U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 11-05-1991.
Wijzigingen Officiële bron
Vaststelling instructie voor de Reconstructiecommissie Midden-DelflandVaststelling instructie voor de Reconstructiecommissie Midden-DelflandDe Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, in overeenstemming met de Ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van Landbouw en Visserij, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën,

Gelet op artikel 3, vijfde lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland (Stb. 1977, 233),

Besluit:

vast te stellen als instructie voor de reconstructiecommissie:

's-Gravenhage23 juni 1978 De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, P. A. C.Beelaerts van Blokland

De reconstructiecommissie vergadert als regel eens per 2 maanden en voorts:

Alle vergaderingen, met uitzondering van die, welke naar het oordeel van de voorzitter een spoedeisend karakter dragen, worden met inachtneming van een termijn van ten minste 7 dagen uitgeschreven onder opgave van de te behandelen punten.

De leden, de adviserende leden en de op grond van artikel 3, vierde lid, van de Reconstructiewet Midden-Delfland (hierna te noemen de Wet) aangewezen ingenieur van het kadaster ontvangen een uitnodiging. De leden, de adviserende leden en de ingenieur kunnen zich doen vervangen na overleg met de voorzitter. De leden en de plaatsvervangende leden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, hebben stemrecht.

Tot het nemen van geldige besluiten is de aanwezigheid van ten minste 8 leden of plaatsvervangende leden vereist. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. Bij staking der stemmen beslist de voorzitter.

De reconstructiecommissie benoemt een agendacommissie. Deze zal bestaan uit de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de secretaris, de voorzitters en secretarissen van de subcommissies, de voorzitter van het Bureau van Uitvoering en de ingenieur van het kadaster.

De agendacommissie stelt de agenda voor de vergadering van de reconstructiecommissie vast. Zij behandelt de zaken die door de reconstructiecommissie aan de agendacommissie zijn opgedragen.

Het secretariaat van de reconstructiecommissie legt de zakelijke inhoud vast van hetgeen ter vergadering wordt behandeld en zendt een afschrift van de notulen aan de leden en adviserende leden van de reconstructiecommissie, aan de ingenieur van het kadaster en aan de secretarissen van de nog te noemen subcommissies.

De voorzitter en de eerste secretaris vertegenwoordigen de reconstructiecommissie in en buiten rechte.

Het secretariaat van de reconstructiecommissie zendt afschrift van alle correspondentie met derden aan de voorzitter van het Bureau van Uitvoering, aan de ingenieur van het kadaster en, al naar gelang het onderwerp, aan de secretarissen van de subcommissies. Het draagt zorg voor de archiefvorming volgens de Archiefwet.

De leden van de reconstructiecommissie, die geen ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn, ontvangen een door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen vergoeding, alsmede een reis- en verblijfskostenvergoeding op basis van het Reisbesluit 1971.

De vergaderingen van de Reconstructiecommissie worden in het openbaar gehouden. De deuren worden in ieder geval gesloten wanneer in de vergadering aangelegenheden, die personen betreffen, worden behandeld. De deuren worden voorts gesloten, wanneer een vierde gedeelte der aanwezige leden het vordert of de voorzitter het nodig oordeelt. De Reconstructiecommissie beslist vervolgens, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd. Indien de voorzitter het nodig oordeelt kan hij besloten vergaderingen uitschrijven. Ten aanzien van de aldus uitgeschreven vergaderingen beslist de Reconstructiecommissie eveneens of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

Overeenkomstig artikel 3 van de wet stelt de reconstructiecommissie, al dan niet uit haar midden, subcommissies in met betrekking tot de drie hoofdsectoren landbouw, natuur en landschap en recreatie en is de reconstructiecommissie bevoegd subcommissies in te stellen met betrekking tot andere aspecten. De voorzitters van de subcommissies worden door de reconstructiecommissie aangewezen en dienen tevens lid te zijn van de reconstructiecommissie. De leden van de subcommissies worden bij voorkeur uit het midden van de reconstructiecommissie aangewezen. De secretarissen van de subcommissies worden op voordracht van de reconstructiecommissie benoemd door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

De reconstructiecommissie betrekt voor zover nodig:

Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de leden van de subcommissies.

De reconstructiecommissie stelt instructies op voor de subcommissies. Deze instructies behoeven de goedkeuring van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Deze beslist omtrent goedkeuring in overeenstemming met de in artikel 3, tweede lid, van de Wet genoemde Ministers.

De voorbereiding en uitvoering van beslissingen van de reconstructiecommissie worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, opgedragen aan de secretaris, die wordt bijgestaan door een Bureau van Uitvoering. De voorzitter en de overige leden van dit Bureau worden aangewezen door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Ten behoeve van onderzoek, opmetingen, programma-, plan- en besteksvoorbereiding en van directievoering kan het Bureau van Uitvoering derden inschakelen.

De reconstructiecommissie maakt een werkplan op inzake de voorbereiding van het Reconstructieprogramma en het plan van voorzieningen. In dit werkplan wordt de behoefte aan kredieten opgenomen in verband met de opdracht aan derden van voorbereidende werkzaamheden. Dit werkplan behoeft de goedkeuring van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Alvorens tot een voorlopige vaststelling van een voorontwerp voor het programma, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet over te gaan, zendt de reconstructiecommissie ter bevordering van een snelle afwerking het concept van dit voorontwerp ter beoordeling aan de directeur-generaal van de Ruimtelijke Ordening, aan de directeur van de Landinrichtingsdienst, aan de directeur Openluchtrecreatie en aan de directeur van het Bureau van de Natuurwetenschappelijke Commissie. Binnen drie maanden na ontvangst zal de directeur-generaal van de Ruimtelijke Ordening mede namens de andere genoemde directeuren, een gecoördineerd antwoord laten uitgaan naar de reconstructiecommissie. De reconstructiecommissie gaat na ontvangst van het antwoord of na drie maanden over tot voorlopige vaststelling van het voorontwerp, waarbij zij zodanig acht slaat op de in het voornoemde antwoord gemaakte opmerkingen, als zij meent te moeten doen.

De reconstructiecommissie voegt bij het voorontwerp voor het reconstructieprogramma een voorstel betreffende het toekomstig beheer van uit te voeren werken.

De reconstructiecommissie formuleert dit voorstel niet dan nadat zij zich voor wat het recreatiegebied betreft op de hoogte heeft gesteld van de zienswijze dienaangaande van het recreatieschap Midden-Delfland. Zij geeft de zienswijze van het recreatieschap.

De reconstructiecommissie kan besluiten bepaalde gedeelten van het voorontwerp voor het reconstructieprogramma bij voorrang vast te stellen, indien en voorzover het in artikel 15 bedoelde werkplan daartoe de mogelijkheid geeft. Het gestelde in de artikelen 16 en 17 is van overeenkomstige toepassing.

Indien tot wijziging van het reconstructieprogramma wordt overgegaan op grond van de mogelijkheid welke is neergelegd in artikel 37 van de Wet, is het gestelde in de artikelen 16 en 17 van overeenkomstige toepassing.

Ter voorbereiding van een vlotte behandeling ten aanzien van de goedkeuring van het plan van voorzieningen door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en ter voorkoming van conflicten in een laat stadium van de besluitvormingsprocedure met de adviserende commissies, bedoeld in artikel 41 van die Wet zendt de reconstructiecommissie het concept van het ontwerp als bedoeld in artikel 40 aan de directeur van de Landinrichtingsdienst, aan de directeur Openluchtrecreatie en aan de directeur van het Bureau van de Natuurwetenschappelijke Commissie. Namens deze directeuren zendt de directeur van de Landinrichtingsdienst binnen drie maanden na ontvangst een gezamenlijk antwoord aan de reconstructiecommissie. Deze gaat na ontvangst van het antwoord of na drie maanden tot vaststelling van het ontwerp van het plan over, waarbij zij zodanig acht slaat op de in het voornoemde antwoord gemaakte opmerkingen, als zij meent te moeten doen.

Indien tot wijzigingen van het plan van voorzieningen wordt overgegaan op grond van de mogelijkheid welke is neergelegd in artikel 45 van de Wet, is het gestelde in de artikelen 20 en 21 van overeenkomstige toepassing.

De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vermelden bij hun beslissing inzake de goedkeuring van het ontwerp voor het plan van voorzieningen bedoeld in artikel 41, tweede lid, en van de vaststelling van het plan van voorzieningen bedoeld in artikel 44, eerste lid, op welke rijksbijdrage gerekend kan worden bij uitvoering van dit plan. Aan deze rijksbijdrage kunnen voorwaarden verbonden worden.

De reconstructiecommissie maakt een werkplan op voor de uitvoering van het gehele plan van voorzieningen. In dit werkplan wordt de jaarlijkse behoefte aan kredieten opgenomen. Dit werkplan behoeft de goedkeuring van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Telkenjare in oktober wordt het werkplan aangepast aan veranderde omstandigheden en aan de op de Rijksbegroting voor het komende jaar uitgetrokken gelden. Het herziene werkplan wordt goedgekeurd op de wijze zoals aangegeven in artikel 24.

De reconstructiecommissie is bevoegd om binnen het kader van de haar bij de Wet opgedragen werkzaamheden en binnen het kader van het goedgekeurde werkplan overeenkomsten aan te gaan. De Staat garandeert de nakoming der uit deze overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen.

Overeenkomsten inclusief gunningen van aanbestede werken waaruit uitgaven voortvloeien welke een bedrag van f 50 000 te boven gaan, worden door de reconstructiecommissie niet gesloten dan na goedkeuring door of namens de directeur van de Landinrichtingsdienst.

De reconstructiecommissie is onderworpen aan de bepalingen van de Comptabiliteitswet 1976.

Op de door de reconstructiecommissie uit te voeren werken is van toepassing het Besluit aanbesteding van werken 1973.

De in artikel 46, zevende lid, van de Wet bedoelde schade wordt bepaald aan de hand van door de Centrale Landinrichtingscommissie goed te keuren normen.

Van alle overeenkomsten welke door de reconstructiecommissie worden afgesloten wordt een gewaarmerkt afschrift gezonden aan de directeur van de Landinrichtingsdienst.

De financiële administratie van de verrichtingen van de reconstructiecommissie wordt gevoerd door de Landinrichtingsdienst, welke Dienst ook de betalingen verricht.

Met betrekking tot de schattingen, bedoeld in de artikelen 49 en 92 van de Wet geeft de Centrale Landinrichtingscommissie nadere voorschriften.

De schatters ontvangen een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te bepalen vergoeding alsmede een reis- en verblijfskostenvergoeding op basis van het Reisbesluit 1971.

De reconstructiecommissie zendt de stukken bedoeld in artikel 69 van de Wet aan de Centrale Landinrichtingscommissie via de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie in de provincie Zuid-Holland.

Alvorens over te gaan tot het opmaken van het plan van toedeling bedoeld in artikel 76 van de Wet, stelt de reconstructiecommissie hiertoe richtlijnen op. Deze richtlijnen behoeven de goedkeuring van de Centrale Landinrichtingscommissie.

Uitgevoerde werken in het kader van het plan van wegen en waterlopen en landschapsplan, worden door de reconstructiecommissie beheerd en onderhouden tot aan het moment dat het College van Gedeputeerde Staten beide plannen heeft vastgesteld conform artikel 70 van de Wet en deze werken voor zover nodig door de Centrale Landinrichtingscommissie zijn goedgekeurd. Ten einde het beheer en onderhoud door de reconstructiecommissie niet langer te doen plaatsvinden dan strikt noodzakelijk is, zal de reconstructiecommissie bij indiening van deze plannen aan de Centrale Landinrichtingscommissie, conform artikel 69, vierde lid, van de Wet, zich zonodig beperken tot een gedeelte van de plannen. Het beheer en onderhoud van bestaande te handhaven, niet te verbeteren wegen en waterlopen blijven tot aan het besluit van Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel 72 van de wet bij de beheerders en onderhoudsplichtigen.

Uitgevoerde werken in het kader van de recreatie zijn in beheer en onderhoud bij de reconstructiecommissie tot aan het tijdstip dat deze worden overgedragen aan het Recreatieschap. Dit tijdstip dient zo dicht mogelijk te liggen bij het tijdstip van gereedkomen van de werken.

Indien op basis van artikel 46, tweede lid, van de Wet werken worden uitgevoerd door enig openbaar lichaam, dan zal beheer en onderhoud ten laste komen van dit openbaar lichaam direct na het gereedkomen der werken.

De in het reconstructiegebied door het bureau in der minne en door onteigening verworven gronden worden op de volgende wijze vervreemd:

Ten aanzien van de aanwending van verworven gronden in het agrarische gebied zal de reconstructiecommissie een voorstel doen in het kader van de opstelling van het ontwerp voor het plan van voorzieningen bedoeld in artikel 40 van de Wet.

Voor zover er gronden in eigendom zullen overgaan dient er met het bureau beheer landbouwgronden overeenstemming te bestaan over de verkoopprijs.

Voordat toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in Hoofdstuk II van de Wet, zal de reconstructiecommissie bevorderen, dat langs vrijwillige weg grondruil tot stand komt tussen diegenen die hun grond gedeeltelijk in het te onteigenen gebied hebben liggen en die hun bedrijf wensen voort te zetten en diegenen die gronden hebben liggen buiten het te onteigenen gebied en die hun bedrijf willen beëindigen.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening kan in overeenstemming met de Ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Verkeer en Waterstaat en van Financiën, gedurende de reconstructieperiode deze instructie wijzigen of aanvullen. Behoudens in de gevallen, waarin zulks op grond van verandere wetsbepalingen geschiedt, gaat de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening hiertoe niet over dan nadat hij de reconstructiecommissie in de gelgenheid heeft gesteld van de voorgestelde wijzigingen of aanvullingen kennis te nemen en haar zienswijze daaromtrent mede te delen.