Regeling · BWBR0002964
Besluit voorschriften veeartsenijkundig toezicht op veemarkten
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw en Visserij van 14 februari 1975, No. J 363, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op artikel 5 van de Veewet;
De Raad van State gehoord (advies van 5 maart 1975, no. 17);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 23 april 1975, No. J 607, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Soestdijk1 mei 1975JulianaDe Minister van Landbouw en Visserij,Van der Stee.de vijfde juni 1975De Minister van Justitie,Van AgtIn dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
"verordening": door Ons goedgekeurde gemeentelijke verordening op de veemarkten als bedoeld in artikel 5 van de Veewet;
- b.
"veemarktterrein": het bij de verordening voor het houden van veemarkten aangewezen terrein, bestaande uit een marktplaats en een voorterrein;
- c.
"marktplaats": het bij de verordening voor het opstellen van het vee ten behoeve van de verkoop aangewezen gedeelte van het veemarktterrein;
- d.
"voorterrein": het gedeelte van het veemarktterrein dat niet is de marktplaats;
- e.
"keuring": klinisch onderzoek door de bevoegde dierenarts;
- f.
"inspecteur": inspecteur-districtshoofd van de Veeartsenijkundige Dienst van het district waarbinnen het veemarktterrein is gelegen.
Het is slechts toegestaan veemarkt te houden op het veemarktterrein.
Het is niet toegestaan veemarkt te houden indien het veemarktterrein niet voldoet aan de in paragraaf 3 gestelde eisen.
Op het veemarktterrein moet ten behoeve van de reiniging van dit terrein en de daarop aanwezige voorwerpen een voldoende aantal aansluitingen op de openbare waterleiding en een voldoende aantal kolken aangesloten op de openbare riolering aanwezig zijn.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het toegestaan dat in plaats van aansluitingen op de openbare waterleiding een andere installatie voor de watervoorziening aanwezig is, mits deze voldoende water levert van voldoende kwaliteit.
Op het voorterrein moet ten minste één afzonderlijke, goed afsluitbare, doelmatig ingerichte ruimte aanwezig zijn voor de afzondering van zieke, wrakke en gewonde dieren.
Nabij de voor de keuring bestemde plaats moeten aanwezig zijn:
- a.
een lokaliteit voor de met de keuring belaste dierenarts en diens hulppersoneel;
- b.
de nodige middelen ter reiniging en ontsmetting.
Tijdens de keuring moet tot bijstand van de met de keuring belaste dierenarts het nodige hulppersoneel aanwezig zijn.
Indien op het veemarktterrein met een tussenruimte van in de regel een maand of korter veemarkt wordt gehouden, moet
- 1°.
dit terrein in zijn geheel zijn geplaveid;
- 2°.
dit terrein ten behoeve van de veemarkt op zodanige wijze van de openbare weg worden afgescheiden, dat doelmatige controle op het binnenkomen op en het verlaten van het terrein mogelijk is;
- 3°.
het voorterrein ten behoeve van de veemarkt op zodanige wijze van de marktplaats worden afgescheiden dat geen vee op de marktplaats kan worden aangevoerd zonder ter keuring te zijn aangeboden;
- 4°.
op of nabij het voorterrein een voldoende voorziening voor de reiniging en ontsmetting van veewagens aanwezig zijn.
Het is niet toegestaan vee op de marktplaats aan te voeren anders dan binnen het daartoe bij de verordening aangewezen tijdvak, met dien verstande, dat aanvoer vroeger dan een half uur na zonsopgang slechts is toegestaan, indien op het veemarktterrein een installatie aanwezig is welke voldoende kunstlicht voor de keuring levert.
Het is niet toegestaan:
- 1.
een ander gedeelte van het veemarktterrein dan het voorterrein te gebruiken voor de aan- en afvoer van vee;
- 2.
een ander gedeelte van het veemarktterrein dan het bij de verordening daartoe aangewezen gedeelte van het voorterrein te gebruiken voor het lossen en laden van vee;
- 3.
gestorven vee te lossen op het veemarktterrein;
- 4.
de verschillende diersoorten op het veemarktterrein te houden elders dan op daartoe bij de verordening aangegeven afzonderlijke gedeelten van het voorterrein en de marktplaats;
- 5.
vee ten behoeve van de verkoop op te stellen elders dan op het bij de verordening voor de betreffende diersoort daartoe aangewezen gedeelte van de marktplaats;
- 6.
een ander gedeelte van het veemarktterrein dan het bij de verordening daartoe aangewezen gedeelte van het voorterrein te gebruiken voor het reinigen en ontsmetten van veewagens waarmee vee ter veemarkt is aangevoerd.
Het is niet toegestaan vee op de marktplaats te brengen of te houden dan nadat bij een tevoren van gemeentewege verrichte keuring is gebleken dat tegen toelating geen bezwaren bestaan.
Artikel 5: 20 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de met de keuring belaste dierenarts.
Het brengen van vee naar de marktplaats is slechts toegestaan op bij de verordening aangegeven wijze en langs daarbij aangewezen toegangen, met dien verstande, dat de aanvoer van
- 1°.
éénhoevige dieren en vrouwelijke runderen ouder dan één jaar niet anders is toegestaan dan afzonderlijk geleid en in niet groter aantal dan twee tegelijk langs één toegang;
- 2°.
stieren ouder dan één jaar niet anders is toegestaan dan afzonderlijk geleid langs één toegang en voorzien van een neusring of knieband dan wel anderszins op zodanige wijze, dat zij geen gevaar opleveren voor mens of dier;
- 3°.
schapen niet anders is toegestaan dan voldoende gespreid.
Zieke, gewonde en wrakke dieren en dieren, die op grond van de uitslag van de keuring niet tot de marktplaats zijn toegelaten, dienen, totdat zij worden afgevoerd, te worden ondergebracht in een in artikel 4 bedoelde ruimte.
Degene, die vee op het veemarktterrein aanvoert of anderszins onder zijn hoede heeft, dient ieder ongeval, ieder duidelijk geval van ziekte, ieder dreigend sterfgeval en ieder sterfgeval dat zich onder deze dieren voordoet onverwijld te melden aan de met de keuring belaste dierenarts.
Het is niet toegestaan reeds gebruikt strooisel op de marktplaats te brengen, of anders dan van gemeentewege, daarvan weg te voeren.
De marktplaats en de ten behoeve van de veemarkt gebruikte hulpmaterialen dienen na beëindiging van die markt onverwijld deugdelijk te worden gereinigd en ontsmet.
Het bepaalde in het eerste lid is eveneens van toepassing met betrekking tot de gedeelten van het voorterrein, welke zijn gebruikt voor het laden en lossen van vee en het opslaan van huiden en vellen.
De aanvoer van en de handel in huiden en vellen is op de marktplaats niet toegestaan.
In bijzondere gevallen kunnen door of vanwege het gemeentebestuur, in overeenstemming met de inspecteur, één of meer gedeelten van het voorterrein worden aangewezen voor het opstellen van vee ten behoeve van de verkoop.
Op vorenbedoeld gedeelte of vorenbedoelde gedeelten van het voorterrein zijn de bepalingen van dit besluit, welke op de marktplaats betrekking hebben, van toepassing.
De inspecteur is bevoegd in verband met het dreigen, optreden of heersen van een besmettelijke veeziekte bijzondere voorschriften betreffende het veeartsenijkundig toezicht te geven.
Het besluit van 23 februari 1922, Stb. 76, tot uitvoering van artikel 5 van de Veewet, wordt ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking twee jaren na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.