U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 23 december 1965, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Ziekenfondswet Aanwijzingsbesluit verzekerden ZfwWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 1 december 1965, Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid, Directie Gezondheidszorg, Hoofdafdeling Gezondheidszorg I, Afd. M.G.Z., Nr. 130.093;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder b, 5, derde lid, en 18 van de Ziekenfondswet (Stb. 392, 1964);

De Raad van State gehoord (advies van 13 december 1965, nr. 43);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 21 december 1965, Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid, Directie Gezondheidszorg, Hoofdafdeling Gezondheidszorg I, Afd. M.G.Z., nr. 131.363;

Hebben goedgevonden en verstaan.

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 23 december 1965 JULIANA. De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, G. M. J. VELDKAMP. de dertigste december 1965. De Minister van Justitie, SAMKALDEN.

Verzekerd is, met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van de Ziekenfondswet:

Waar ingevolge dit besluit voor de verzekering als voorwaarde wordt gesteld dat betrokkene zijn woonplaats hier te lande heeft, is deze voorwaarde niet van toepassing op degene die buiten het Rijk woont op het grondgebied van een staat waar hij hetzij krachtens verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen, hetzij krachtens een verdrag recht heeft op verstrekkingen, welke in beginsel worden verleend ten laste van de Algemene Kas bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet.

Waar in het vervolg van dit besluit regelen worden gesteld krachtens welke een procentuele premie wordt geheven gelden deze regelen onverminderd hetgeen bij of krachtens artikel 16a omtrent de daarbedoelde nominale premie is bepaald.

Bij de premieheffing ingevolge dit besluit over uitkeringen en pensioenen niet zijnde loon als bedoeld in artikel 4, wordt geen premie geheven over:

Voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder c, wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage van het loon, dat in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten.

Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en 16 van de Ziekenfondswet zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van de eerste volzin onder loon tevens wordt verstaan de verschuldigde inhoudingen op het loon, bedoeld in paragraaf 5 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

Vervallen

Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onder h, n, s en u, is alleen een nominale premie verschuldigd als bedoeld in artikel 16a.

Voor de verzekering van de verzekerden, bedoeld in artikel 1, onder w, wordt een premie geheven tot het krachtens het eerste lid van artikel 15 van de Ziekenfondswet vastgestelde percentage van de uit te betalen WAO-uitkering, die in het tijdvak, waarover de betaling loopt, door de verzekerden is genoten. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, alsmede de artikelen 15, derde tot en met vijfde lid, en 16 van de Ziekenfondswet zijn van toepassing.

Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 1, onder y, wordt geen premie geheven.

Voor zover de premie welke ingevolge dit besluit verschuldigd is, niet wordt geheven door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of een ander orgaan dat is onderworpen aan het toezicht van het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk II van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, verricht het College zorgverzekeringen de controle op de inning en afdracht van de ziekenfondspremie. Onze Minister kan hieromtrent nadere regelen stellen.

Verzekerd is degene die hier te lande woonachtig is en die op 31 december 1997 65 jaar of ouder was en op grond van een door Nederland met een of meer andere staten gesloten verdrag inzake sociale zekerheid of op grond van een verordening van de Raad van de Europese Unie dan wel de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als gezinslid aanspraak kon doen gelden op de in beginsel ten laste van een orgaan van een andere verdragsstaat respectievelijk van een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel de Europese Economische Ruimte door een Nederlands ziekenfonds te verlenen verstrekkingen, tenzij ingevolge de desbetreffende verdragsbepalingen het recht op medische zorg als gezinslid bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd niet wordt beëindigd.

Indien hij daartoe de wens te kennen geeft, is tot de eerste dag van de maand waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt, degene die hier te lande woonachtig is en die op 30 september 1990 jonger was dan 65 jaar en die op die datum verzekerd was ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a of b, in verbinding met het tweede en derde lid, van dit besluit zoals dit op genoemd tijdstip luidde, verzekerd overeenkomstig de bepalingen van de Ziekenfondswet.

Vervallen

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1966.