Ministeriële regeling · BWBR0002634
Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
Gelet op de artikelen 3, vierde lid, 7, derde lid, 8, derde lid, 11, eerste lid, letters a, 2°, b, 5°, en p 15, eerste lid, letter b, 1°, en vijfde lid, 23, eerste lid, 24, tweede lid, 25, tweede en derde lid, 26, 27, zevende lid, 31, 33, tweede en zesde lid, 34, 35, vijfde lid, 50, vijfde, twaalfde en vijftiende lid, en 50a, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 329), letter a, posten 29, letter d en 32, van de bij die wet behorende tabel I, de bijzondere bepaling op letter a, post 2, van de bij die wet behorende tabel II, artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301), alsmede de artikelen 4, letter c, 9, derde lid, 12, derde lid, 13, 23 en 24b, achtste lid, en 24ba, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (Stb. 423);
Besluit:
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1a, derde lid, 2a, eerste lid, onderdelen l en m, en tweede lid, 5a, vierde en vijfde lid, 7, derde en vierde lid, 11, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, b, onder 5°, en p, 15, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, derde en zesde lid, 17e, 21, 23, eerste lid, 24, tweede lid, 25, tweede, derde en zesde lid, 26, 27, negende lid, 28d, 28i, 28p, 31, 33, zesde lid, 34, eerste, tweede, derde en vierde lid, en 35, vijfde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, onderdeel a, posten 31, 32 en 35, van de bij die wet behorende tabel I onderdeel a, posten 7 en 8, van de bij die wet behorende tabel II, artikel II van de wet van 23 december 1994 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de invoering van een bijzondere regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, alsmede de artikelen 4, eerste lid, onderdeel c, 9, derde lid, 12, vijfde lid, 13,24b, achtste lid, 24ba, tweede lid, en 24c, derde lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968.
Deze regeling verstaat onder:
- a.
- b.
- c.
belasting: omzetbelasting.
De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan ingevolge artikel 1a, derde lid, eerste volzin, van de wet, het tweede lid van dat artikel niet van toepassing is, vast:
- a.
op de datum van dagtekening van de beschikking bedoeld in het derde lid van dat artikel; dan wel
- b.
indien degene die het verzoek indient zulks wenst, op een in het verzoek aangegeven latere datum.
De wederopzegging als bedoeld in artikel 1a, derde lid, tweede volzin, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan na de wederopzegging artikel 1a, tweede lid, van de wet, wederom van toepassing is, vast, met inachtneming van het derde lid, tweede volzin, van dat artikel, op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de wederopzegging is ontvangen.
In geval moet worden aangetoond dat een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is, dienen zodanig deugdelijke gegevens te worden overgelegd dat aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is. In ieder geval moeten worden overgelegd:
- a.
de gegevens als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel f, van de wet;
- b.
de gegevens omtrent het gebruik op het moment van aankoop;
- c.
naam en adres van degene van wie het vervoermiddel is verkregen.
Vervallen
Het bedrag bedoeld in artikel 5a, vierde lid, van de wet, is voor leveringen naar:
- a.
het Koninkrijk Denemarken: Dkr 280 000;
- b.
het Koninkrijk Zweden: SEK 320 000;
- c.
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: £ 70 000.
- d.
de overige lidstaten: het in euro's luidende bedrag zoals dat in die lidstaten geldt met ingang van 1 januari 2002.
De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan ingevolge artikel 5a, vijfde lid, eerste volzin, van de wet, het vierde lid van dat artikel niet van toepassing is, vast:
- a.
op de datum van dagtekening van de beschikking bedoeld in het vijfde lid van dat artikel; dan wel
- b.
indien degene die het verzoek indient zulks wenst, op een in het verzoek aangegeven latere datum.
De wederopzegging als bedoeld in artikel 5a, vijfde lid, tweede volzin, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
De inspecteur stelt de datum met ingang waarvan na de wederopzegging artikel 5a, vierde lid, van de wet, wederom van toepassing is, vast, met inachtneming van het vijfde lid, tweede volzin, van dat artikel, op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de wederopzegging is ontvangen.
Publiekrechtelijke lichamen worden als ondernemer aangemerkt met betrekking tot de volgende prestaties:
- a.
de levering van onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- b.
vervallen;
- c.
het aanleggen of onderhouden van tuinen ten behoeve van derden;
- d.
het geven van gelegenheid tot kamperen in de zin van post b 10, van de bij de wet behorende tabel I.
Bij vorming van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, wordt de fiscale eenheid voor het berekenen van de door haar verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormen.
Bij beëindiging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, worden de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormden, voor het berekenen van de door hen verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid, voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort.
Bij wijziging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet:
- a.
is bij toetreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen tot de fiscale eenheid, het eerste lid van overeenkomstige toepassing; en
- b.
is bij uittreding van een natuurlijk persoon of lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen uit de fiscale eenheid, het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
De voorgaande leden gelden niet voor de toepassing van artikel 4c, derde en vierde lid. Voorts gelden het tweede lid en het derde lid, aanhef en onderdeel b, niet voor de toepassing van artikel 4c, zesde, zevende en achtste lid.
Als edele metalen en edelstenen als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel 1, van de wet, worden aangewezen onbewerkte edele metalen (GN-code 7106, 7108, 7110 en 7112) en onbewerkte edelstenen (GN-code 7102, 7103).
Als kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet, worden aangewezen de in bijlage J bedoelde goederen.
De wederverkoper is verplicht aan zijn leverancier als bedoeld in artikel 28b, tweede lid, van de wet, een door laatstbedoelde te ondertekenen inkoopverklaring uit te reiken waarin op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld:
- a.
de dag waarop de levering wordt verricht;
- b.
naam en adres van de wederverkoper;
- c.
naam en adres van de leverancier;
- d.
een duidelijke omschrijving van het geleverde goed en, voor zover het een motorrijtuig betreft, tevens het kenteken;
- e.
de hoeveelheid van de geleverde goederen;
- f.
het bedrag dat aan de leverancier ter zake van de levering is of moet worden voldaan;
- g.
een verklaring van de leverancier dat hij ter zake van de levering aan hem van het goed in het geheel geen belasting in aftrek heeft gebracht.
De wederverkoper is verplicht een dubbel van de uitgereikte inkoopverklaring te bewaren.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a.
ingeval het bedrag dat aan de leverancier moet worden voldaan minder dan € 227 bedraagt;
- b.
ingeval de leverancier ingevolge artikel 35 van de wet een factuur uitreikt;
- c.
ingeval de inkoop van een goed door de wederverkoper gelijktijdig plaatsvindt met de levering door hem van een ander goed aan de leverancier en de wederverkoper een factuur uitreikt die voldoet aan de in de wet gestelde voorwaarden, mits de factuur tevens voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
Ingeval van inwilliging van het in artikel 28c, eerste lid, van de wet bedoelde verzoek, is de wederverkoper de belasting die hij in aftrek heeft gebracht:
- a.
ter zake van de levering en invoer van goederen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, van dat artikel; of
- b.
met toepassing van het tweede lid van dit artikel;
alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin artikel 28c van de wet toepassing vindt.
Ingeval van een wederopzegging als bedoeld in artikel 28c, tweede lid, van de wet, kan de ondernemer de belasting die hij:
- a.
ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de wet niet in aftrek heeft gebracht; of
- b.
met toepassing van het eerste of het derde lid van dit artikel verschuldigd is geworden;
alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak waarin die wederopzegging toepassing vindt.
Met betrekking tot in aftrek gebrachte belasting ter zake van de levering en de invoer vóór 1 januari 1995 van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, is het eerste lid, uitsluitend in 1995, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de belasting alsdan alsnog verschuldigd is, naar keuze van de wederverkoper, hetzij in het eerste hetzij in het laatste belastingtijdvak van 1995.
Artikel 28d van de wet is van toepassing:
- a.
ter zake van leveringen door wederverkopers van de volgende goederen alsmede van de gebruikte onderdelen, toebehoren en benodigdheden terzake:
- 1°.
vervoermiddelen, daaronder begrepen caravans, fietsen en bromfietsen;
- 2°.
kleding;
- 3°.
meubels;
- 4°.
boeken en tijdschriften;
- 5°.
foto-, film- en video-apparatuur alsmede beeld- en geluiddragers zoals grammofoonplaten, video- en muziekcassettes en compact-discs;
- 6°.
muziekinstrumenten;
- 7°
huishoudelijke, elektrische en elektronische apparaten;
- 8°.
huisdieren;
- 9°.
kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten;
- 1°.
- b.
ter zake van leveringen door wederverkopers van andere goederen dan die bedoeld in onderdeel a, ingeval het onmogelijk of ongebruikelijk is om de goederen administratief van inkoop tot verkoop te volgen of om de aankoopprijs van een partij goederen te splitsen in aankoopprijzen voor elk afzonderlijk goed, mits de wederverkoper op een daartoe gedaan verzoek door de inspecteur is aangewezen.
Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van veilinghouders.
Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing ten aanzien van wederverkopers die daarvan schriftelijk kennis geven aan de inspecteur. Deze regeling mag slechts worden toegepast met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de kennisgeving en geldt tot wederopzegging met ingang van een kalenderjaar na die wederopzegging, doch voor ten minste vijf kalenderjaren. Een hernieuwde schriftelijke kennisgeving kan eerst met ingang van het zesde kalenderjaar na het ingaan van die wederopzegging worden ingewilligd.
De inspecteur beslist op het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek geldt zulks met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van het verzoek en tot wederopzegging met ingang van een kalenderjaar na die wederopzegging, doch voor ten minste vijf kalenderjaren. Een hernieuwd verzoek kan eerst met ingang van het zesde kalenderjaar na het ingaan van die wederopzegging worden ingewilligd.
De wederverkoper die ingevolge de vorige leden de belasting moet berekenen op de voet van artikel 28d van de wet, maar die ter zake van de levering van een goed in het tijdvak van aangifte op grond van artikel 9, tweede lid, onderdeel b, van de wet het tarief van nihil toepast dan wel de belasting berekent met toepassing van artikel 28f, eerste lid, van de wet, is gehouden in dat tijdvak de in artikel 28d, tweede volzin, van de wet, laatstbedoelde som te verminderen:
- a.
met het bedrag dat eerder bij de berekening van de winstmarge per tijdvak van aangifte ter zake van dat goed in aanmerking is genomen; of
- b.
ingeval het in onderdeel a bedoelde bedrag niet bekend is, met het bedrag van de vergoeding voor dat goed verminderd met het positieve bedrag van de brutowinst, welke wordt gesteld op het bedrag van die vergoeding vermenigvuldigd:
- 1°.
met het saldo van de winstmarges per tijdvak van aangifte over het voorgaande kalenderjaar gedeeld door de som van de bij de berekening van die winstmarges in aanmerking genomen vergoedingen; of
- 2°.
ingeval het onder 1° bedoelde saldo ontbreekt, met de winstmarge over het voorafgaande tijdvak van aangifte gedeeld door de som van de bij de berekening van die winstmarge in aanmerking genomen vergoedingen;
waarbij de onder 1° en 2° bedoelde winstmarges en vergoedingen betrekking hebben op goederen waarop eenzelfde tarief van toepassing is als op het geleverde goed en de bedoelde winstmarges de in een tijdvak van aangifte gerealiseerde winstmarges betreffen, voordat de in het zesde lid bedoelde verrekening of optelling heeft plaatsgevonden.
- 1°.
Ingeval in een belastingtijdvak in een kalenderjaar, het laatste belastingtijdvak in een kalenderjaar uitgezonderd, de winstmarge per belastingtijdvak met betrekking tot leveringen van goederen waarop eenzelfde tarief wordt toegepast (tijdvak-winstmarge) negatief is, wordt deze negatieve tijdvak-winstmarge verrekend met een positieve tijdvak-winstmarge, of opgeteld bij een negatieve tijdvak-winstmarge, die in het volgende belastingtijdvak wordt gerealiseerd.
Na afloop van een kalenderjaar wordt voor dat kalenderjaar met betrekking tot leveringen van goederen waarop eenzelfde tarief wordt toegepast de in artikel 28d, van de wet bedoelde winstmarge op jaarbasis vastgesteld (jaarsaldo). Ingeval dat jaarsaldo negatief is, wordt dit negatieve jaarsaldo opgeteld bij de ten behoeve van de vaststelling van het jaarsaldo van het daaropvolgende kalenderjaar in artikel 28d, tweede volzin, van de wet laatstbedoelde, op jaarbasis herrekende, som. Ingeval de belasting over dat aldus berekende jaarsaldo minder bedraagt dan het bedrag aan belasting dat over dat kalenderjaar is of moet worden voldaan ter zake van dergelijke leveringen, wordt het verschil aan de wederverkoper teruggegeven.
Het vaststellen van een negatief jaarsaldo als bedoeld in het zevende lid, alsmede van het bedrag van de aldaar bedoelde teruggaaf, geschiedt op verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Het verzoek wordt gedaan bij de aangifte over het eerste tijdvak van het volgende kalenderjaar. Indien de beschikking met betrekking tot de vaststelling van een negatief jaarsaldo tot een onjuist bedrag is vastgesteld, kan de inspecteur de beschikking bij voor bezwaar vatbare beschikking herzien. De bevoegdheid tot herziening ten aanzien van een negatief jaarsaldo vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin dat saldo, zonder toepassing van de tweede volzin van het zevende lid berekend, is ontstaan.
Als met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, worden aangewezen:
- a.
de bedragen welke door een reisbureau, reisvereniging of een dergelijke ondernemer op eigen naam ten behoeve van reizigers voor wie zij de reis verzorgen, aan een andere ondernemer worden voldaan ter zake van in het buitenland ten behoeve van die reizigers verrichte leveringen en diensten;
- b.
de bedragen welke de leverancier van een motorrijtuig aan de afnemer in rekening brengt terzake van de verstrekking van het kentekenbewijs, voor zover die bedragen aan leges zijn voldaan.
Het verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor de levering van onroerende zaken en van rechten waaraan deze zijn onderworpen kan voor elke onroerende zaak en voor elk recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen worden gedaan.
In het verzoek wordt vermeld een omschrijving van de onroerende zaak en het recht waaraan deze is onderworpen met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar. Bij het verzoek wordt een door de afnemer ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat.
De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Aan de in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet bedoelde voorwaarde dat de afnemer de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak zowel over het boekjaar van levering van de onroerende zaak als over het daarop volgende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt.
Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak in gebruik is genomen door de afnemer, is niet voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde.
De afnemer stelt binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgende op het boekjaar van levering van de onroerende zaak, de leverancier door middel van een door hem ondertekende verklaring ervan in kennis, of is voldaan aan de in het vierde lid bedoelde voorwaarde. De afnemer zendt binnen dezelfde termijn een afschrift van deze verklaring aan de inspecteur.
In geval van levering door de afnemer van de onroerende zaak binnen de termijn waarin het keuzerecht voor belasting wordt beoordeeld, is het zesde lid van toepassing, met dien verstande dat de verklaring wordt overgelegd binnen vier weken na het tijdstip waarop de levering is verricht. In dat geval vervalt de verklaring, bedoeld in de eerste volzin van het zesde lid.
Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de afnemer.
Het verzoek om te worden uitgezonderd van de vrijstelling van belasting voor verhuur van onroerende zaken kan voor elke onroerende zaak afzonderlijk worden gedaan.
In het verzoek wordt vermeld een omschrijving van de onroerende zaak met plaatselijke en kadastrale aanduiding alsmede de datum van aanvang van het boekjaar van de huurder. Bij het verzoek wordt een door de huurder ondertekende verklaring gevoegd waaruit blijkt dat hij de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat.
De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking, waarin de datum met ingang waarvan de vrijstelling buiten toepassing blijft, wordt vermeld.
Artikel 25 van de wet geldt niet, voor zover de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de wet ingevolge 5° van die bepaling ten aanzien van de ondernemer niet van toepassing is.
Voor elk boekjaar geldt dat aan de in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, onder 5°, van de wet bedoelde voorwaarde dat de huurder de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van belasting op de voet van artikel 15 van de wet bestaat, is voldaan, wanneer de onroerende zaak over het desbetreffende boekjaar voor de hiervoor vermelde doeleinden is gebruikt. De voorwaarde wordt voor de eerste keer beoordeeld over het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren.
Ingeval de onroerende zaak niet vóór het einde van het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren, door de huurder in gebruik is genomen, is niet voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde.
De huurder stelt binnen vier weken na afloop van het boekjaar waarin hij de onroerende zaak, met toepassing van het keuzerecht voor belasting, is gaan huren, de verhuurder er door middel van een door hem ondertekende verklaring van in kennis of voor dat boekjaar is voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde. Voorts stelt de huurder, ingeval in een daarop volgend boekjaar niet is voldaan aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde, de verhuurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar door middel van een door hem ondertekende verklaring hiervan in kennis. In beide gevallen zendt de huurder binnen dezelfde termijn een afschrift van de verklaring aan de inspecteur.
Ingeval in een boekjaar dat is aangevangen na het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak is gaan huren, de vrijstelling buiten toepassing is gebleven en na afloop van dat boekjaar blijkt dat de huurder niet meer voldoet aan de in het vijfde lid bedoelde voorwaarde, kan de vrijstelling in dat boekjaar buiten toepassing blijven, tenzij de huurder redelijkerwijs kon voorzien dat hij niet langer zou voldoen aan deze voorwaarde. Blijkt in het daarop volgende boekjaar evenmin te worden voldaan aan voormelde voorwaarde, dan vindt de vrijstelling toepassing met ingang van laatstgemeld boekjaar, ook als de huurder redelijkerwijs niet kon voorzien dat hij in het desbetreffende boekjaar niet zou voldoen aan die voorwaarde.
Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de huurder.
De vrijstelling van belasting voor voordrachten en dergelijke diensten, als zijn bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel p, van de wet, geldt in gevallen waarin zij worden gehouden of verricht vanwege publiekrechtelijke lichamen, stichtingen en verenigingen en strekken tot bevordering van wetenschap of algemene ontwikkeling.
In het geval, bedoeld in artikel 31 van de wet, wordt hij aan wie de overdracht is geschied, voor het berekenen van de door hem verschuldigde belasting wat de onderneming of het overgedragen gedeelte betreft, geacht in plaats te zijn getreden van degene die de onderneming of een gedeelte daarvan heeft overgedragen.
Het eerste lid geldt niet voor de toepassing van artikel 4c, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid.
Vervallen
Als diensten als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het besluit, worden de volgende diensten aangewezen:
- a.
het ontwikkelen van geautomatiseerde informatie- en communicatiesystemen;
- b.
het voor de in onderdeel a bedoelde systemen ontwikkelen van programmatuur, alsmede het ter beschikking stellen daarvan;
- c.
het begeleiden van dan wel het leiding geven aan de toepassing van de in onderdeel a bedoelde systemen;
- d.
het ter beschikking stellen van computerapparatuur;
- e.
advisering, begeleiding, onderzoek en andere diensten op het gebied van onderhoudsbeheersing van woningen en andere gebouwen;
- f.
expertisewerkzaamheden, onderzoeken, inspecties, taxaties, arbitrage en advisering in het kader van een verzekering of een schadegeval;
- g.
het verlenen van bijstand als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
Door de ondernemer kan in aftrek worden gebracht de belasting die blijkens zijn boeken en bescheiden in het tijdvak van aangifte op de voet van artikel 22 van de wet verschuldigd is geworden ter zake van de invoer van voor hem bestemde goederen.
De in artikel 15, derde lid, eerste volzin, van de wet bedoelde belasting die in de aankoopprijs is begrepen, wordt gesteld op 19/119 van het bedrag van de aankoopprijs, voorzover deze betrekking heeft op een personenauto of een motorrijwiel verminderd met het bij de personenauto of het motorrijwiel nog behorende bedrag aan belasting bedoeld in en berekend overeenkomstig artikel 10 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Het bedrag van de aankoopprijs dient ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond aan de hand van bescheiden zoals een originele factuur, een inkoopverklaring of een betalingsbewijs.
De aftrek van de in artikel 15, eerste lid van de wet bedoelde belasting (voorbelasting) geschiedt, ingeval de ondernemer zowel prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, als andere prestaties verricht, met inachtneming van het volgende:
- a.
van goederen en diensten, welke uitsluitend worden gebezigd ten behoeve van prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, komt de voorbelasting in het geheel niet voor aftrek in aanmerking;
- b.
van goederen en diensten, welke uitsluitend worden gebezigd ten behoeve van de andere prestaties, komt de voorbelasting geheel voor aftrek in aanmerking;
- c.
met betrekking tot de andere goederen en diensten komt voor aftrek in aanmerking het gedeelte van de voorbelasting dat in dezelfde verhouding staat tot die belasting als het totaal van de vergoedingen voor de andere prestaties staat tot het totaal van de vergoedingen voor alle prestaties.
Indien blijkt, dat het werkelijke gebruik van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde goederen en diensten, als geheel genomen, niet overeenkomt met de aldaar bedoelde verhouding, wordt het voor aftrek in aanmerking komende gedeelte van de voorbelasting van die goederen en diensten berekend op basis van het werkelijke gebruik.
Ingeval de ondernemer twee of meer goederen of diensten van dezelfde soort bezigt, worden deze alle geacht mede te worden gebezigd ten behoeve van prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, tenzij blijkt welke van die goederen en diensten uitsluitend worden gebezigd ten behoeve van zodanige prestaties en welke uitsluitend ten behoeve van andere prestaties.
De in artikel 11 voorgeschreven berekeningswijze geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de belasting aan de ondernemer in rekening wordt gebracht dan wel de belasting wordt verschuldigd.
De herrekening, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet, geschiedt op basis van de gegevens van het belastingtijdvak waarin de ondernemer de goederen of diensten is gaan bezigen.
Bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van het boekjaar vindt herrekening van de aftrek plaats op basis van de voor het gehele boekjaar geldende gegevens.
In afwijking van artikel 11 worden voor de toepassing van de aftrek afzonderlijk in aanmerking genomen:
- a.
onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen;
- b.
roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft, of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.
Met betrekking tot onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen wordt de aftrek herzien in elk van de negen boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan bezigen. De herziening geschiedt telkens voor een tiende gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.
Met betrekking tot de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde roerende zaken wordt de aftrek herzien in elk van de vier boekjaren, volgende op dat waarin de ondernemer het goed is gaan bezigen. De herziening geschiedt telkens voor een vijfde gedeelte van de voorbelasting op basis van de voor het boekjaar geldende gegevens bij de aangifte over het laatste belastingtijdvak van dat boekjaar.
De herziening blijft achterwege in het boekjaar waarin de belasting welke op basis van de voor dat boekjaar geldende gegevens voor aftrek in aanmerking komt, niet meer dan tien percent verschilt van de in aftrek gebrachte belasting.
In geval van levering door de ondernemer van de in artikel 13, eerste lid, bedoelde goederen binnen de termijn waarin de aftrek wordt herzien, is artikel 13, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing. Daarbij wordt de ondernemer geacht tot het einde van die termijn het bezigen van het goed in het kader van zijn onderneming voort te zetten uitsluitend ten behoeve van:
- a.
prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat, indien de levering van het goed is vrijgesteld van belasting op grond van dat artikel;
- b.
andere prestaties, indien ter zake van de levering van het goed belasting is verschuldigd.
De herziening geschiedt in één keer bij de aangifte over het belastingtijdvak waarin de levering plaatsvindt.
Het afstoten van goederen welke de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt, wordt niet beschouwd als een prestatie die voor de berekening van de aftrek bij hem in aanmerking komt.
Prestaties ter zake waarvan op grond van artikel 27, eerste lid, van de wet geen belasting is verschuldigd, worden voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 14 aangemerkt als prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat.
De belasting welke drukt op het houden - met inbegrip van de aanschaffing - door de ondernemer, van een auto welke mede wordt gebezigd anders dan in het kader van zijn onderneming (privé-gebruik), wordt eerst in aftrek gebracht alsof de auto uitsluitend in het kader van de onderneming wordt gebezigd; vervolgens is ter zake van het privé-gebruik jaarlijks 12 percent belasting verschuldigd over het bedrag dat bij de heffing van de inkomstenbelasting als onttrekking wordt aangemerkt. Indien de auto bij de heffing van de inkomstenbelasting niet tot het bedrijfsvermogen wordt gerekend, is ter zake van het privé-gebruik 12 percent belasting verschuldigd over het bedrag dat bij de heffing van de inkomstenbelasting als onttrekking in aanmerking zou zijn genomen indien de auto bij die heffing tot het bedrijfsvermogen zou zijn gerekend; hierbij wordt het gebruik van de auto voor privé-doeleinden gesteld op het verschil tussen het totaal in een boekjaar met de auto gereden kilometers en de kilometers die bij de heffing van de inkomstenbelasting ten behoeve van de onderneming zijn gereden. Deze belasting is verschuldigd in het laatste belastingtijdvak van het boekjaar.
Indien de artikelen 11, 12 en 13 toepassing vinden, wordt de in het eerste lid bedoelde heffing van 12 percent naar evenredigheid verlaagd.
Vervallen
Als intracommunautaire verwervingen als bedoeld in artikel 17e van de wet worden aangewezen:
- a.
intracommunautaire verwervingen van menselijke organen, menselijk bloed en moedermelk;
- b.
intracommunautaire verwervingen door ondernemers die geen prestaties in Nederland verrichten die bij hen aan belasting zijn onderworpen.
Voor de toepassing van het eerste lid is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld.
In geval de ondernemer niet in Nederland woont of is gevestigd en aldaar geen vaste inrichting heeft, dient de aanspraak op toepassing van de vrijstelling ten genoegen van de inspecteur te worden aangetoond.
Ten aanzien van de vrijstelling als bedoeld in artikel 21, onderdeel d, van de wet, is een vergunning van de inspecteur vereist. Het bepaalde in artikel 6 van het Communautair douanewetboek, artikel 102 van de Douaneregeling, alsmede artikel 30a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige toepassing.
De vrijstelling is slechts van toepassing indien wordt aangetoond dat ter zake van de levering is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 14, 35 en 37a van de wet alsmede in artikel 12 van het besluit.
Voor goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A worden voor de toepassing van artikel 23 van de wet aangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, andere dan ondernemers.
Bij de aangifte ten invoer worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is.
Voor de toepassing van artikel 23 van de wet worden aangewezen alle ondernemers en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, andere dan ondernemers, doch alleen voor wat betreft de voor hen bestemde, niet in het vrije verkeer zijnde goederen waarmee in Nederland een vervoermiddel wordt bevoorraad.
Lichamen moeten van het bevoorraden, bedoeld in het eerste lid, afzonderlijk aantekening houden op de voet van artikel 31.
Voor andere goederen dan bedoeld in de artikelen 17 en 17a wordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van de wet ingediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en kent hij aan belanghebbende een btw-identificatienummer toe.
Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien de belanghebbende:
- a.
in Nederland woont of is gevestigd, dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft;
- b.
geregeld goederen invoert, dan wel incidenteel goederen invoert en een fiscaal vertegenwoordiger in Nederland heeft;
- c.
een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de ingevoerde goederen, en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld.
De aanwijzing geldt voor alle goederen welke ten behoeve van de belanghebbende worden ingevoerd, waaronder zijn begrepen de goederen ter zake waarvan de belanghebbende aan een andere ondernemer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat hij de goederen invoert of dat de invoer in zijn opdracht plaatsvindt.
Ten aanzien van goederen welke door Koninklijke PTT Post B.V. worden ingevoerd, vindt artikel 23 van de wetslechts toepassing, indien:
- a.
op de postzending of in de daarbij behorende bescheiden het aan de belanghebbende toegekende btw-identificatienummer is vermeld, of
- b.
ten aanzien van de postzending de belanghebbende een schriftelijke inklaringsopdracht aan de Koninklijke PTT Post B.V. heeft verstrekt waarin het aan hem toegekende btw-identificatienummer is vermeld.
Tenzij de inspecteur anders bepaalt, moet de belanghebbende voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
van de invoer wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van artikel 31;
- b.
bij aangifte ten invoer van de goederen worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is. Op deze bescheiden moet het btw-identificatienummer zijn vermeld.
Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de goederen, kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren. De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op personenauto’s en motorrijwielen in de zin van de artikelen 3 en 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Voor personenauto’s in de zin van artikel 3 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 wordt een verzoek om aanwijzing voor de toepassing van artikel 23 van de wet ingediend bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Bij inwilliging van het verzoek stelt de inspecteur een datum van ingang vast en wijst hij aan waar aangifte ten invoer dient te geschieden.
Het verzoek wordt slechts ingewilligd, indien:
- a.
de belanghebbende in Nederland woont of is gevestigd, dan wel aldaar een vaste inrichting of een fiscaal vertegenwoordiger heeft;
- b.
de belanghebbende reeds gedurende een tijdvak van ten minste zes maanden geregeld goederen als bedoeld in het eerste lid, heeft ingevoerd en op regelmatige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting heeft voldaan;
- c.
de belanghebbende een bedrijfsadministratie voert welke naar het oordeel van de inspecteur zodanig is ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze zijn opgenomen de door de inspecteur nodig geoordeelde gegevens omtrent de hiervoor bedoelde goederen en dat aan de hand daarvan op eenvoudige wijze de ter zake van de invoer van die goederen verschuldigde omzetbelasting kan worden vastgesteld;
- d.
de voldoening van de ter zake van de invoer van de hiervoor bedoelde goederen verschuldigde omzetbelasting naar het oordeel van de inspecteur is verzekerd.
De belanghebbende moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
van de invoer van goederen als bedoeld in het eerste lid, wordt afzonderlijk aantekening gehouden op de voet van artikel 31;
- b.
bij aangifte ten invoer van de hiervoor bedoelde goederen worden bescheiden - een kopie-factuur, vracht- en ladingspapieren en dergelijke - overgelegd waaruit blijkt dat de goederen voor belanghebbende zijn bestemd en de regeling van artikel 23 van de wet van toepassing is. Op deze bescheiden moeten datum en nummer van de in het eerste lid bedoelde beschikking, alsmede in voorkomende gevallen het op de voet van artikel 18 aan belanghebbende toegekende btw-identificatienummer zijn vermeld.
De inspecteur is bevoegd in bepaalde gevallen nadere voorwaarden te stellen.
Ingeval de belanghebbende handelt in strijd met de gestelde voorwaarden, alsmede in geval van misbruik, waaronder wordt begrepen misbruik door de vervoerder van de in het eerste lid bedoelde goederen, kan de inspecteur de aanwijzing intrekken en een nieuwe aanwijzing weigeren. De intrekking en de weigering geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op motorrijwielen in de zin van artikel 4 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.
Bij toepassing van de artikelen 17, 17a, 18 en 18a is degene die goederen ten invoer aangeeft verplicht op eerste vordering een kopie-factuur in te leveren. Indien in een van de gevallen bedoeld in de eerste volzin van dit lid geen factuur wordt opgemaakt, wordt in plaats van een kopie-factuur een daarmee gelijk te stellen bescheid ingeleverd.
Vervallen
De schriftelijke opdracht, bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel d, van het besluit, tot uitvoer uit de Gemeenschap of tot plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots op basis van artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek wordt opgemaakt overeenkomstig het in de bij deze regeling behorende bijlage B opgenomen model.
Vervallen
Bij de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel 24, eerste lid, van de wet worden overgelegd:
- a.
bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald;
- b.
het certificaat van uitvoer waarin de uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen zijn vermeld en dat overeenkomstig artikel 22 is aangeboden en afgetekend;
- c.
voor wat betreft motorrijtuigen waarvoor ter zake van de in artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 bedoelde opgaaf van een kenteken een bewijs is afgegeven, dat bewijs of een schriftelijke verklaring van de inspecteur waaruit blijkt, dat het bewijs bij hem reeds eerder is ingeleverd.
In de aangifte ter verkrijging van teruggaaf op grond van artikel 24, eerste lid, van de wet worden per partij uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen vermeld:
- a.
het bedrag van de gevraagde teruggaaf;
- b.
de soort en de hoeveelheid van de uit de Gemeenschap uitgevoerde of in een entrepot opgeslagen goederen;
- c.
het nummer van het certificaat van uitvoer;
- d.
een omschrijving van de bescheiden waarmee kan worden aangetoond hoeveel belasting voor de goederen is betaald.
Een lichaam als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, dat aanspraak wil maken op teruggaaf van de belasting op grond van dat artikel, draagt zorg, dat de goederen bij de uitvoer uit de Gemeenschap of bij de opslag in een entrepot zijn vergezeld van een certificaat van uitvoer uit de Gemeenschap. Daartoe dient te worden gebruik gemaakt van een van rijkswege tegen betaling verkrijgbaar gesteld formulier.
In het certificaat worden vermeld:
- a.
een per kalenderjaar doorlopend volgnummer;
- b.
de naam en het adres van het lichaam;
- c.
een nauwkeurige omschrijving van de soort en de hoeveelheid van de goederen.
Het certificaat wordt, na daartoe te zijn aangeboden, voor uitvoer uit de Gemeenschap afgetekend door de daartoe bevoegde ambtenaar. Deze zendt het certificaat terug aan het daarin vermelde adres.
Ingeval een lichaam als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, is aangewezen op de voet van artikel 23 van de wet, kunnen de artikelen 20 en 22 al dan niet op verzoek en onder nader bij de aanwijzing te stellen voorwaarden buiten toepassing worden verklaard.
In geval van levering van goederen aan natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats hebben in een derde-land en die, anders dan als ondernemer, deze goederen uiterlijk het einde van de derde maand na de maand van aankoop bij het verlaten van Nederland in hun persoonlijke bagage meevoeren naar een derde-land, hetzij rechtstreeks hetzij via één of meer andere lid-staten, is de ondernemer gerechtigd, in afwijking van het wettelijk geldende tarief, het tarief van nihil toe te passen, indien de totale waarde van de op de factuur vermelde goederen, inclusief de tegen het wettelijk tarief berekende belasting, ten minste € 136 bedraagt. De normale verblijfplaats dient aan de hand van een legitimatiebewijs te worden aangetoond.
Het eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot goederen die worden afgenomen door een natuurlijke persoon die zijn normale verblijfplaats heeft in de Gemeenschap en die ten genoegen van de inspecteur kan aantonen dat hij zich binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in een derde-land zal vestigen.
Met betrekking tot de toepassing van het tarief van nihil is het bepaalde in artikel 12 van het besluit van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het aantonen van de aanspraak op toepassing daarvan in ieder geval is vereist een factuur, een kopie-factuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat, na daartoe te zijn aangeboden, voor uitvoer uit de Gemeenschap is afgetekend door een daartoe bevoegde ambtenaar.
Indien aannemelijk is, dat over een jaar artikel 25 van de wet van toepassing zal zijn, kan de ondernemer per belastingtijdvak van dat jaar een voorlopige vermindering op de belasting toepassen.
De voorlopige vermindering is per belastingtijdvak van een kwartaal gelijk aan de belasting vóór aftrek van de vermindering.
Zij bedraagt per belastingtijdvak van een kwartaal evenwel bij een vermoedelijke belasting per jaar vóór toepassing van artikel 25, eerste lid, van de wet, van:
- a.
meer dan € 1345 doch niet meer dan € 1475 ten hoogste € 250;
- b.
meer dan € 1475 doch niet meer dan € 1611 ten hoogste € 159;
- c.
meer dan € 1611 doch niet meer dan € 1747 ten hoogste € 68;
- d.
meer dan € 1747 nihil.
Na afloop van het jaar wordt de voorlopige vermindering verrekend met de in artikel 25, eerste lid, van de wet bedoelde vermindering.
Indien de verrekening leidt tot een hoger bedrag dan over het jaar aan belasting is betaald, moet het verschil worden voldaan op de aangifte over het eerste belastingtijdvak van het volgende jaar; leidt de herrekening tot een lager bedrag dan over het jaar aan belasting is betaald, dan wordt het verschil aan de ondernemer op verzoek teruggegeven.
Ontheffing van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 35 van de wet, wordt op verzoek verleend, indien aannemelijk is, dat de ondernemer jaarlijks, na toepassing van artikel 25, eerste lid, van de wet, geen belasting behoeft te voldoen.
De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. De ontheffing gaat in bij het begin van het jaar, volgende op dat waarin het verzoek is gedaan.
De ondernemer die ontheffing heeft verkregen, kan volstaan met het ordelijk bewaren van de aan hem uitgereikte facturen gedurende de termijn, bedoeld in artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 34a van de wet.
De ontheffing vervalt:
- a.
bij schriftelijke opzegging door de ondernemer;
- b.
zodra de ondernemer weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat hij niet langer voldoet aan de voor de ontheffing gestelde eisen;
- c.
bij niet-voldoening aan het derde lid.
Na het vervallen van de ontheffing door opzegging kan een hernieuwd verzoek eerst na vijf jaar worden ingewilligd.
De omzetbelasting die de ondernemer die ontheffing heeft gekregen, op aangifte moet voldoen op grond van de artikelen 12, tweede tot en met vierde lid, 17f en 23 van de wet, kan door hem niet op de voet van artikel 15 van de wet op de aangifte in aftrek worden gebracht.
Voor de bepaling van de vermindering als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet:
- a.
dient de belasting die ingevolge de artikelen 12, tweede en derde lid, 17f en 23 van de wet, wordt geheven van de ondernemer, niet te worden beschouwd als door hem verschuldigde belasting; en
- b.
dient de belasting die ingevolge artikel 12, vierde lid, van de wet, wordt geheven van degene aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend, in aanmerking te worden genomen als ware zij geheven van de ondernemer die de levering of de dienst verricht.
Als ondernemers als bedoeld in artikel 26 van de wet, worden aangewezen:
- a.
- 1°.
winkeliers;
- 2°.
marktkooplieden;
- 3°.
schoenherstellers;
- 4°.
kappers;
- 5°.
glazenwassers;
- 6°.
exploitanten van wasserijen;
- 7°.
rijwielherstellers;
- 8°.
exploitanten van schoonheidsverzorgingsbedrijven;
- 9°.
behangers;
- 10°.
stoffeerders;
- 11°.
exploitanten van horecabedrijven;
- 12°.
advocaten en procureurs, die hun praktijk alleen uitoefenen;
- 13°.
houders van autorijscholen;
- 1°.
- b.
andere dan de in onderdeel a genoemde ondernemers, indien zij hun prestaties als ondernemer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend verrichten in of vanuit een inrichting welke bestemd is voor de verkoop van goederen of het verlenen van diensten aan anderen dan ondernemers;
- c.
niet onder de onderdelen a of b vallende ondernemers die niet aan ondernemers goederen plegen te leveren en diensten plegen te verlenen, behoudens voorzover zij goederen leveren als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, mits zij op daartoe gedaan verzoek door de inspecteur zijn aangewezen. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Indien de in het eerste lid in de onderdelen a en b bedoelde ondernemers van de aanwijzing geen gebruik maken, dienen zij daarvan schriftelijk kennis te geven aan de inspecteur.
Vervallen
De aftrek en de teruggaaf op grond van artikel 27, vierde onderscheidenlijk vijfde lid, van de wet, vinden slechts plaats, indien de ondernemer aan wie de landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer de goederen heeft geleverd, een door deze ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt, dat de goederen binnen het kader van de genoemde bepaling zijn geleverd, en waarin voorts zijn vermeld:
- a.
naam en adres van de leverancier;
- b.
de dag waarop de levering wordt verricht;
- c.
naam en adres van de afnemer;
- d.
de hoeveelheid van de goederen;
- e.
een duidelijke omschrijving van de goederen;
- f.
het in rekening gebrachte bedrag.
De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt opgemaakt vóór de vijftiende dag van de maand, volgende op die waarin de levering is verricht.
De aftrek vindt plaats in het belastingtijdvak waarin de goederen zijn geleverd.
Ingeval van leveringen aan veilingen en andere vaste afnemers kan, in afwijking van het eerste en het tweede lid, de landbouwer, veehouder, tuinbouwer en bosbouwer volstaan met een éénmaal per kalenderjaar af te geven verklaring waaruit blijkt, dat de goederen binnen het kader van artikel 27, vierde lid, van de wet zijn geleverd. In dat geval houdt degene aan wie de goederen worden geleverd, van iedere levering op zodanige wijze aantekening dat daaruit de in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, bedoelde gegevens blijken.
Het eerste tot en met vierde lid zijn ten aanzien van diensten voor zover mogelijk van overeenkomstige toepassing.
De wederopzegging door belanghebbende, bedoeld in artikel 27, zesde lid, van de wet, dient schriftelijk te geschieden.
Als gouden munten als bedoeld in artikel 28j, eerste lid, onderdeel c, van de wet, worden aangemerkt de gouden munten die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage L.
De ondernemer of de tussenpersoon die het recht uitoefent om overeenkomstig artikel 28l van de wet voor belastingheffing te kiezen, stelt de inspecteur schriftelijk in kennis van deze keuze.
Prestaties die op grond van artikel 28k van de wet van de belasting zijn vrijgesteld, worden voor de toepassing van de artikelen 11 tot en met 14 aangemerkt als prestaties als bedoeld in artikel 11 van de wet waarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting bestaat.
Voor de toepassing van de in artikel 28k van de wet vervatte vrijstelling, is de ondernemer gehouden een boekhouding te voeren waarin de voor die toepassing nodige gegevens op duidelijke en overzichtelijke wijze zijn vermeld.
Voor de toepassing van artikel 28o van de wet geldt als waarde van het goud dat in het tot stand gekomen goed voorkomt, de waarde op het tijdstip van de oplevering van dat goed.
Vervallen
De ondernemer die in een andere Lid-Staat woont of is gevestigd en geen vaste inrichting in Nederland heeft, dient bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de wet door middel van een verklaring aan te tonen, dat hij in de staat waar hij woont of is gevestigd, is onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde. De verklaring, afgegeven door de overheid van de Lid-Staat waar de ondernemer woont of is gevestigd, dient overeen te stemmen met het in bijlage E opgenomen model. De verklaring moet zijn gedrukt en ingevuld in één van de officiële talen van de Europese Gemeenschappen. De verklaring behoeft niet te worden overgelegd indien de ondernemer reeds eerder een dergelijke verklaring heeft overgelegd en sinds de afgifte daarvan nog geen jaar is verstreken.
Een ondernemer die buiten de Gemeenschap woont of is gevestigd en geen vaste inrichting in Nederland heeft, dient indien de inspecteur zulks vraagt, bij een verzoek om teruggaaf als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de wet aan te tonen dat hij ondernemer is in de zin van artikel 7 van de wet.
De ondernemer is gehouden regelmatig aantekening te houden van:
- a.
de aan hem en door hem uitgereikte facturen alsmede, indien het een wederverkoper betreft, de door hem uitgereikte inkoopverklaringen;
- b.
de uitgaven en ontvangsten ter zake van de aan hem en door hem verrichte leveringen van goederen en verleende diensten en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen;
- c.
het betrekken van voor hem bestemde ingevoerde goederen;
- d.
het verzenden of afleveren van door hem voor uitvoer uit de Gemeenschap of opslag in een entrepot bestemde goederen.
De in het eerste lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten:
- a.
dagtekening en nummer;
- b.
naam, adres en, in voorkomend geval, btw-identificatienummer van de ondernemer door wie of aan wie de levering of de dienst wordt verricht, alsmede van degene aan wie wordt geleverd met toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6;
- c.
een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of van de dienst;
- d.
de vergoeding;
- e.
het bedrag van de belasting.
De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden ter zake van zijn intracommunautaire verwervingen regelmatig aantekening te houden van:
- a.
de aan hem uitgereikte facturen;
- b.
de uitgaven ter zake van die verwervingen.
De in het derde lid bedoelde aantekeningen van facturen - welke doorlopend dienen te worden genummerd - omvatten:
- a.
dagtekening en nummer;
- b.
naam, adres en btw-identificatienummer van degene door wie de levering wordt verricht;
- c.
een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen;
- d.
de vergoeding onderscheiden naar:
- 1°.
nieuwe vervoermiddelen;
- 2°.
accijnsgoederen;
- 3°.
overige goederen;
- 1°.
- e.
het bedrag van de belasting.
De aantekeningen worden op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze en met vermelding van zodanige bijzonderheden gehouden, dat aan de hand daarvan de door de ondernemer of door de rechtspersoon, andere dan ondernemer, over een bepaald belastingtijdvak verschuldigde belasting kan worden vastgesteld. De wederverkoper is tevens gehouden om met betrekking tot goederen die administratief van inkoop tot verkoop zijn te volgen, zijn boekhouding op zodanige wijze te voeren dat aan de hand daarvan het verband tussen inkoop en verkoop kan worden vastgesteld.
De ondernemer en de rechtspersoon, andere dan ondernemer, zijn verplicht de aantekeningen te bewaren gedurende de termijn, bedoeld in artikel 52, vierde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in artikel 34a van de wet.
De inspecteur kan afwijkingen toestaan van de verplichtingen welke zijn opgelegd in de vorige leden.
De ondernemer is gehouden zijn boekhouding op zodanige duidelijke en overzichtelijke wijze te voeren en met vermelding van zodanige bijzonderheden, dat de inspecteur aan de hand daarvan kan vaststellen of de belastingheffing met betrekking tot de in artikel 34, tweede lid, onderdelen a en b, van de wet, bedoelde goederen, op de juiste wijze plaatsvindt.
De ondernemer aan wie een vergunning voor een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 24c van het besluit is verleend, is gehouden:
- a.
afzonderlijk aantekening te houden van de gegevens als bedoeld in artikel 31 die betrekking hebben op de buitenlandse ondernemer;
- b.
de aantekeningen als bedoeld in onderdeel a zodanig te houden dat de herkomst en de bestemming van de goederen op eenvoudige wijze kunnen worden gevolgd en de verschuldigde belasting op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.
De ondernemers zijn ontheven van de verplichting tot uitreiking van facturen, voor zover zij:
- a.
het vervoer van personen in de vorm van openbaar vervoer of taxivervoer als bedoeld in artikel 1, onderdelen h en j, van de Wet personenvervoer 2000, verrichten;
- b.
spijzen en dranken verstrekken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden.
In gevallen waarin er op grond van artikel 35, vijfde lid, van de wet mee is ingestemd dat wordt afgeweken van de bij dat artikel voorgeschreven inhoud van de facturen, moeten de dagtekening en het nummer van die instemming op de factuur worden vermeld. Alsdan kan de ondernemer aan wie zodanige factuur is uitgereikt, voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de wet ervan uitgaan, dat de factuur op de voorgeschreven wijze is opgemaakt.
Vervallen
Vervallen
Als hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 31, worden aangewezen:
- a.
sprekende koortsthermometers, bloedsuikermeters en bloeddrukmeters die worden aangewend voor zelfdiagnose;
- b.
programmatuur, alsmede de hiermee samenhangende apparatuur, die door middel van zogeheten spraakoutput er specifiek op is gericht visueel gehandicapten in staat te stellen om met computers te werken;
- c.
programmatuur die grafische besturingssystemen omzet in voor zogeheten spraakoutput en brailleschrift begrijpelijke informatie;
- d.
programmatuur die erop is gericht om conventionele geschriften met behulp van een scanner om te zetten in een door een computer te gebruiken tekst waardoor deze geschriften toegankelijk worden voor visueel gehandicapten;
- e.
programmatuur die erop is gericht de weergave op het beeldscherm van een computer te vergroten en/of te laten contrasteren;
- f
. bijzondere gezichtshulpmiddelen voor slechtzienden die gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven en individueel worden aangemeten, te weten: op of in een bril gemonteerde kijkerloepsystemen; telescoop- en prismaloepbrillen, de daarbij behorende opsteeklenzen daaronder begrepen; in een brilmontuur of brilglazen aan te brengen vergroot- en loepglazen; filterlenzen en -toepassingen en filterglazen bestemd voor een selectieve absorptie van meer dan 400 Nn. van het licht met korte golflengte; alsmede tafelloepsystemen, al dan niet voorzien van verlichting, voor vergrotingen tot Nn 2X en bijbehorende toebehoren, en monoculaire handtelescopen.
Ter zake van de levering van gas door middel van pijpleidingen vindt de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 32, slechts toepassing, indien die levering geschiedt aan een tuinbouwer en mits de leverancier per aansluiting een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt, dat deze het gas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, en waarin voorts zijn vermeld:
- a.
naam en adres van de afnemer;
- b.
naam en adres van de leverancier;
- c.
het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
De in het eerste lid bedoelde verklaring heeft betrekking op al het per aansluiting in het kalenderjaar door de leverancier aan de tuinbouwer te leveren gas; indien slechts een deel van dat gas wordt gebruikt voor het in het eerste lid vermelde doel, moet dit in de verklaring worden vermeld en wordt dat deel uitgedrukt in een percentage van het geheel.
Ter zake van de levering, de invoer en de intracommunautaire verwerving van minerale olie vindt de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 32, slechts toepassing bij wijze van teruggaaf van belasting aan de tuinbouwer die de olie gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt 13 percent van de aan hem wegens levering van de minerale olie in rekening gebrachte vergoeding.
In afwijking in zoverre van artikel 33 van de wet geschiedt het verzoek om teruggaaf steeds binnen drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin de olie is ontvangen, en wel bij een afzonderlijke, ondertekende aangifte welke de volgende gegevens moet bevatten:
- a.
de dagtekening;
- b.
het kwartaal waarover teruggaaf wordt verzocht;
- c.
naam en adres van de tuinbouwer;
- d.
de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht, en de vergoeding welke daarvoor in rekening is gebracht;
- e.
de datum van levering van de minerale olie;
- f.
het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd;
- g.
de verklaring dat de tuinbouwer de olie ter zake waarvan teruggaaf wordt gevraagd gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
Bij de aangifte moeten de inkoopfacturen worden overgelegd van de in de aangifte vermelde hoeveelheid minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht.
Geen teruggaaf wordt verleend indien de belasting op de voet van artikel 15 van de wet in aftrek wordt gebracht.
Ter zake van de levering van gas anders dan door middel van pijpleidingen, en ter zake van de invoer en de intracommunautaire verwerving van gas is artikel 34b van overeenkomstige toepassing.
Als hulpmiddel dat speciaal is ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door doven en slechthorenden als bedoeld in de bij de wet behorende tabel I, onderdeel a, post 35, wordt aangewezen wek- en waarschuwingsapparatuur die er specifiek op is gericht om ten behoeve van auditief gehandicapten geluidssignalen om te zetten in zichtbare of voelbare signalen.
Vervallen
Als schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b.1° en b.2°, van het besluit, wordt aangewezen: een factuur, een kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat is voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de afnemer van de goederen, die vergezeld gaat van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats dat deze de goederen voor de ondernemer in zijn accijnsgoederenplaats in opslag neemt.
Als schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel c, van het besluit, wordt aangewezen: een factuur, een kopiefactuur, of een daarmee gelijk te stellen bescheid dat is voorzien van de in die bepaling bedoelde verklaring van de afnemer van de goederen.
In de factuur die de ondernemer afgeeft ter zake van leveringen als bedoeld in het eerste en tweede lid vermeldt hij ,,levering met toepassing van tabel II, post a.7’’, onderscheidenlijk ,,levering met toepassing van tabel II, post a.8’’. Wanneer een levering is geschied met toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7, onder b, moet op de afgegeven factuur tevens het accijnsnummer van de afzender van het geleidedocument, alsmede het volgnummer van het geleidedocument worden vermeld.
Tot de goederen of soorten van goederen bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a, onderscheidenlijk onder b behoren de goederen opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I onderscheidenlijk bijlage K, voor zover deze produkten niet geschikt zijn zonder nadere be- of verwerking in de particuliere verbruikssfeer te worden gebracht.
Ondernemers wier bedrijfsuitoefening gericht is op het leveren van goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I, kunnen met betrekking tot die goederen, voor zover in Nederland aanwezig, in aanmerking komen voor een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a.
Degene die een vergunning voor een niet-plaatsgebonden entrepot wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
In het verzoek dient te worden vermeld:
- a.
de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet;
- b.
de goederen waarop het verzoek betrekking heeft.
In de vergunning neemt de inspecteur nadere regels op met betrekking tot de door de ondernemer te voeren administratie ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder a. In de vergunning vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan de vergunning geldt.
De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken:
- a.
op verzoek van de vergunninghouder;
- b.
in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden nageleefd.
Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën als bedoeld in de Wet op de accijns kan worden aangewezen voor toepassing van de bijzondere bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7.
Voor het verkrijgen van de in het eerste lid bedoelde aanwijzing dient de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een verzoek in bij de inspecteur. In het verzoek dient hij zijn naam, adres en btw-identificatienummer te vermelden. Voorts dient hij de inspecteur een afschrift te verstrekken van zijn vergunning voor die accijnsgoederenplaats.
In de aanwijzing neemt de inspecteur nadere voorwaarden op met betrekking tot de door de vergunninghouder te voeren administratie ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bijzondere bepaling van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 7. Deze voorwaarden bepalen in ieder geval dat de administratie zodanig wordt gevoerd dat bij de uitslag van minerale oliën uit de accijnsgoederenplaats in de zin van de Wet op de accijns de identiteit wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting wordt geheven ter zake van de aan hem verrichte, aan de uitslag voorafgaande levering alsmede dat de hoeveelheid en de soort van de desbetreffende minerale oliën wordt omschreven. Daarbij moet, wanneer bedoelde ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en het btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot die levering. In de aanwijzing vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan de aanwijzing geldt.
De aanwijzing kan worden gewijzigd of ingetrokken:
- a.
op verzoek van de vergunninghouder;
- b.
in geval de voorwaarden voor de aanwijzing niet worden nageleefd.
Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een aanwijzing alsmede het afwijzen van een verzoek om een aanwijzing te verlenen, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een aanwijzing kan niet worden verleend aan degene die een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft verkregen als bedoeld in artikel 42a van de Wet op de accijns.
Ondernemers wier bedrijfsuitoefening erop gericht is om ten behoeve van een andere ondernemer te beschikken over een opslagplaats voor goederen als bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage K, kunnen met betrekking tot die opslagplaats voor die goederen in aanmerking komen voor een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot als bedoeld in de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder b.
Degene die een vergunning voor een plaatsgebonden entrepot wil verkrijgen, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
In het verzoek dient te worden vermeld:
- a.
de naam, het adres, het btw-identificatienummer en de aard van het bedrijf van de ondernemer die het verzoek doet;
- b.
de goederen waarop het verzoek betrekking heeft;
- c.
(vervallen);
- d.
de locatie en de inrichting van de als plaatsgebonden entrepot aan te merken plaats of plaatsen.
In de vergunning neemt de inspecteur ten behoeve van de controle op de juiste toepassing van de bij de wet behorende tabel II, onderdeel a, post 8, onder b, nadere voorwaarden op met betrekking tot de tot het plaatsgebonden entrepot te rekenen plaatsen en de door de ondernemer te voeren administratie. Deze voorwaarden bepalen in ieder geval dat de administratie zodanig wordt gevoerd dat bij de beëindiging van de opslag van de goederen in het entrepot de identiteit wordt vastgelegd van de ondernemer van wie de belasting wordt geheven ter zake van de aan hem verrichte, aan de beëindiging van de opslag voorafgaande levering alsmede dat de hoeveelheid en de soort van de desbetreffende goederen wordt omschreven. Daarbij moet, wanneer bedoelde ondernemer een buitenlandse ondernemer is, de naam en het btw-identificatienummer worden vastgelegd van de fiscaal vertegenwoordiger die voor die ondernemer optreedt met betrekking tot die levering. In de vergunning vermeldt de inspecteur voorts de datum met ingang waarvan deze geldt.
De vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken:
- a.
op verzoek van de vergunninghouder;
- b.
in geval de voorwaarden voor de vergunning niet worden nageleefd.
Het verlenen, het wijzigen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek om een vergunning te verlenen, geschieden bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een verzoek om een vergunning kan worden geweigerd aan de ondernemer die in de vijf aan het verzoek voorafgaande jaren onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de omzetbelasting.
Onder beëindiging van de opslag van goederen in een plaatsgebonden entrepot wordt verstaan:
- a.
het brengen van goederen buiten een plaatsgebonden entrepot dat voor dat soort goederen als zodanig is aangewezen door of in opdracht van de ondernemer die de macht heeft als eigenaar over die goederen te beschikken;
- b.
het verrichten van een zodanige be- of verwerking met betrekking tot in een plaatsgebonden entrepot opgeslagen goederen door of in opdracht van de ondernemer die de macht heeft als eigenaar over die goederen te beschikken, dat die goederen daarna geen goederen meer zijn die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage K, dan wel dat die goederen weliswaar goederen zijn die zijn genoemd in die bijlage, maar geschikt zijn om zonder nadere be- of verwerking in de particuliere verbruikssfeer te worden gebracht.
Artikel 1, aanhef en onderdeel b, van de wet is niet van toepassing wanneer het verworven goed:
- a.
is geleverd met toepassing van artikel 28 sexdecies, lid 1, van de Zesde Richtlijn; of
- b.
ingeval het kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten vanuit de Bondsrepubliek Duitsland betreft, is geleverd met toepassing van artikel 28 sexdecies, lid 4, van de Zesde Richtlijn, onder vermelding van dat artikel op de ter zake van die levering opgemaakte factuur.
Artikel 5a van de wet is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde leveringen.
De in het eerste lid bedoelde leveringen worden voor de toepassing van artikel 28b, tweede lid, van de wet gelijkgesteld met de in dat tweede lid bedoelde leveringen aan de wederverkoper.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1969.
Deze regeling kan worden aangehaald als Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968.
Goederenomschrijving | Post (of onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur |
Haar van varkens of van wilde zwijnen; | 502 |
dassehaar en ander dierlijk haar, voor | |
borstelwerk; afval van dit haar | |
Paardehaar (crin) en afval van paardehaar, ook | 503 |
indien in vliezen, al dan niet op een | |
onderlaag | |
Darmen, blazen en magen van dieren, andere dan | 504 |
die van vissen, in hun geheel of in stukken | |
Vogelhuiden en andere delen van vogels, met | 505 |
veren of dons bezet, veren en delen van veren | |
(ook in dien bijgesneden) en dons, ruw, | |
gereinigd, ontsmet of op andere wijze | |
behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet | |
verder bewerkt; poeder en afval, van veren of | |
van delen van veren | |
Beenderen en hoornpitten, ruw, ontvet of | 506 |
eenvoudig voorbehandeld (doch niet in vorm | |
gesneden), met zuur behandeld of ontdaan van | |
gelatine; poeder en afval van deze stoffen | |
Grijze amber, bevergeil, civet en muskus; | 510 |
Spaanse vlieg; gal, ook indien gedroogd; | |
klieren en andere stoffen van dierlijke | |
oorsprong, die worden gebruikt voor het | |
bereiden van farmaceutische produkten, vers, | |
gekoeld, bevroren of anderszins voorlopig | |
geconserveerd | |
Darmen, blazen en magen van vissen; pezen en | ex 0511 |
zenen; snippers en dergelijk afval van | |
ongelooide huiden en vellen | |
Mout, ook indien gebrand | 1107 |
Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet | 1801 |
gebrand | |
Cacaodoppen, cacaoschillen, cacaovliezen en | 1802 |
andere afvallen van cacao | |
Cacaopasta, ook indien ontvet | 1803 |
Ruwe en niet tot verbruik bereide tabak | ex 2401 |
IJzerkies, ongeroost | 2502 |
Marmer, travertijn, ecaussine en andere | 2515 |
kalksteen voor de steenhouwerij of voor het | |
bouwbedrijf, met een schijnbare dichtheid van | |
2,5 of meer, en albast, ook indien enkel | |
kantrecht behouwen dan wel in blokken of in | |
platen van vierkante of rechthoekige vorm, | |
verkregen door zagen, door splijten of op | |
dergelijke wijze | |
Korrels, scherven, splinters en poeder van de | 2517 41 00 |
steensoorten bedoeld bij de posten 2515 en | |
2516, ook indien zij een warmtebehandeling | |
hebben ondergaan, van marmer | |
Graniet, porfier, basalt, zand steen en andere | 2516 |
natuursteen voor de steenhouwerij of voor het | |
bouwbedrijf, ook indien enkel kantrecht | |
behouwen dan wel in blokken of in platen van | |
vierkante of rechthoekige vorm, verkregen door | |
zagen, door splijten of op dergelijke wijze | |
Kalksteen voor hoogoventoeslag; kalksteen voor | 2521 |
de vervaardiging van kalk of van cement | |
Hydraulisch cement (cementklinker daaronder | 2523 |
begrepen), ook indien gekleurd | |
Metaalertsen en concentraten daarvan; geroost | 2601 t/m 2617 |
ijzerkies (pyrietas) | |
Gegranuleerde hoogovenslakken (slakkenzand) | 2618 |
verkregen bij de vervaardiging van ijzer en | |
staal | |
Slakken (andere dan gegranuleerde | 2619 |
hoogovenslakken), walsschilfers en ander bij | |
de vervaardiging van ijzer en staal verkregen | |
afval | |
Assen en residuen (andere dan die verkregen | 2620 |
bij de vervaardiging van ijzer en staal), die | |
metaal of metaalverbindingen bevatten | |
Andere slakken en andere assen, as van zeewier | ex 2621 |
daaronder begrepen, andere dan uit melasse | |
gewonnen potas | |
Ruwe aardolie en ruwe olie uit bitumineuze | 2709 |
mineralen (voor zover voor raffinaderijen) | |
Petroleumbitumen | 27 13 2000 |
Natuurlijke bitumen en natuurlijk asfalt; | 2714 |
bitumineuze leisteen en bitumineus zand; | |
asfaltiet en asfaltsteen | |
Calciumcarbonaat | 2836 50 00 |
Ruw thorium; resten en afval daarvan | 2844 30 55 |
Tannine (looizuur), alsmede zouten, ethers, | ex 3201 |
esters en andere derivaten daarvan | |
Synthetische organische looistoffen; | 3202 |
anorganische looistoffen; preparaten voor het | |
looien, ook indien zij natuurlijke looistoffen | |
bevatten; enzympreparaten voor het voorlooien | |
Dopes (antiklopmiddelen, oxydatievertragers, | ex 3811 |
peptisatiemiddelen, middelen ter verbetering | |
van de viscositeit, corrosievertragers en | |
dergelijke preparaten), voor minerale olie | |
(benzine daaronder begrepen) | |
Natuurlijke rubber, balata, guttapercha, | ex 4001 |
guayule, chicle en dergelijke natuurlijke | |
gommen, in primaire vormen of in de vorm van | |
gerookte vellen of vellen crêperubber | |
Synthetische rubber en uit olie vervaardigde | ex4002 |
factis, in primaire vormen; mengsels van | |
natuurlijke rubber en synthetische rubber, in | |
de vorm van latex | |
Basismengsels ("masterbatches"), andere dan | ex 4005 |
die bestaande uit mengsels van rubber en | |
carbonblack of dergelijk zwartsel of van | |
rubber met siliciumdioxyde | |
Huiden en vellen, ongelooid (vers, gezouten, | 4101 t/m 4103 |
gedroogd, gekalkt, gepekeld ("pickled") of | |
anderszins geconserveerd, doch niet gelooid, | |
niet tot perkament verwerkt of verder | |
bewerkt), ook indien onthaard of gesplit | |
Kips van Indische runderen, in gehele staat | 4104 10 10 |
(ook indien zonder kop en zonder poten), | |
wegende per stuk niet meer dan 4,5 kg, enkel | |
met plantaardige stoffen voorgelooid of | |
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet | |
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen | |
van werken van leder | |
Huiden en vellen van runderen, van paarden of | ex 4104 |
van paardachtigen, voorgelooid of enkel | |
gelooid | |
Huiden en vellen, van Indische bastaards, | ex 4105 |
enkel met plantaardige stoffen voorgelooid of | |
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet | |
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen | |
van werken van leder | |
Huiden en vellen, van Indische geiten, enkel | ex 4106 |
met plantaardige stoffen voorgelooid of | |
gelooid, ook indien verder bewerkt, maar niet | |
als zodanig bruikbaar voor het vervaardigen | |
van werken van leder | |
Wol, niet gekaard en niet gekamd | 5101 |
Fijn haar en grof haar, niet gekaard en niet | 5102 |
gekamd | |
Afval van wol, van fijn haar of van grof haar, | 5103 |
afval van garen daaronder begrepen doch met | |
uitzondering van rafelwol en van rafelingen | |
van haar | |
Rafelwol en rafelingen van fijn haar of van | 5104 |
grof haar | |
Vlas, ruw of bewerkt, doch niet gesponnen; | 5301 |
werk en afval (afval van garen en rafelingen | |
daaronder begrepen), van vlas | |
Jute en andere bastvezels (andere dan vlas, | 5303 |
hennep en ramee), ruw of bewerkt, doch niet | |
gesponnen; werk en afval (afval van garen en | |
rafelingen daaronder begrepen), van deze | |
vezels | |
Kabel van synthetische filamenten | 5501 |
Kabel van kunstmatige filamenten | 5502 |
Synthetische stapelvezels, niet gekaard, niet | 5503 |
gekamd noch op andere wijze bewerkt met het | |
oog op het spinnen | |
Kunstmatige stapelvezels, niet gekaard, niet | 5504 |
gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het | |
oog op het spinnen | |
Afval van synthetische of van kunstmatige | 5505 |
vezels (kammeling, afval van garen en | |
rafelingen daar onder begrepen) | |
Synthetische stapelvezels, gekaard, gekamd of | 5506 |
op andere wijze bewerkt met het oog op het | |
spinnen | |
Kunstmatige stapelvezels, gekaard, gekamd of | 5507 |
op andere wijze bewerkt met het oog op het | |
spinnen | |
Al dan niet vervilte weefsels, ook indien | ex 5911 |
geïmpregneerd of voorzien van een deklaag van | |
de soort gebruikt voor papiermachines of voor | |
ander technisch gebruik, rondgeweven of | |
eindloos, met enkelvoudige of meervoudige | |
ketting en/of in slag, dan wel plat geweven | |
met meervoudige ketting en/of inslag | |
Lompen en vodden; afval en oud goed van | 6310 |
bindgaren, van touw of van kabel | |
Resten en afval, van edele metalen of van | 7112 |
metalen geplateerd met edele metalen; andere | |
resten en afvallen bevattende edele metalen of | |
verbindingen van edele metalen, van de soort | |
hoofdzakelijk gebruikt voor het terugwinnen | |
van edele metalen | |
Ferrolegeringen | 7202 |
resten en afval van gietijzer, van ijzer of | 7204 10 00 |
van staal | |
7204 21 10 | |
7204 21 90 | |
8548 10 90 | |
7204 30 00 | |
7204 41 10 | |
7204 41 91 | |
7204 41 99 | |
7204 49 10 | |
7204 49 30 | |
7204 49 91 | |
7204 49 99 | |
Ingots van ijzer of van niet-gelegeerd staal, | ex 7206 |
bevattende 0,6 of meer gewichtspercenten | |
koolstof | |
Halffabrikaten van ijzer of van niet-gelegeerd | ex 7207 |
staal, andere dan door continue-gieten | |
verkregen en andere dan gesmede produkten | |
Gewalste platte produkten, enkel warm gewalst, | ex 7208 |
van ijzer of van niet-gedelegeerd staal, | |
bevattende minder dan 0.6 gewichtspercent | |
koolstof, met een breedte van 600 mm of meer | |
Gewalste platte produkten, van ijzer of van | ex 7209 |
niet-gelegeerd staal, enkel koud gewalst, met | |
een breedte van 600 mm of meer, bevattende | |
minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof | |
Gewalste platte produkten, enkel warm gewalst, | ex 7211 |
van ijzer of van niet-gelegeerd staal, | |
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent | |
koolstof, met een breedte van minder dan 600 | |
mm | |
Gewalste platte produkten, enkel koud gewalst, | ex 7211 |
van ijzer of van niet-gelegeerd staal, anders | |
dan bestemd voor het vervaardigen van blik, | |
met een breedte van minder dan 600 mm, | |
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent | |
koolstof | |
Gewalste platte produkten, | ex 7208 |
warm gewalst, van ijzer of van niet-gelegeerd | ex 7211 |
staal, bevattende 0,6 of meer | |
gewichtspercenten koolstof, met een | |
rechthoekige dwarsdoorsnede, met een dikte van | |
1,5 of meer mm en een breedte van meer dan 500 | |
mm, op rollen wegende 500 of meer kg, of | |
overlangs warm gewalst in gesloten kalibers of | |
op het universeel walswerk, met een dikte van | |
meer dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met | |
een breedte van meer dan 150 mm doch niet meer | |
dan 1200 mm | |
Staven van ijzer of van niet-gelegeerd staal, | ex 7214 |
enkel warm gewalst of warm geperst, bevattende | |
minder dan 0,6 gewichtspercent koolstof | |
Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd | ex 7216 |
staal, enkel warm gewalst of warm geperst, | |
bevattende minder dan 0,6 gewichtspercent | |
koolstof | |
Ingots en halffabrikaten van roestvrij staal, | ex 7218 |
anders dan door continue-gieten verkregen | |
Gewalste platte produkten, warm gewalst, van | ex 7219 |
roestvrij staal, met een rechthoekige | |
dwarsdoorsnede, met een dikte van 1,5 of meer | |
mm en een breedte van meer dan 500 mm, op | |
rollen wegende 500 of meer kg, of overlangs | |
warm gewalst in gesloten kalibers of op het | |
universeel wals werk, met een dikte van meer | |
dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met een | |
breedte van meer dan 150 mm doch niet meer dan | |
1200 mm | |
ex 7220 | |
Ingots en halffabrikaten van ander gelegeerd | ex 7224 |
staal, andere dan door continue-gieten | |
verkregen | |
Gewalste platte produkten, warm gewalst, van | ex 7225 |
ander gelegeerd staal met een rechthoekige | |
dwarsdoorsnede, met een dikte van 1,5 of meer | |
mm en een breedte van meer dan 500 mm, op | |
rollen wegende 500 of meer kg, of overlangs | |
warm gewalst in gesloten kalibers of op het | |
universeel walswerk, met een dikte van meer | |
dan 5 mm doch niet meer dan 100 mm en met een | |
breedte van meer dan 150 mm doch niet meer dan | |
1200 mm | |
ex 7226 | |
Kopersteen of ruwsteen; cementkoper | 7401 |
(neergeslagen koper) | |
Niet-geraffineerd koper; anoden van koper voor | 7402 |
het elektrolytisch raffineren | |
Geraffineerd koper en koperlegeringen, ruw | 7403 |
Resten en afval van koper | 7404 |
8548 10 90 | |
Toeslaglegeringen van koper, bevattende niet | ex 7405 |
meer dan 8 gewichtspercenten fosfor | |
Nikkelmatte, nikkeloxydesinters en andere | 7501 |
tussenprodukten van de nikkelmetallurgie | |
Ruw nikkel | 7502 |
Resten en afval, van nikkel | 7503 |
8548 10 90 | |
Ruw aluminium | 7601 |
Ruw lood | 7801 |
Resten en afval, van lood | 7802 |
8548 10 90 | |
Ruw zink | 7901 |
Resten en afval, van zink | 7902 |
8548 10 90 | |
Ruw tin | 8001 |
Resten en afval, van tin | 8002 |
Ruw kobalt; resten en afval van kobalt | ex 8105 10 10 |
8105 10 90 | |
Ruw bismut; resten en afval van bismut | ex 8106 00 10 |
Ruw cadmium; resten en afval van cadmium | ex 8107 10 10 |
8107 10 90 | |
ex 8548 10 90 | |
Ruw titaan; resten en afval van titaan | ex 8108 10 10 |
8108 10 90 | |
Ruw zirkonium; resten en afval van zirkonium | ex 8109 10 10 |
8109 10 90 | |
Ruw antimoon; resten en afval van antimoon | ex 8110 00 11 |
8110 00 19 | |
Ruw mangaan; resten en afval van mangaan | ex 8111 00 11 |
8111 00 19 | |
Ruw chroom, germanium, vanadium, gallium, | ex 8112 |
hafnium (celtium), indium, niobium | |
(columbium), rhenium en thallium; resten en | |
afval van deze metalen | |
Motoren voor vliegtuigtoestellen zwaarder dan | 8407 10 10 |
de lucht, omschreven in de aanvullende | |
aantekening 1 (gecombineerde nomenclatuur) op | |
hoofdstuk 84 | |
8407 10 90 | |
Straalmotoren (reactiemotoren) | 8411 11 10 |
8411 11 90 | |
8411 12 11 | |
8411 12 13 | |
8411 12 19 | |
8411 12 90 | |
8412 10 10 | |
8412 10 90 |
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Goederenomschrijving | Post (of onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur |
Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), | 714 |
salepwortel, aardperen, bataten (zoete | |
aardappelen) en dergelijke wortels en knollen | |
met een hoog gehalte aan zetmeel of aan | |
inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, | |
ook indien in stukken of in pellets; merg van | |
de sagopalm | |
Ongebrande koffie | 0901 11 00 |
0901 12 00 | |
Thee | 902 |
Granen | 1001 t/m 1008 |
Oliehoudende zaden en vruchten | 1201 t/m 1207 |
Vetten en oliën | 1501 t/m 1516 |
ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen | 1520 |
Ruwe suiker | 1701 11 10 t/m 1701 12 90 |
Melasse verkregen bij de extractie of de | 1703 |
raffinage van suiker | |
Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet | 1801 |
gebrand | |
Tapioca | ex 1903 |
Producten voor menselijke consumptie, elders | 2106 |
genoemd noch elders onder begrepen, voor zover | |
deze producten nog een be- of verwerking | |
moeten ondergaan voordat zij aan | |
eindgebruikers worden geleverd | |
Resten en afval van de voedselindustrie | 2301 t/m 2308 |
Bereidingen van de soort gebruikt voor het | 2309 |
voederen van dieren, voor zover deze producten | |
nog een be- of verwerking moeten ondergaan | |
voordat zij aan eindgebruikers worden geleverd | |
Zout; zwavel; aarde en steen; gips, kalk en | 2501 t/m 2530 |
cement | |
IJzererts en concentraten daarvan, geroost | 2601 |
ijzerkies (pyrietas) daaronder begrepen | |
Molybdeenerts en concentraten daarvan | 2613 |
Steenkool; briketten, eierkolen en dergelijke | 2701 |
van steenkool vervaardigde vaste brandstoffen | |
Olie en andere produkten, verkregen bij het | 2707 |
distilleren van hoge-temperatuur- | |
steenkoolteer; soortgelijke produkten waarin | |
het gewicht van de aromatische bestanddelen | |
dat van de niet-aromatische overtreft | |
Ruwe aardolie en ruwe olie uit bitumineuze | 2709 |
mineralen | |
Lichte oliën | 2710 00 11 en 2710 00 15 |
Speciale lichte oliën | 2710 00 21 en 2710 00 25 |
Lichte reactiemotorbrandstof en andere lichte | 2710 00 37 en 2710 00 39 |
oliën | |
Halfzware oliën | 2710 00 59 |
Gasolie | 2710 00 65 |
Stookolie | 2710 00 71 |
Smeeroliën en andere oliën | 2710 00 87 t/m 2710 00 98 |
Vloeibaar gemaakt ethyleen, propyleen, | 2711 14 00 |
butyleen en butadieen | |
Andere vloeibaar gemaakte gasvormige | 2711 19 00 |
koolwaterstoffen, andere dan aardgas, propaan | |
en butanen | |
Gasvormige koolwaterstoffen | 2711 29 00 |
Vaseline, paraffine, microkristallijne was uit | 2712 |
aardolie, "slack wax", ozokeriet montaanwas, | |
turfwas, andere minerale was en dergelijke | |
door synthese of op andere wijze verkregen | |
produkten, ook indien gekleurd | |
Anorganische chemische produkten; anorganische | 2801 t/m 2851 |
of organische verbindingen van edele metalen, | |
van radioactieve elementen, van zeldzame | |
aardmetalen en van isotopen | |
Organische chemische produkten | 2901 t/m 2942 |
Synthetische organische kleurstoffen ook | 3204 |
indien chemisch welbepaald; preparaten bedoeld | |
bij aantekening 3 op dit hoofdstuk, op basis | |
van synhetische organische kleurstoffen; | |
synthetische organische producten van de soort | |
gebruikt als flu orescerende heldermakende | |
stoffen of als "lichtgevende stoffen" | |
(luminoforen), ook indien chemisch welbepaald | |
Pigmenten en preparaten op basis van | 3206 30 00 |
cadmiumverbindingen | |
Etherische oliën (ook indien daaruit de | ex 3301 |
terpenen zijn afgesplitst), vast of vloeibaar; | |
harsaroma's; door extractie verkregen | |
oleoharsen; geconcentreerde oplossingen van | |
etherische oliën in vet, in vette oliën, in | |
was of in dergelijke stoffen, verkregen door | |
enfleurage of door maceratie; terpeenhoudende | |
bijprodukten, afgesplitst uit etherische | |
oliën; gedistilleerd aromatisch water en | |
waterige oplossingen van etherische oliën | |
Mengsels van reukstoffen en mengsels | ex3302 |
(oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op | |
basis van een of meer van deze | |
zelfstandigheden met andere stoffen, van de | |
soort gebruikt als grondstof voor de | |
industrie; andere bereidingen op basis van | |
reukstoffen, van de soort gebruikt voor de | |
vervaardiging van dranken | |
Organische tensioactieve produkten (andere dan | 3402 |
zeep); tensioactieve bereidingen, wasmiddelen | |
(hulppreparaten voor het wassen daaronder | |
begrepen) en reinigingsmiddelen, ook indien | |
zeep bevattend, andere dan die bedoeld bij | |
post 3401 | |
Aardolie of olie uit bitumineuze mineralen | 3403 11 00 t/m 3403 19 99 |
bevattende smeermiddelen (boor, snij- en | |
draaiolie (koelolie), preparaten voor het | |
losmaken van bouten en moeren, roest- en | |
corrosiewerende preparaten en preparaten voor | |
het insmeren van vormen, op basis van | |
smeermiddelen, daaronder begrepen), alsmede | |
preparaten van de soort gebruikt voor het | |
smouten, vetten of oliën van textiel, van | |
leder, van pelterijen of van andere stoffen, | |
andere dan preparaten die 70 of meer | |
gewichtspercenten aardolie of olie uit | |
bitumineuze mineralen bevatten en waarvan het | |
karakter door deze olie wordt bepaald | |
Enzymen; bereidingen van enzymen, elders | 3507 |
genoemd noch elders onder begrepen | |
Diverse produkten van de chemische industrie | 3801 t/m 3824 |
Polymeren van ethyleen, in primaire vormen | 3901 |
Polymeren van propyleen of van andere | 3902 |
olefinen, in primaire vormen | |
Polymeren van styreen, in primaire vormen | 3903 |
Polymeren van vinylchloride of van andere | 3904 |
halogeenolefinen, in primaire vormen | |
Polyacetalen, andere polyethers en | 3907 |
expoxyharsen, in primaire vormen; | |
polycarbonaten, alkydharsen, polyallylesters | |
en andere polyesters, in primaire vormen | |
Petroleumharsen, cumaronharsen, indeenharsen | 3911 10 00 |
of cumaronindeenharsen en polyterpenen | |
Andere platen, vellen, foliën, stroken en | 3920 |
strippen, van kunststof zonder celstructuur, | |
niet versterkt, gelaagd of op dergelijke wijze | |
gecombineerd met andere stoffen, niet op een | |
drager | |
Synthetische rubber en uit olie vervaardigde | 4002 |
factis, in primaire vormen of in platen, | |
vellen of strippen; mengsels van produkten | |
bedoeld bij post 4001 met produkten bedoeld | |
bij deze post, in primaire vormen of in | |
platen, vellen of strippen | |
Synthetische filamentgarens (andere dan | 5402 |
naaigarens), niet opgemaakt voor de verkoop in | |
het klein, synthetische monofilamenten van | |
minder dan 67decitex daaronder begrepen | |
Ferrolegeringen | 7202 |
Halffabrikaten van ijzer of van niet-gelegeerd | 7207; |
staal | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7208; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, warm gewalst, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7209; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, koud gewalst, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7210; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, geplateerd of bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7211; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van | |
minder dan 600 mm, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7212; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van | |
minder dan 600 mm, geplateerd of bekleed | |
Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd | 7216; |
staal | |
Gewalste platte producten van roestvrij staal, | 7219; |
met een breedte van 600 mm of meer | |
Gewalste platte producten van roestvrij staal, | 7220; |
met een breedte van minder dan 600 mm | |
Ander gelegeerd staal in ingots of in andere | 7224 |
primaire vormen; | |
halffabrikaten van ander gelegeerd staal | |
Gewalste platte producten van ander gelegeerd | 7225; |
staal, met een breedte van 600 mm of meer | |
Gewalste platte producten van ander gelegeerd | 7226; |
staal, met een breedte van minder dan 600 mm | |
Niet-geraffineerd koper; anoden van koper voor | 7402 |
het elektrolytisch raffineren | |
Geraffineerd koper en koperlegeringen, ruw | 7403 |
Nikkeloxydesinters en andere tussenprodukten | 7501 20 00 |
van de nikkelmetallurgie | |
Ruw nikkel | 7502 |
Staven, profielen en draad, van nikkel | 7505 |
Platen, bladen en strippen, van nikkel | 7506 |
Ruw aluminium | 7601 |
Resten en afval, van aluminium | 7602 |
Poeder en schilfers, van aluminium | 7603 |
Staven en profielen, van aluminium | 7604 |
Draad van aluminium | 7605 |
Platen, bladen en strippen, van aluminium, met | 7606 |
een dikte van meer dan 0,2 mm | |
Bladaluminium met een dikte van niet meer dan | 7607 |
0,2 mm | |
Buizen en pijpen, van aluminium | 7608 |
Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van | 7609 |
aluminium | |
Constructiewerken en delen van | 7610 |
constructiewerken, van aluminium, andere dan | |
de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij | |
post 9406; platen, staven, profielen, buizen | |
en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt | |
voor gebruik in constructiewerken | |
Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken | 7612 |
en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht | |
welke goederen, van aluminium, met een | |
inhoudsruimte van meer dan 300 liter, niet | |
voorzien van een mechanische inrichting of van | |
een inrichting om te koelen of te warmen, ook | |
indien inwendig bekleed of voorzien van een | |
warmte-isolerende bekleding | |
Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van | 7614 |
aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden | |
van elektriciteit | |
Ruw lood | 7801 |
Ruw zink | 7901 |
Platen, bladen en strippen, van zink | 7905 |
Ruw tin | 8001 |
Molybdeen en werken daarvan, resten en afval | 8102 |
daaronder begrepen | |
Magnesium en werken daarvan, resten en afval | 8104 |
daaronder begrepen | |
Kobaltmatte en andere tussenprodukten van de | 8105 |
kobaltmetallurgie; kobalt en werken daarvan, | |
resten en afval daaronder begrepen | |
Bismut en werken daarvan, resten en afval | 8106 |
daaronder begrepen | |
Cadmium en werken daarvan, resten en afval | 8107 |
daaronder begrepen | |
ex 8548 10 90 | |
Titaan en werken daarvan, resten en afval | 8108 |
daaronder begrepen | |
Antimoon en werken daarvan, resten en afval | 8110 |
daaronder begrepen | |
Mangaan en werken daarvan, resten en afval | 8111 |
daaronder begrepen | |
Beryllium, chroom, germanium, vanadium, | 8112 |
gallium, hafnium (celtium), indium, niobium | |
(columbium), rhenium en thallium, alsmede | |
werken van deze metalen, resten en afval | |
daaronder begrepen |
- a.
schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);
- b.
originele gravures, originele etsen en originele litho's, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek (GN-code 9702 00 00);
- c.
originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code 9703 00 00);
- d.
tapisserieën (GN-code 5805 00 00) en wandtextiel (ex 6304), met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk zijn;
- e.
unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;
- f.
emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen en edelsmeedwerk;
- g.
foto's die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.
- a.
postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedagsenveloppen en dergelijke, gestempeld of, indien ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden (GN-code 9704 00 00);
- b.
verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang (GN-code 9705 00 00).
andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).
Goederenomschrijving | Post (of onderverdeling) van de gecombineerde nomenclatuur |
Ongebrande koffie | 0901 11 00 |
0901 12 00; | |
Thee | 0902; |
Granen | 1001 t/m 1008; |
Oliehoudende zaden en vruchten | 1201 t/m 1207; |
Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet | 1801; |
gebrand | |
Molybdeenerts en concentraten daarvan | 2613; |
Anorganische chemische produkten; anorganische | 2801 t/m 2851; |
of organische verbindingen van edele metalen, | |
van radioactieve elementen, van zeldzame | |
aardmetalen en van isotopen | |
Pigmenten en preparaten op basis van | 3206 30 00; |
cadmiumverbindingen | |
Organische tensioactieve producten (andere dan | 3402 |
zeep); tensioactieve bereidingen, wasmiddelen | |
(hulppreparaten voor het wassen daaronder | |
begrepen) en reinigingsmiddelen, ook indien | |
zeep bevattend, andere dan die bedoeld bij | |
post 3401 | |
Onkruidbestrijdingsmiddelen | 3808 30 27; |
Polyacetalen, andere polyethers en | #3907 |
epoxyharsen, in primaire vormen; | |
polycarbonaten, alkydharsen, polyallylesters | |
en andere polyesters, in primaire vormen | |
Polyamiden in primaire vormen | 3908 |
Aminoharsen, fenolharsen en polyurethanen, in | 3909 |
primaire vormen | |
Natron- en sulfaatcellulose, andere dan die | 4703; |
bedoeld bij post 4702 | |
Zilver (verguld zilver en geplatineerd zilver | 7106; |
daaronder begrepen), onbewerkt, halfbewerkt of | |
in poedervorm ... | |
Platina, onbewerkt, halfbewerkt of in | 7110; |
poedervorm ... | |
Ferrolegeringen ... | 7202; |
Halffabrikaten van ijzer of van niet-gelegeerd | 7207; |
staal | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7208; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, warm gewalst, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7209; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, koud gewalst, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7210; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 | |
mm of meer, geplateerd of bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7211; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van | |
minder dan 600 mm, niet geplateerd noch | |
bekleed | |
Gewalste platte producten, van ijzer of van | 7212; |
niet-gelegeerd staal, met een breedte van | |
minder dan 600 mm, geplateerd of bekleed | |
Staven van ijzer of van niet-gelegeerd staal, | 7214 |
enkel gesmeed, warm gewalst, warm getrokken of | |
warm geperst, ook indien na het walsen | |
getordeerd | |
Andere staven van ijzer of van niet-gelegeerd | 7215 |
staal | |
Profielen van ijzer of van niet-gelegeerd | 7216; |
staal | |
Gewalste platte producten van roestvrij staal, | 7219; |
met een breedte van 600 mm of meer | |
Gewalste platte producten van roestvrij staal, | 7220; |
met een breedte van minder dan 600 mm | |
Gewalste platte producten van ander gelegeerd | 7225; |
staal, met een breedte van 600 mm of meer | |
Gewalste platte producten van ander gelegeerd | 7226; |
staal, met een breedte van minder dan 600 mm | |
Damwandprofielen van ijzer of van staal, ook | 7301 |
indien van gaten voorzien of bestaande uit | |
aaneengezette delen; gelaste profielen van | |
ijzer of van staal | |
Andere buizen en pijpen (bijvoorbeeld gelast, | 7305 |
geklonken, genageld, gefelst), met een rond | |
profiel en met een uitwendige diameter van | |
meer dan 406,4 mm, van ijzer of van staal | |
Andere buizen, pijpen en holle profielen | 7306 |
(bijvoorbeeld gelast, geklonken, genageld, | |
gefelst of met enkel tegen elkaar liggende | |
randen), van ijzer of van staal | |
Niet-geraffineerd koper; anoden van koper voor | 7402 00 00; |
het elektrolytisch raffineren ... | |
Geraffineerd koper en koperlegeringen, ruw ... | 7403; |
Toeslaglegeringen van koper ... | 7405 00 00; |
Draad van koper | 7408; |
Nikkeloxydesinters en andere tussenprodukten | 7501 20 00; |
van de nikkelmetallurgie | |
Ruw nikkel | 7502; |
Staven, profielen en draad, van nikkel | 7505; |
Platen, bladen en strippen, van nikkel | 7506; |
Ruw aluminium | 7601; |
Resten en afval, van aluminium | 7602 |
Poeder en schilfers, van aluminium | 7603 |
Staven en profielen, van aluminium | 7604 |
Draad van aluminium | 7605 |
Platen, bladen en strippen, van aluminium, met | 7606 |
een dikte van meer dan 0,2 mm | |
Bladaluminium met een dikte van niet meer dan | 7607 |
0,2 mm | |
Buizen en pijpen, van aluminium | 7608 |
Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van | 7609 |
aluminium | |
Constructiewerken en delen van | 7610 |
constructiewerken, van aluminium, andere dan | |
de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij | |
post 9406; platen, staven, profielen, buizen | |
en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt | |
voor gebruik in constructiewerken | |
Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken | 7612 |
en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht | |
welke goederen, van aluminium, met een | |
inhoudsruimte van meer dan 300 liter, niet | |
voorzien van een mechanische inrichting of van | |
een inrichting om te koelen of te warmen, ook | |
indien inwendig bekleed of voorzien van een | |
warmte-isolerende bekleding | |
Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van | 7614 |
aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden | |
van elektriciteit | |
Ruw lood | 7801; |
Ruw zink | 7901; |
Platen, bladen en strippen, van zink | 7905 00 00; |
Ruw tin | 8001; |
Andere onedele metalen; cermets; werken van | Hoofdstuk 81. |
deze stoffen |
Lijst van gouden munten als bedoeld in artikel 28j, eerste lid, onderdeel c, van de wet (artikel 29a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968)
(Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 2002/C 279/4 en 2002/C 309/20)
Geldig voor het jaar 2003
Land van uitgifte/Munteenheid
Land van uitgifte/Munteenheid |
Albanië |
20 leke |
50 leke |
100 leke |
200 leke |
500 leke |
Andorra |
100 diners |
250 diners |
1 sovereign |
Anguilla |
100 dollars |
Argentinië |
1 argentino |
Australië |
5 dollars |
15 dollars |
25 dollars |
50 dollars |
100 dollars |
150 dollars |
200 dollars |
250 dollars |
1/20 ounce |
1/10 ounce |
¼ ounce |
½ ounce |
1 pound |
½ sovereign |
1 sovereign |
Bahama's |
10 dollars |
20 dollars |
50 dollars |
100 dollars |
150 dollars |
200 dollars |
België |
10 ecu |
25 ecu |
50 ecu |
100 ecu |
20 francs |
5 000 francs |
Bermuda |
100 dollars |
Bhutan |
1 sertum |
2 sertums |
5 sertums |
Bolivia |
4 000 pesos bolivianos |
Botswana |
150 pula |
10 thebe |
Brazilië |
(4 000 reis) |
(5 000 reis) |
(6 400 reis) |
Burundi |
10 francs |
25 francs |
50 francs |
100 francs |
Canada |
1 dollar |
2 dollars |
5 dollars |
10 dollars |
20 dollars |
50 dollars |
100 dollars |
175 dollars |
200 dollars |
350 dollars |
1 sovereign |
Chili |
2 pesos |
5 pesos |
10 pesos |
20 pesos |
50 pesos |
China |
25 (yuan) |
50 (yuan) |
100 (yuan) |
400 (yuan) |
450 (yuan) |
500 (yuan) |
1 000 (yuan) |
Colombia |
1 peso |
2½ pesos |
10 pesos |
20 pesos |
Cookeilanden |
250 dollars |
Costa Rica |
5 colones |
20 colones |
1 500 colones |
5 000 colones |
Congo |
10 francs |
25 francs |
50 francs |
100 francs |
Denemarken |
10 kroner |
20 kroner |
Dominicaanse Republiek |
30 pesos |
100 pesos |
200 pesos |
250 pesos |
Duitsland |
10 mark |
20 mark |
Ecuador |
1 condor |
10 sucres |
Eiland Man |
1/20 angel |
1/10 angel |
¼ angel |
½ angel |
1 angel |
1¼ angel |
2½ angel |
5 angel |
10 angel |
15 angel |
20 angel |
1/25 crown |
1/10 crown |
1/5 crown |
½ crown |
3/4 crown |
1 crown |
2 pence |
5 pence |
10 pence |
1 penny |
1 pound |
1¼ pound |
2 pounds |
2½ pounds |
5 pounds |
25 pounds |
50 pounds |
(½ sovereign) |
(1 sovereign) |
(2 sovereigns) |
(5 sovereigns) |
El Salvador |
200 colones |
250 colones |
Ethiopië |
400 birr |
600 birr |
100 (dollars) |
200 (dollars) |
Fiji |
200 dollars |
250 dollars |
Filipijnen |
1 000 piso |
1 500 piso |
5 000 piso |
Frankrijk |
10 francs |
20 francs |
40 francs |
50 francs |
100 francs |
500 francs |
Gabon |
25 francs |
50 francs |
5 000 francs |
10 000 francs |
20 000 francs |
Gambia |
200 dalasis |
Gibraltar |
2 crowns |
25 pounds |
50 pounds |
100 pounds |
½ royal |
1 royal |
Griekenland |
2500 drachmai |
5000 drachmai |
Guinee |
2 000 francs |
5 000 francs |
Haïti |
20 gourdes |
50 gourdes |
100 gourdes |
200 gourdes |
500 gourdes |
1 000 gourdes |
Honduras |
200 lempiras |
Hongarije |
4 forint = 10 francs |
200 forint |
500 forint |
10 korona |
20 korona |
100 korona |
IJsland |
10 000 kronur |
India |
1 sovereign |
Indonesië |
100 000 rupiahs |
Iran |
(1 azadi) |
(¼ pahlavi) |
(½ pahlavi) |
(1 pahlavi) |
(2½ pahlavi) |
(5 pahlavi) |
(10 pahlavi) |
Israël |
100 lirot |
200 lirot |
500 lirot |
1 000 lirot |
5 000 lirot |
500 sheqel |
Italië |
10 lire |
20 lire |
40 lire |
80 lire |
100 lire |
Jamaica |
100 dollars |
250 dollars |
Jersey |
1 pound |
2 pounds |
5 pounds |
10 pounds |
20 pounds |
25 pounds |
50 pounds |
sovereign |
Joegoslavië |
100 dinara |
200 dinara |
500 dinara |
1 000 dinara |
5 000 dinara |
Jordanië |
10 dinars |
25 dinars |
50 dinars |
60 dinars |
Katanga |
5 francs |
Kenia |
100 shillings |
250 shillings |
500 shillings |
Kiribati |
150 dollars |
Lesotho |
2 maloti |
4 maloti |
10 maloti |
20 maloti |
250 maloti |
500 maloti |
Liberia |
25 dollars |
Luxemburg |
20 francs |
Malawi |
250 kwacha |
Maleisië |
250 ringgit |
500 ringgit |
Malta |
25 (liri) |
50 (liri) |
Marshalleilanden |
20 dollars |
50 dollars |
200 dollars |
Mauritius |
200 rupees |
500 rupees |
1 000 rupees |
Mexico |
2 pesos |
2½ pesos |
5 pesos |
10 pesos |
20 pesos |
50 pesos |
250 pesos |
500 pesos |
1 000 pesos |
2 000 pesos |
1/20 onza |
1/10 onza |
¼ onza |
½ onza |
1 onza |
Monaco |
200 francs |
Mongolië |
750 (tugrik) |
1 000 (tugrik) |
Nederland |
(1 dukaat) |
(2 dukaat) |
1 gulden |
5 gulden |
10 gulden |
Nederlandse Antillen |
5 gulden |
10 gulden |
50 gulden |
100 gulden |
300 gulden |
Nicaragua |
50 cordobas |
Niger |
10 francs |
25 francs |
50 francs |
100 francs |
Oeganda |
50 shillings |
100 shillings |
500 shillings |
1 000 shillings |
Oostenrijk |
(1 ducat) |
(4 ducats) |
10 euro |
25 euro |
50 euro |
100 euro |
4 gulden = 10 francs |
8 gulden = 20 francs |
10 kronen |
20 kronen |
100 kronen |
25 schilling |
100 schilling |
200 schilling |
500 schilling |
1 000 schilling |
2 000 schilling |
Oman |
(1 rial) |
(5 rials) |
(15 rials) |
(20 rials) |
(75 rials) |
Pakistan |
3 000 rupees |
Panama |
100 balboas (uitgezonderd uitgaven na 1980 en 1980 canal centennial) |
500 balboas (uitgezonderd uitgaven na 1979) |
Peru |
1/5 de libra |
½ de libra |
1 libra |
5 soles |
10 soles |
20 soles |
50 soles |
100 soles |
Polen |
20 zlotych |
500 zlotych |
200 000 zlotych |
500 000 zlotych |
Portugal |
10 000 reis |
Rusland |
5 (roubles) |
7½ (roubles) |
10 (roubles) |
15 (roubles) |
50 (roubles) |
100 (roubles) |
200 (roubles) |
Rwanda |
10 francs |
25 francs |
50 francs |
100 francs |
San Marino |
5 scudi |
10 scudi |
Senegal |
25 francs |
50 francs |
100 francs |
Seychellen |
1 000 rupees |
1 500 rupees |
Sierra Leone |
¼ golde |
½ golde |
1 golde |
5 golde |
10 golde |
20 leones |
50 leones |
100 leones |
250 leones |
500 leones |
Singapore |
1 dollar |
2 dollars |
25 dollars |
50 dollars |
100 dollars |
150 dollars |
250 dollars |
500 dollars |
Soedan |
25 pounds |
50 pounds |
100 pounds |
Somalië |
200 shillings |
500 shillings |
1 500 shillings |
Suriname |
100 gulden |
Swaziland |
2 emalangeni |
5 emalangeni |
10 emalangeni |
20 emalangeni |
25 emalangeni |
50 emalangeni |
150 emalangeni |
1 lilangeni |
Syrië |
(1 pound) |
Tanzania |
1 500 shilingi |
Thailand |
(150 baht) |
(300 baht) |
(400 baht) |
(600 baht) |
(800 baht) |
(3 000 baht) |
(5 000 baht) |
Tonga |
½ hau |
1 hau |
¼ koula |
½ koula |
1 koula |
Tunesië |
2 dinars |
5 dinars |
10 dinars |
20 dinars |
40 dinars |
75 dinars |
10 francs |
20 francs |
5 piastras |
Turkije |
(25 kurush/piastres) |
(50 kurush/piastres) |
(100 kurush/piastres) |
(250 kurush/piastres) |
(500 kurush/piastres) |
½ lira |
1 lira |
10 000 lira |
Tuvalu |
50 dollars |
Vaticaanstad |
20 lire |
Venezuela |
(10 bolivares) |
(20 bolivares) |
1 000 bolivares |
5 000 bolivares |
10 000 bolivares |
Verenigde Arabische Emiraten |
(500 dirhams) |
(750 dirhams) |
Verenigd Koninkrijk |
(1/3 guinea) |
(½ guinea) |
2 pounds |
5 pounds |
10 pounds |
25 pounds |
50 pounds |
100 pounds |
(½ sovereign) |
(1 sovereign) |
(2 sovereigns) |
(5 sovereigns) |
Verenigde Staten |
1 dollar |
2½ dollars |
5 dollars |
10 dollars |
20 dollars |
25 dollars |
50 dollars |
West-Samoa |
50 tala |
100 tala |
Zambia |
250 kwacha |
Zuid-Afrika |
1/10 krugerrand |
¼ krugerrand |
½ krugerrand |
1 krugerrand |
½ pond |
1 pond |
1 rand |
2 rand |
½ sovereign |
1 sovereign |
Zuid-Korea |
50 000 won |
Zwitserland |
10 francs |
20 francs |