Beleidsregel · BWBR0002832

Toepassing registratiewet 1970

Wijzigingen Officiële bron
Toepassing registratiewet 1970Toepassing registratiewet 1970 De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Voor akten welk in meervoud worden geregistreerd dienen slechts eenmaal kosten van registratie in rekening te worden gebracht.

Indien een akte, bedoeld in art. 2, van het Uitvoeringsbesluit Registratiewet 1970, ook beschikkingen bevat welke niet onder dat artikel vallen, behoren – overeenkomstig de onder de Registratiewet 1917 ter zake gevolgde gedragslijn – niettemin geen kosten van registratie te worden berekend. Als voorbeeld kan worden genoemd een akte van scheiding van een nalatenschap, waarin een schuld wegens overbedeling wordt kwijtgescholden (art. 2, letter b).

Art. 20, tweede lid, letter a, van de Uitvoeringsbeschikking Registratiewet 1970 verplicht de notaris de inschrijvingen in het repertorium te voorzien van een per jaar doorlopend volgnummer. Het is niet vereist, dat de notaris ieder jaar opnieuw met nummer 1 begint; hij kan dus over de jaren heennummeren. Het staat de notaris echter ook vrij om per jaar opnieuw met het nummeren te beginnen.

In afwijking van P.W. nr. 10529 keur ik goed dat, ingeval een notaris die als plaatsvervanger een akte heeft verleden en dit in de akte vermeldt, het standpunt inneemt dat de akte behoort tot het protocol van de vervangen notaris (c.q. het vacante notariskantoor) en in het repertorium van laatstbedoelde notaris (c.q. dat kantoor) moet worden ingeschreven, de inspecteur daarin berust. Een dergelijke akte moet dan door de notaris-plaatsvervanger ter registratie worden aangeboden bij de inspecteur binnen wiens ambtsgebied de standplaats van de vervangen notaris (c.q. het vacante kantoor) is gelegen.