Ministeriële regeling · BWBR0003208

Regeling EEG-tapmaatflessen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling EEG-tapmaatflessenRegeling EEG-tapmaatflessenDe Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M. Hazekamp,

Gelet op artikel 8, eerste lid, van het Besluit EEG-tapmaatflessen (Stb. 1978, 584);

Besluit:

's-Gravenhage27 november 1978 De Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M.Hazekamp

In deze regeling wordt verstaan onder:

EEG-tapmaatfles:

een tapmaatfles, voorzien van het EEG-teken;

aangegeven capaciteit van een EEG-tapmaatfles:

de strijkvolle inhoud, die op een EEG-tapmaatfles is aangegeven, of het nominale volume van een EEG-tapmaatfles, waarop de strijkvolle inhoud niet is aangegeven;

werkelijke capaciteit van een EEG-tapmaatfles:

de werkelijke strijkvolle inhoud van een EEG-tapmaatfles, voorzien van een aanduiding van de strijkvolle inhoud, of het werkelijk volume van een EEG-tapmaatfles, die niet voorzien is van vorenbedoelde aanduiding.

Als steekproefmethode, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit EEG-tapmaatflessen (Stb. 1978, 584) wordt aangewezen de methode, omschreven in de artikelen 3 en 4 van dit besluit.

Voor het onderzoek van een steekproef en de verwerking van de resultaten van dat onderzoek gelden de regelen, vervat in de bijlage van deze regeling.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EEG-tapmaatflessen.

Regelen ten aanzien van het onderzoek van een steekproef en de verwerking van de resultaten van dat onderzoek, als bedoeld in artikel 4 van de Regeling EEG-tapmaatflessen

Mij bekend, De Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M.Hazekamp

De EEG-tapmaatflessen worden leeg gewogen.

Zij worden gevuld met water van bekende temperatuur en van bekende soortelijke massa tot het vulniveau, dat overeenkomt met de aangegeven capaciteit.

De flessen worden gevuld gewogen.

De weging geschiedt met behulp van een voor het gebruiksdoel geschikt meetmiddel.

De meetfout bij de bepaling van de werkelijke capaciteit mag ten hoogste gelijk zijn aan een vijfde van de maximaal toelaatbare fout die geldt voor het nominale volume van de EEG-tapmaatfles.

Bij de verwerking van de resultaten van het onder 1 bedoelde onderzoek wordt een van de twee hieronder omschreven methoden gevolgd.

2.1. Methode van de standaardafwijking

De steekproef omvat 35 EEG-tapmaatflessen,

2.1.1. Men berekent (zie 2.1.4.):

2.1.1.1. het gemiddelde

van de gemeten werkelijke capaciteiten van de EEG-tapmaatflessen waaruit de steekproef bestaat,

2.1.1.2. de schatting s van de standaardafwijking van de werkelijke capaciteiten xi van de EEG-tapmaatflessen van de partij.

2.1.2. Men berekent:

2.1.2.1. de bovengrens van de specificatie Ts: som van de aangegeven capaciteit en de maximaal toelaatbare fout die voor die capaciteit geldt,

2.1.2.2. de benedengrens van de specificatie Ti: verschil tussen de aangegeven capaciteit en de maximaal toelaatbare fout die voor die capaciteit geldt.

2.1.3. Goedkeurcriterium:

Aan het goedkeurcriterium is voldaan, indien bij substitutie van de waarden van

en s aan elk van de drie onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

waarin k = 1,57

en F = 0,266

2.1.4. Berekening van het gemiddelde x en van de schatting s.

Men berekent:

De schatting van de standaardafwijking is: s = √v

2.2. Methode van de gemiddelde spreiding

De steekproef omvat 40 EEG-tapmaatflessen.

2.2.1. Men berekent (zie 2.2.4.):

2.2.1.1. het gemiddelde x van de gemeten werkelijke capaciteiten xi van de flessen waaruit de steekproef bestaat,

2.2.1.2. de gemiddelde spreiding

van de gemeten werkelijke capaciteiten xi van de flessen waaruit de steekproef bestaat.

2.2.2. Men berekent de volgende grenswaarden:

2.2.2.1. de bovengrens van de specificatie Ts:

som van de aangegeven capaciteit en de voor die capaciteit geldende maximaal toelaatbare fout.

2.2.2.2. de benedengrens van de specificatie Ti:

verschil tussen de aangegeven capaciteit en de voor die capaciteit geldende maximaal toelaatbare fout.

2.2.3. Goedkeurcriterium:

Aan het goedkeurcriterium is voldaan, indien bij substitutie van de waarden van

en

aan elk van de drie onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

waarin k' = 0,668

en F' = 0,628

2.2.4. Berekening van het gemiddelde

en de gemiddelde spreiding

.

2.2.4.1. –

wordt als volgt bepaald:

men berekent:

2.2.4.2.

wordt als volgt bepaald:

Men verdeelt de steekproef in chronologische volgorde van steekproefneming in 8 deelsteekproeven van elk 5 EEG-tapmaatflessen;

men berekent:

De gemiddelde spreiding is:

.