Ministeriële regeling · BWBR0003219

Instructie voor de deelgebiedscommissie

Wijzigingen Officiële bron
Instructie voor de deelgebiedscommissieInstructie voor de deelgebiedscommissieDe Minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op artikel 4, zevende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694);

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Besluit:

's-Gravenhage16 januari 1979 De Minister van Landbouw en Visserij, Van der Stee.

De instructie voor de deelgebiedscommissie, bedoeld in artikel 4, zesde lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694), hierna te noemen ‘de wet’, wordt als volgt vastgesteld.

De commissie vergadert als regel eenmaal per maand en voorts:

De vergaderingen van de commissie worden voorbereid door de voorzitter en de secretaris van de commissie, alsmede de ingenieur van het kadaster, die op grond van artikel 4, negende lid, van de wet is aangewezen, hierna te noemen ingenieur van het kadaster. Zij stellen de agenda op en bereiden de te behandelen onderwerpen zo mogelijk schriftelijk voor.

Tot de vergadering van de commissie worden steeds uitgenodigd:

Er is op de plaats waar de vergadering wordt gehouden een presentielijst aanwezig, waarop de aanwezige leden en personen, bedoeld in artikel 5, hun handtekening plaatsen en die na het sluiten van de vergadering wordt gesloten door ondertekening door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

De secretaris van de commissie legt hetgeen ter vergadering is behandeld in een verslag vast en zendt een afschrift hiervan aan de leden van de commissie, aan de personen, bedoeld in artikel 5, aan de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hierna te noemen de directeur DLG.

Vervallen

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan, in overeenstemming met de in artikel 4, tweede lid van de wet genoemde ministers, gedurende de herinrichtingsperiode deze instructies wijzigen.

Behoudens in de gevallen waarin zulks op grond van een wijziging van de wet geschiedt, gaat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hiertoe niet over dan nadat bij de herinrichtingscommissie en Gedeputeerde Staten van Groningen en Drenthe in de gelegenheid heeft gesteld omtrent de voorgestelde wijzigingen

Hun zienswijze aan hem mede te delen.