U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2023.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 10 december 1969, houdende nieuwe regeling van de toekenning van uitkering en van pensioen aan politieke ambtsdragers, zomede van pensioen aan hun nabestaanden Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragersWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regelingen tot toekenning van uitkering en van pensioen aan politieke ambtsdragers, zomede van pensioen aan hun nabestaanden, te herzien;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk10 december 1969.JULIANA.De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,DE JONG.De Minister van Binnenlandse Zaken,H. K. J. BEERNINK.de dertigste december 1969.De Minister van Justitie a.i.,H. K. J. BEERNINK.

De bepalingen van deze wet voor het partnerpensioen zijn van overeenkomstige toepassing op het bijzonder partnerpensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.

De bepalingen van deze wet voor het partner- en wezenpensioen zijn van overeenkomstige toepassing op het tijdelijk pensioen, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.

Op een bij of krachtens deze wet vastgestelde pensioenregeling zijn de artikelen 47, 53, 55, vierde lid, en 97 van de Pensioenwet van overeenkomstige toepassing.

Ieder jaar dat de betrokkene als minister werkzaam is geweest, of in het genot is geweest van een uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3, is voor hem een dienstjaar.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het tijdelijk pensioen is gelijk aan het pensioen waarop recht zou bestaan indien de vermiste op de dag van zijn vermissing was overleden.

Een partnerpensioen, een bijzonder partnerpensioen en een wezenpensioen wordt geïndexeerd op een wijze die gelijk is aan de indexering die wordt gehanteerd ten aanzien van het partnerpensioen, het bijzonder partnerpensioen en het wezenpensioen van overheidswerknemers.

Wij, de Raad van State gehoord, verklaren het uitzicht of het recht op pensioen geheel of gedeeltelijk vervallen, indien degene die dat uitzicht of recht heeft:

Vervallen

Vervallen

Op uitkeringen en pensioenen op grond van deze afdeling is beslag mogelijk overeenkomstig de voorschriften van het gemene recht.

Onverschuldigd betaalde uitkeringen of pensioenen op grond van deze afdeling kunnen worden teruggevorderd.

Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 34d, tweede lid, en artikel 34e, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.

Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de uitkering of het pensioen geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen.

Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van bezoldiging is geëindigd, ontlasten de Staat, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de Staat van het eindigen van de volmacht kennis kreeg.

Beslag omvat in dit hoofdstuk ook de invordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten aanzien van de uitkeringen die zijn toegekend ter zake van een ontslag vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet aanpassing uitkeringsduur Appa, blijft de uitkeringsduur van kracht zoals deze gold op de dag voorafgaand aan dat tijdstip.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde wordt verstaan onder:

De voordracht voor een krachtens de artikelen 52a, 52b of 52c vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een persoon die kamerlid is of kamerlid is geweest, heeft met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 4 en de artikelen 39c tot en met 40c recht op ouderdomspensioen, met dien verstande dat:

Vervallen

De partner en de gewezen partner van een kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerd kamerlid heeft met overeenkomstige toepassing van de artikelen 15, 17, 21, 22 tot en met 23a, 28, 31 en 34, alsmede de artikelen 40d tot en met 40f en de nadere regels op grond van artikel 45a recht op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, met dien verstande dat in artikel 40c voor «diensttijd» gelezen wordt «kamerlidtijd».

Na het overlijden van een kamerlid, gewezen kamerlid of gepensioneerd kamerlid hebben zijn wezen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, 21, 25, 27, 28, 28a, 31 en 34a alsmede de artikelen 40g en 40h en de nadere regels op grond van 45a recht op een wezenpensioen.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Het pensioen waarop twee of meer volle wezen recht hebben wordt, indien het als een eenheid is toegekend, voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht aan ieder van genoemde wezen te zijn toegekend tot een bedrag, gelijk aan dat pensioen gedeeld door hun aantal.

Voor de toepassing van artikel 97 geldt het volgende:

Indien de belanghebbende een gehuwde vrouw is, wordt voor de toepassing van artikel 97 uitgegaan van het algemeen pensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde.

Indien een algemeen pensioen wordt toegekend of herzien over een tijdvak waarover reeds pensioen werd betaald en dientengevolge te veel pensioen is betaald, kan de Sociale verzekeringsbank het te veel betaalde pensioen ten behoeve van het lichaam te welks laste het pensioen komt, inhouden op het algemeen pensioen, voor zover betrekking hebbende op evengenoemd tijdvak.

De bepalingen van dit hoofdstuk blijven buiten toepassing ten aanzien van degenen die op grond van gemoedsbezwaren hun recht op algemeen pensioen niet geldend maken, met dien verstande dat zij zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing vinden met betrekking tot diegenen van evenbedoelden, die recht hebben op een uitkering als bedoeld in artikel 48 van de Algemene Ouderdomswet.

In een beschikking tot toekenning van pensioen worden de voor het pensioen medetellende diensttijd alsmede het bedrag waarover het pensioen wordt berekend vastgesteld.

De stukken die Onze Minister nodig acht voor de toepassing van deze paragraaf zijn vrij van leges.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De besluiten ter uitvoering van deze wet, met uitzondering van de Vijfde Afdeling, worden genomen door Onze Minister.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Deze afdeling is niet van toepassing op een gedeputeerde die is benoemd met toepassing van artikel 44b van de Provinciewet.

Bij eervol ontslag van een burgemeester wegens opheffing van de gemeente komt de uitkering ten laste van hoofdstuk VII van de Rijksbegroting.

Een persoon die lid van gedeputeerde staten is geweest, heeft met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk 4 en de artikelen 39c tot en met 40c recht op ouderdomspensioen, met dien verstande dat:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De partner en de gewezen partner van een lid van gedeputeerde staten, gewezen lid van gedeputeerde staten of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten heeft met overeenkomstige toepassing van de artikelen 15, 17, 21, 22 tot en met 23a en 28, 28a, 28b, 31 en 34 alsmede de artikelen 39c en 40c tot en met 40f en de nadere regels op grond van artikel 45a recht op partnerpensioen of bijzonder partnerpensioen, met dien verstande dat de bevoegdheid in artikel 31, tweede lid, wordt uitgeoefend door provinciale staten.

Na het overlijden van een lid van gedeputeerde staten, gewezen lid van gedeputeerde staten of gepensioneerd lid van gedeputeerde staten hebben zijn kinderen met overeenkomstige toepassing van de artikelen 18, 21, 25, 27, 28, 28a, 31 en 34a alsmede de artikelen 39c, 40g en 40h en de nadere regels op grond van artikel 45a recht op een wezenpensioen, met dien verstande dat de bevoegdheid in artikel 31, tweede lid, wordt uitgeoefend door provinciale staten.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Hoofdstuk 17 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pensioenen.

Vervallen

Ten aanzien van een pensioen op grond van deze afdeling, waaronder niet begrepen de inbouw- en franchisebedragen, is artikel 105 van overeenkomstige toepassing.

Ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pensioenen zijn de artikelen 111, 122, 123 en 128 van overeenkomstige toepassing.

De rijksbelastingdienst verstrekt Onze Minister de benodigde gegevens ten behoeve van de verrekening van een belanghebbende van inkomsten met een uitkering als bedoeld in de hoofdstukken 3, 10 en 21.

Het bepaalde in artikel 116 is ten aanzien van de in deze afdeling bedoelde pensioenen van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

De besluiten ter uitvoering van deze afdeling worden genomen door gedeputeerde staten, het college van burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap, tenzij anders is bepaald.

Op uitkeringen en pensioenen op grond van deze afdeling is beslag mogelijk overeenkomstig de voorschriften van het gemene recht.

Onverschuldigd betaalde uitkeringen of pensioenen op grond van deze afdeling kunnen worden teruggevorderd.

Voor de toepassing van artikel 475b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden, onverminderd artikel 162c, tweede lid, en artikel 162d, derde lid, verrekening en korting gelijkgesteld met beslag.

Indien verscheidene schuldeisers uit hoofde van beslag of korting aanspraak hebben op een deel van de uitkeringen of pensioenen geschiedt de verdeling naar evenredigheid der inschulden, voor zover niet de ene schuldeiser voorrang heeft boven de anderen.

Betaling of afgifte aan een gemachtigde, nadat een volmacht tot voldoening of invorderingen van de uitkering of het pensioen is geëindigd, ontlasten de provincie, de gemeente of het waterschap, indien een gegeven opdracht tot de betaling of afgifte niet meer tijdig kon worden ingetrokken, toen de provincie, de gemeente of het waterschap van het eindigen van de volmacht kennis kreeg.

Beslag omvat in dit hoofdstuk ook de invordering, bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990.

Vervallen

In afwijking van artikel 130 is deze afdeling niet van toepassing op gewezen commissarissen van de Koning, gewezen burgemeesters en gewezen leden van het dagelijks bestuur van een waterschap die in de vervulling van dat ambt overheidswerknemer waren in de zin van de Wet privatisering ABP, en wier ontslag of aftreden is ingegaan vóór de datum van inwerkingtreding van die bepaling.

Ten aanzien van leden van het dagelijks bestuur van een waterschap die na de waterschapsverkiezingen in 2008 op 8 januari 2009 zijn herbenoemd, wordt voor de opbouw van het pensioen over de pensioengeldige tijd tot en met 7 januari 2009 gerekend met de pensioengrondslag gebaseerd op de bezoldiging die het lid van het dagelijks bestuur genoot op 7 januari 2009.

Ten aanzien van de uitkeringen die zijn toegekend ter zake van een ontslag of aftreden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet aanpassing uitkeringsduur Appa, blijft de uitkeringsduur van kracht zoals deze gold op de dag voorafgaand aan dat tijdstip.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De kosten van de in deze wet bedoelde uitkeringen en pensioenen en de kosten van de overname van en de gedeeltelijke vergoeding van de premie die ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet daarover wordt geheven, voor zover niet is bepaald dat deze kosten ten laste van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds komen, komen ten laste van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting, voor zover deze kosten betrekking hebben op ministers, gewezen ministers, gepensioneerde ministers, nabestaanden en wezen van gewezen ministers, en ten laste van Hoofdstuk II van de rijksbegroting, indien meergenoemde kosten betrekking hebben op leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, gepensioneerde kamerleden, nabestaanden en wezen van deze leden.

Voor de jaren tot en met de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen dat artikel 18a van de Wet op de loonbelasting 1964 geen bepaling kent van de pensioenrichtleeftijd, is de pensioenrichtleeftijd 65 jaar.

Deze wet kan worden aangehaald als: Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers.