Wet · BWBR0003075

Comptabiliteitswet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 8 december 1976, houdende regeling van het beheer van 's Rijks financiën ComptabiliteitswetWij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) te vervangen door nieuwe wettelijke bepalingen, mede ter uitvoering van de artikelen 136 en 193 van de Grondwet, voor het beheer van ’s Rijks financiën;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk 8 december 1976 JULIANA. De Staatssecretaris van Financiën, A. DE GOEDE. de achtentwintigste december 1976. De Minister van Justitie, VAN AGT.

Vervallen

Vervallen

De memorie van toelichting bij een voorstel van wet tot vaststelling van een begroting vermeldt met betrekking tot elk begrotingsartikel de volgende gegevens:

Onze Minister van Financiën biedt op de in artikel 8, vierde lid, genoemde dag aan de Staten-Generaal de miljoenennota aan. Daarin worden in elk geval opgenomen:

Overbrenging, geheel of gedeeltelijk, van begrotingsartikelen van een begroting naar een andere begroting in verband met een wijziging van de taakverdeling tussen ministeries geschiedt bij wet.

Schriftelijke voorstellen, voornemens en toezeggingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid, bevatten in de toelichting daarbij een afzonderlijk onderdeel, waarin alle financiële gevolgen voor het Rijk en, waar mogelijk, de financiële gevolgen voor andere maatschappelijke sectoren worden vermeld. Daarbij wordt tevens aangegeven in hoeverre de financiële gevolgen voor het Rijk zijn begrepen in de laatste bij de Tweede Kamer ingediende begroting en in de meerjarenramingen, bedoeld in artikel 7, aanhef en onder e.

Onze Minister van Financiën stelt regels met betrekking tot:

Onze Minister van Financiën bepaalt de criteria die gehanteerd worden voor het instellen van een begrotingsreserve als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, en stelt de voorwaarden vast voor de toevoeging en de onttrekking van gelden aan de reserve.

Onze Minister van Financiën sluit overeenkomsten tot het aangaan van geldleningen door de Staat, nadat hij daartoe machtiging bij de wet heeft ontvangen.

Het verrichten namens de Staat van een privaatrechtelijke rechtshandeling met een geldelijk belang geschiedt op een wijze die:

De geldigheid van privaatrechtelijke rechtshandelingen wordt niet aangetast indien de bij of krachtens deze wet gestelde regels niet worden nageleefd, tenzij het betreft het niet naleven van de regels omtrent de bevoegdheid van de handelende personen, gesteld bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 27 en 28.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven met betrekking tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en kan worden voorgeschreven dat bepaalde privaatrechtelijke rechtshandelingen worden verricht in afwijking van het bepaalde in artikel 27 en 28.

Aan de Algemene Rekenkamer wordt toegevoegd een secretaris die op voordracht van de Rekenkamer bij koninklijk besluit wordt benoemd en ontslagen. Schorsing geschiedt door de Rekenkamer.

De Algemene Rekenkamer stelt voor haar werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit reglement wordt door plaatsing in de Staatscourant bekend gemaakt.

Geen besluiten zullen in de vergadering van het college kunnen worden genomen, indien niet tenminste de meerderheid der leden van het college tegenwoordig is. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen; wanneer de stemmen staken, beslist de stem van de president.

Ten aanzien van de financiële verantwoording van het Rijk onderzoekt de Algemene Rekenkamer of deze verantwoording aansluit op de financiële verantwoordingen, bedoeld in artikel 51, eerste lid, en overeenkomstig de daarvoor gegeven voorschriften is opgesteld.

Op verzoek van elk van de beide kamers van de Staten-Generaal kan de Algemene Rekenkamer bepaalde onderzoeken instellen.

Indien de zorg voor een administratie aan een derde wordt uitbesteed, dan is de Algemene Rekenkamer bevoegd mede aan de hand van de administratie van de betrokken derde dan wel bij degene die de administratie in opdracht van die derde voert een onderzoek in te stellen, waarbij het bepaalde in artikel 54, eerste lid, van overeenkomstige toepassing is.

Onze Minister van Financiën biedt uiterlijk op 1 maart na afloop van elk jaar aan de Staten-Generaal de voorlopige rekening aan, waarin een overzicht wordt gegeven van de voorlopige stand van de gerealiseerde bedragen aan uitgaven en ontvangsten.

Onze Minister van Financiën kan regels stellen met betrekking tot de totstandkoming en de inrichting van de financiële verantwoording, bedoeld in artikel 65.

De financiële verantwoording, bedoeld in artikel 65, eerste lid, bevat per dienst die een baten-lastenstelsel voert een onderdeel omtrent de financiële verantwoording van die dienst.

Onze Minister van Financiën stelt zo nodig nadere regels met betrekking tot diensten die een baten-lastenstelsel voeren in het algemeen, dan wel één of enkele agentschappen in het bijzonder.

Onze Minister van Financiën kan regels stellen in afwijking van het bepaalde in deze wet en in de wetten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

Deze wet kan worden aangehaald onder de titel: Comptabiliteitswet.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen