of krachtens de in de artikelen 3 en 4 van het besluit bedoelde verordeningen, vastgestelde eisen en regelen, wordt geen certificaat afgegeven.

Vervallen

De exporteur is verplicht bij iedere zending gezouten haring een exemplaar voor aangever van het formulier nr. 68 te voegen, waarop in ieder geval moeten zijn vermeld:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het maximum, als in artikel 13, sub 2°., van de Landbouwuitvoerwet 1938 bedoeld, bedraagt voor uitvoer door venters 250 stuks.

Voor de toepassing van het bij en krachtens het besluit bepaalde wordt onder haring mede begrepen geacht uit het buitenland afkomstige haring.

Voorzijde

Achterzijde