U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 15-07-2009.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 13 november 1969, houdende regelen omtrent de verontreiniging van oppervlaktewateren Wet verontreiniging oppervlaktewaterenWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat regelen dienen te worden gesteld tot het tegengaan en tot het voorkomen van verontreiniging van oppervlaktewateren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk13 november 1969. JULIANA. De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. A. BAKKER.De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. J. H. KRUISINGA.De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.de zestiende december 1969. De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.

Het is verboden bij het in oppervlaktewateren brengen van de in artikel 1, eerste lid, bedoelde stoffen een op grond van artikel 1a van toepassing zijnde grenswaarde te overschrijden.

Wij kunnen bij algemene maatregel van bestuur ter bescherming van bijzondere levensgemeenschappen of soorten voor daarbij aan te wijzen typen watersystemen bijzondere eisen stellen ten aanzien van de kwaliteit van die watersystemen vanaf een daarbij te bepalen tijdstip. De artikelen 5.1, tweede tot en met vijfde lid, en 5.2 tot en met 5.4, alsmede artikel 21.6, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Wet milieubeheer zijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van artikel 21.6, zesde lid, van die wet wordt een maatregel als bedoeld in de eerste volzin, gelijkgesteld met een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, van die wet.

Het is verboden afvalstoffen waarop de verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) van toepassing is, binnen Nederlands grondgebied te brengen, indien dat naar het oordeel van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu.

Vervallen

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen vastgesteld met betrekking tot het onderwerp dezer wet voor de in artikel 3, eerste lid, bedoelde oppervlaktewateren, alsmede voor de volle zee.

Vervallen

In een geval als bedoeld in artikel 7b, eerste lid, waarin burgemeester en wethouders bevoegd zijn de krachtens de betrokken wet vereiste vergunning te verlenen, is artikel 7d van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat gedeputeerde staten op een daartoe strekkend verzoek van burgemeester en wethouders een bindende aanwijzing kunnen geven aan het orgaan dat krachtens deze wet bevoegd is de beschikking op de aanvrage te geven.

Indien en voorzover blijkt dat een houder van een vergunning door wijziging of intrekking van zijn vergunning schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen, zal hem een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding worden toegekend ten laste van het openbaar lichaam, dat die beschikking in eerste aanleg heeft gegeven. Het besluit inzake de toekenning van schadevergoeding wordt genomen bij afzonderlijke beschikking.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Wij stellen bij algemene maatregel van bestuur regelen omtrent het verrichten van metingen van de waterkwaliteit in oppervlaktewateren.

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Door vernummering vervallen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een vergunning krachtens artikel 1 te verlenen, heeft tot taak:

Met betrekking tot de handhaving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn de artikelen 18.3 tot en met 18.16 van de Wet milieubeheer van toepassing.

Een gedraging in strijd met een aan een vergunning verbonden voorschrift, is verboden.

Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel V van de wet tot invoering van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne ingevolge artikel 7 van deze wet, zoals dit luidde tot dat tijdstip, gegeven beschikking, wordt na die inwerkingtreding beschouwd als een vergunning krachtens artikel 1, eerste, derde of vierde lid, van deze wet.

Het bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning krachtens artikel 1 te verlenen draagt er zorg voor dat vergunningen, verleend voor lozingen vanuit inrichtingen waartoe gpbv-installaties als bedoeld in de Wet milieubeheer behoren, voorzover die niet in overeenstemming zijn met de regels die voor 31 oktober 2007 ter uitvoering van de richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEU L 24) bij of krachtens deze wet zijn gesteld, uiterlijk met ingang van die datum daarmee in overeenstemming zijn.

Het ontwerp van een ministeriële regeling, vast te stellen krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 2a, derde lid, wordt ten minste een maand voor de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de Staten-Generaal.

De bevoegdheid tot het maken van verordeningen door gemeenten en waterschappen, veenschappen en veenpolders blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet gehandhaafd voor zover deze verordeningen niet met deze wet in strijd zijn.

Geen vergunning als bedoeld in deze wet is vereist voor het brengen in oppervlaktewateren en voor het brengen vanuit of over het grondgebied van Nederland in het water van de volle zee van splijtstoffen, ertsen of radioactieve andere stoffen, voorzover het brengen van die stoffen in oppervlaktewateren en in het water van de volle zee aan een vergunning krachtens artikel 15 of artikel 29 van de Kernenergiewet, dan wel aan krachtens artikel 21 of artikel 32 van die wet gestelde regelen gebonden is.

Vervallen

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De vaststelling van regelen bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in de artikelen 1, tweede en derde lid, 1a, eerste lid, 2a, eerste lid, 2d, eerste lid, 13, 14, 15 en 31, vierde lid, geschiedt mede ter uitvoering van door de Raad van Ministers der Europese Gemeenschappen vastgestelde richtlijnen en de ter uitvoering daarvan door die Raad genomen besluiten.

Deze wet kan worden aangehaald als Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.