Wijzigingen Officiële bron
Besluit nadere regeling inschrijving ziekenfondsverzekeringBesluit nadere regeling inschrijving ziekenfondsverzekering De Ziekenfondsraad,

Gelet op het bepaalde in artikel 5, eerste lid, laatste volzin, van de Ziekenfondswet en op de bepalingen van het Inschrijvingsbesluit ziekenfondsverzekering (hierna te noemen: Inschrijvingsbesluit),

Heeft in zijn vergadering van 26 mei 1966 besloten:

Amsterdam26 mei 1966De algemeen secretaris van de ZiekenfondsraadMr. L.V.LedeboerDe voorzitter van de ZiekenfondsraadDr. W.L.P.M. deKo

(Artikel 2 van het Inschrijvingsbesluit)

Bij de aanmelding van kinderen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, c, d en e, en tweede lid, der Ziekenfondswet, dient tot staving van het feit, dat een van deze bepalingen op hen van toepassing is, een verklaring te worden overgelegd volgens een voor elk van deze groepen vastgesteld model.

(Artikel 3 van het Inschrijvingsbesluit)

In de in artikel 3 van het Inschrijvingsbesluit bedoelde gevallen kan de aanmelding als verzekerde plaatsvinden zonder overlegging van een aanmeldingsformulier, onderscheidenlijk werkgeversverklaring, als bedoeld in artikel 1, eerste, onderscheidenlijk derde lid, van het Inschrijvingsbesluit, indien zulks naar het oordeel van het ziekenfonds uit een oogpunt van administratie en controle verantwoord is.

(Artikel 5, tweede en derde lid, van het Inschrijvingsbesluit)

(Artikel 5, tweede en derde lid, van het Inschrijvingsbesluit)

(Artikel 5, eerste lid, laatste volzin, der Ziekenfondswet)

Het bepaalde in dit lid is slechts van toepassing, indien en zolang het onder a en b bedoelde verblijf geheel of ten dele voor rekening komt van het ziekenfonds in de eigenlijke of vroegere woonplaats, dan wel bij dat ziekenfonds de personen zijn ingeschreven, die als medeverzekerden van de betrokkene gelden of bij wie betrokkene medeverzekerd is.

(Artikel 9, onder a, van het Inschrijvingsbesluit)

Degenen, die in de bejaardenverzekering kunnen worden ingeschreven en die op de dag, voorafgaande aan die, waarop de mogelijkheid daartoe aanving, verplicht verzekerd zijn, worden indien de aanmelding plaatsvindt vóór of in de negende week na die, waarin de verplichte verzekering een einde nam, op hun verzoek in de bejaardenverzekering ingeschreven met ingang van de week na die, waarin de verplichte verzekering een einde nam, mits met ingang van die week premie wordt betaald voor de bejaardenverzekering.

(Artikel 9, onder b, van het Inschrijvingsbesluit)

Met inachtneming van hetgeen overigens in dit besluit is bepaald, worden medeverzekerden, wier woonplaats is gelegen buiten het werkgebied van het ziekenfonds, waarbij de verzekerde, aan wiens verzekering zij het recht op medeverzekering ontlenen, is aangesloten, door bemiddeling van dat ziekenfonds ingeschreven bij een ziekenfonds in hun woonplaats, te kiezen door de medeverzekerde, indien deze meerderjarig is en zijn keuze kan bepalen, en door de verzekerde in de overige gevallen.

(Artikel 9, onder c, van het Inschrijvingsbesluit)

De medeverzekerden van degenen, voor wie op grond van het eerste lid, laatste volzin, van artikel 5 van de Ziekenfondswet het Algemeen Ziekenfonds voor Zeelieden is aangewezen, worden, door bemiddeling van dat ziekenfonds, ingeschreven bij een ziekenfonds, dat daarvoor, gelet op het in artikel 5, eerste lid, van de Ziekenfondswet dan wel het bij of krachtens het Inschrijvingsbesluit bepaalde, in aanmerking komt.

(Artikel 11 van het Inschrijvingsbesluit)

(Artikel 12, lid 3, van het Inschrijvingsbesluit)

(Artikel 16 van het Inschrijvingsbesluit)

De in artikel 16 van het Inschrijvingsbesluit bedoelde periodieke vaststelling van het aantal ingeschreven verzekerden geschiedt voorshands volgens de op 31 december 1965 bestaande voorschriften en gebruiken.

Het besluit van de voorzitter van de Ziekenfondsraad van 12 januari 1966 (Stcrt. 1966, 64) is vervallen.