U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-10-1999.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 12 januari 1977, tot vaststelling van de Wet op het centraal testamentenregisterWet op het centraal testamentenregisterWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regelen betreffende de registratie van testamenten te herzien en aan te passen aan de behoeften van de praktijk;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk12 januari 1977JulianaDe Minister van Justitie,Van Agtde derde februari 1977De Minister van Justitie,Van Agt

De notaris door of ten overstaan van wie een akte als bedoeld in artikel 1 is verleden, is verplicht uiterlijk op de eerste werkdag volgende op die waarop de akte is verleden aan het testamentenregister op een door Onze Minister van Justitie vast te stellen formulier opgaaf te doen van de in het vorige artikel bedoelde gegevens, alsmede van de woonplaats van de persoon die de akte deed verlijden of te verklaren dat en om welke reden deze gegevens niet kunnen worden opgegeven.

Onze Minister van Justitie doet de in artikel 998, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akten onverwijld na de registratie tegen ontvangstbewijs overbrengen naar de algemene bewaarplaats der minuten, registers en repertoria als bedoeld in artikel 57 van de Wet op het notarisambt, te 's-Gravenhage.