U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.

Regeling · BWBR0002810

Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart

Wijzigingen Officiële bron
Rijkswet van 23 juni 1972, houdende voorzieningen op het gebied van de zeescheepvaart in buitengewone omstandighedenRijkswet Noodvoorzieningen ScheepvaartWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is nieuwe regelen te stellen, opdat in geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verbandhoudende buitengewone omstandigheden in het belang van het Koninkrijk beperkingen gesteld kunnen worden aan de overdracht en de bewegingen van- en het vervoer van goederen of personen met zeeschepen onder de vlag van het Koninkrijk, alsmede de onbeperkte beschikking daarover verkregen kan worden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk inachtgenomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad, het Gouvernementsblad van Suriname en hetPublicatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk23 juni 1972.JULIANA.De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,B. BIESHEUVEL.De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,R. J. H. KRUISINGA.De Minister voor Surinaamse en Nederlands-Antilliaanse Zaken,P. J. LARDINOIS.De Minister van Buitenlandse Zaken,N. SCHMELZER.De Minister van Financiën,R. J. NELISSEN.De Minister van Defensie,H. J. DE KOSTER.De Minister van Economische Zaken,H. LANGMAN.De Minister van Landbouw en Visserij,P. J. LARDINOIS.de tiende augustus 1972.De Minister van Justitie,VAN AGT.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze Rijkswet bepaalde wordt verstaan onder:

Onze Minister kan aan reders van schepen onder de vlag van het Koninkrijk aanwijzingen geven met betrekking tot de bestemming van de reis, het aandoen of het vermijden van bepaalde havens en wateren en de te vervoeren goederen of personen; met betrekking tot schepen, welke zich buiten het rechtsgebied van het Koninkrijk bevinden, kunnen de aanwijzingen eveneens aan de kapitein van het schip worden gegeven; de reders en kapiteins der schepen zijn gehouden aan de aanwijzingen gevolg te geven; de aanwijzingen kunnen niet strekken tot beschikbaarstelling van scheepsruimte. In bij of krachtens algemene maatregel van Rijksbestuur aan te wijzen gevallen wordt de reder een vergoeding toegekend voor de schade, voor hem voortvloeiende uit ingevolge dit artikel gegeven aanwijzingen; de vergoeding wordt vastgesteld op de wijze omschreven in artikel 24.

De vergoeding, welke voor de beschikbaarstelling van scheepsruimte aan de reder van het schip wordt verleend, wordt vastgesteld op de wijze, omschreven in artikel 24.

Onze Minister is bevoegd bepaalde of alle schepen onder de vlag van het Koninkrijk, dan wel bepaalde groepen daarvan, in gebruik te vorderen.

Onze Minister kan met de eigenaar overeenkomen, dat de krachtens het vorige artikel aan deze verschuldigde vergoeding geheel of gedeeltelijk zal worden voldaan door inbetalinggeving van één of meer schepen.

Voor de toepassing van deze rijkswet in de Nederlandse Antillen of in Aruba kan Onze Minister van de aan hem verleende bevoegdheden mandaat verlenen aan Onze Gouverneur aldaar. Onze Minister geeft, na overleg met de betrokken Gevolmachtigde Minister, aanwijzingen ter uitoefening van deze bevoegdheden.

Indien Onze Minister dan wel Onze Gouverneur personen aanwijst om namens hem te vorderen, vergunningen te verlenen of te handelen overeenkomstig artikel 22, tweede lid, moeten deze zijn voorzien van een daartoe strekkende algemene of bijzondere schriftelijke machtiging, welke vermeldt, tot welk tijdstip zij geldt. In spoedeisende gevallen kan deze machtiging achterwege blijven, mits de aanwijzing van de personen door de daartoe ten dienste staande middelen algemeen bekend is gemaakt.

De bedragen der vergoedingen, welke ingevolge de artikelen 4, 7 en 9, tiende lid, 11, derde èn vierde lid, 12, eerste en tweede lid, 13, eerste lid, 16, elfde lid en 17, eerste lid, eigenaren, vruchtgebruikers of reders verleend worden of door eigenaren verschuldigd zijn, komen ten laste van, onderscheidenlijk ten goede aan Nederland.

Hij die handelt in strijd met een hem ingevolge artikel 4 gegeven aanwijzing, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste € 4 500, dan wel indien de geldboete wordt opgelegd door de strafrechter in de Nederlandse Antillen of Aruba, een geldboete van ten hoogste ANG 10 000 onderscheidenlijk AWG 10 000.

De feiten, strafbaar gesteld bij de artikelen 26 en 27, worden beschouwd als misdrijven; de feiten, strafbaar gesteld bij artikel 28 worden beschouwd als overtredingen.

De artikelen 26, 27, 28 en 29 zijn van toepassing, ongeacht waar het feit plaatsvindt.

Vervallen

Een bij of krachtens deze Rijkswet opgelegde verplichting is opgeheven voor zover het voldoen hieraan zou medebrengen dat niet kan worden voldaan aan een verplichting die bij of krachtens deze of een andere wet is opgelegd

Bevat wijzigingen in deze wet.

Deze Rijkswet kan worden aangehaald als "Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart."

Deze Rijkswet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.