Ministeriële regeling · BWBR0002793
Uitvoering artikel 93 Zaaizaad- en Plantgoedwet
Gelet op artikel 93 van de Zaaizaad- en Plantgoedwet,
Besluit:
's-Gravenhage10 december 1971 De Minister van Landbouw en VisserijVoor deze,De secretaris-generaal, VanSetten.Deze regeling verstaat onder ‘keuringsinstelling’ één van de navolgende keuringsinstellingen:
- a.
Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor Zaaizaad en Pootgoed van Landbouwgewassen (N.A.K.);
- b.
Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw (Naktuinbouw).
De merken, etiketten, certificaten, sluitingen, plombes en andere bewijsstukken, waarvan het gebruik door de in artikel 1 onder a, b en c genoemde keuringsinstellingen ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet wordt voorgeschreven, worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze beschikking behorende modellen en afbeeldingen, waarvan een gewaarmerkt exemplaar voor een ieder ter inzage ligt bij de betreffende keuringsinstelling.
De grootte der bewijsstukken behoeft niet met de in het eerste lid bedoelde modellen onderscheidenlijk afbeeldingen overeen te stemmen.
De merken, etiketten, certificaten, sluitingen, plombes en andere bewijsstukken, waarvan het gebruik door een keuringsinstelling, genoemd in artikel 1, onder d, ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet wordt voorgeschreven, zijn die, welke op grond van de Keuringswet tuinbouwzaden en plantgoed zijn vastgesteld.
De vóór 1 januari 1972 door een keuringsinstelling afgegeven bewijsstukken blijven ook na dat tijdstip van kracht.
De beschikking van 23 augustus 1968, nr. J 2179, Stcrt. 166 wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1972.