U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 27-11-1998.

Regeling · BWBR0002965

Besluit ongeregeld luchtvervoer

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 2 mei 1975, houdende regels inzake het ongeregeld luchtvervoer Besluit ongeregeld luchtvervoer Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 7 april 1975, nr. Jur/L 21 811, Rijksluchtvaartdienst;

Gelet op artikel 76, eerste lid onder k en l, van de Luchtvaartwet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 april 1975, nr. 17);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 24 april 1975, nr. Jur/L 22 143, Rijksluchtvaartdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk 2 mei 1975 Juliana De Minister van Verkeer en Waterstaat, T. Westerterp de negentwintigste mei 1975 De Minister van Justitie, Van Agt

De begripsbepalingen, gegeven bij of krachtens de Luchtvaartwet, zijn ook van toepassing op dit besluit en op de krachtens dit besluit gegeven Ministeriële beschikkingen.

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt voorts verstaan onder:

commercieel vervoer: vluchten, waarbij passagiers en/of vracht worden vervoerd en de vervoers- en/of verdere kosten geheel of gedeeltelijk, direct of indirect, worden doorberekend aan deze passagiers en/of de bevrachter.

ongeregeld vervoer: vluchten, uitgevoerd anders dan in geregeld luchtvervoer als gedefinieerd in artikel 1, onder g, van de Regeling Toezicht Luchtvaart (Stb. 1971, 676).

Dit besluit is van toepassing op alle vluchten in ongeregeld vervoer door luchtvaartmaatschappijen in, naar of uit Nederland of met Nederland als tussenstation.

Voor zover bij internationale overeenkomst niet anders is bepaald mogen vluchten in ongeregeld vervoer slechts worden uitgevoerd krachtens een daartoe strekkende toestemming door Onze Minister aan de betrokken luchtvaartmaatschappij.

Het bepaalde in artikel 3 geldt niet, indien door Onze Minister daarvan ontheffing is verleend.

Vervallen

Bij het overwegen van de te nemen beschikkingen wordt in acht genomen hetgeen is bepaald in de Verordening (EEG), nr. 2408/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes (PbEG L 240/8) en, voor zover die verordening niet van toepassing is, het in dit besluit bepaalde.

Onze Minister stelt met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 nadere regels vast met betrekking tot het uitvoeren van vluchten als bedoeld in artikel 2.

Hij is bevoegd met betrekking tot het commercieel vervoer tarieven en vervoersvoorwaarden goed te keuren of voor te schrijven.

Indien het nemen van beschikkingen inzake het verlenen van toestemming overeenkomstig artikel 5 aan de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst is overgedragen kunnen belanghebbenden tegen dergelijke beschikkingen beroep instellen bij Onze Minister.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Dit besluit kan worden aangeduid als "Besluit ongeregeld luchtvervoer".

Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.