Regeling · BWBR0003110
Machtigingswet instelling visserijzone
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gezien de internationale ontwikkeling wenselijk is dat het Koninkrijk een visserijzone van maximaal twee honderd zeemijlen kan instellen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad en het Publikatieblad van de Nederlandse Antillen zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage8 juni 1977JulianaDe Minister van Buitenlandse Zaken,M. van der StoelDe Minister van Landbouw en Visserij,Van der SteeDe Minister van Justitie,Van AgtDe Minister van Defensie,A. Stemerdinkde dertigste juni 1977De Minister van Justitie,Van AgtWij behouden Ons de bevoegdheid voor een visserijzone in te stellen in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 2 en 3.
Het Koninkrijk oefent de uitsluitende rechtsbevoegdheid ten aanzien van visserij-aangelegenheden uit in een zone ter breedte van ten hoogste 200 zeemijlen, gemeten van de basislijn van de territoriale zee van het Koninkrijk.
De buitengrens van de visserijzone zal worden bepaald in overeenstemming met die andere Staten van wie een overeenkomstige zone grenst aan die van het Koninkrijk.
Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Zij kan worden aangehaald als "Machtigingswet instelling visserijzone".