Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 30 maart 1973, houdende instelling van een Sociaal en Cultureel PlanbureauBesluit houdende instelling van een Sociaal en Cultureel PlanbureauWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 23 maart 1973,

Stafbureau Onderzoek en Planning nr. U 1427;

handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Raad van Ministers.

Overwegende:

-. dat het wenselijk is door een wetenschappelijke fundering en oriëntering een samenhangend en doelmatig overheidsbeleid, gericht op het sociaal en cultureel welzijn, te bevorderen;

-. dat daartoe kan worden bijgedragen door de instelling van een orgaan voor studie, te noemen Sociaal en Cultureel Planbureau;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Soestdijk30 maart 1973JULIANA.De Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk,P. J. ENGELS.de tiende mei 1973.De Minister van Justitie,VAN AGT.

Dit besluit verstaat onder "Onze Ministers": Onze Minister van Algemene Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Economische Zaken, van Landbouw en Visserij, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Er is een Sociaal en Cultureel Planbureau, hierna te noemen, het Bureau, dat onder Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur ressorteert.

Naast de in artikel 4 genoemde taken kan het Bureau op verzoek van een van Onze Ministers de door deze gevraagde werkzaamheden verrichten.

Het Bureau kan rechtstreeks in overleg treden met ambtelijke en niet-ambtelijke deskundigen. Voor de medewerking van ambtelijke deskundigen behoeft het de instemming van Onze betrokken Ministers.

Het Bureau en het Begeleidingscollege kunnen nadere regelen stellen voor hun werkwijze.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die van de dagtekening van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.