Ministeriële regeling · BWBR0003220

Instructie voor de herinrichtingscommissie

Wijzigingen Officiële bron
Instructie voor de herinrichtingscommissieInstructie voor de herinrichtingscommissieDe Minister van Landbouw en Visserij,

Gelet op artikel 4, zevende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694);

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Binnenlandse Zaken, van Verkeer en Waterstaat, van Economische Zaken en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.

Besluit:

's-Gravenhage16 januari 1979 De Minister van Landbouw en Visserij, Van der Stee

De instructie voor de herinrichtingscommissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën (Stb. 1977, 694), hierna te noemen ‘de Wet’, wordt als volgt vastgesteld:

De herinrichtingscommissie, hierna te noemen de commissie, vergadert als regel eenmaal per drie maanden en voorts:

Er is op de plaats waar de vergadering wordt gehouden een presentielijst aanwezig, waarop de aanwezige leden, adviserende leden, alsmede de ingenieur van het kadaster hun handtekening plaatsen en die na het sluiten van de vergadering wordt gesloten door ondertekening door de voorzitter en de secretaris.

De secretaris van de commissie legt in een verslag vast hetgeen in de vergadering is behandeld en zendt een afschrift hiervan aan de leden en adviserende leden van de commissie, aan de ingenieur van het kadaster, aan de secretarissen van de in artikel 4, zesde lid, van de wet bedoelde deelgebiedscommissies en aan de directeur van de Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hierna te noemen de directeur DLG.

Indien de commissie op grond van artikel 4, derde lid, van de wet een sub-commissie instelt, wordt het secretariaat van de sub-commissie vervuld door het secretariaat van de commissie, bedoeld in artikel 13.

Een sub-commissie heeft tot taak de commissie van advies te dienen omtrent de zaken, waarvoor zij is ingesteld.

Het bepaalde in artikel 8 is van overeenkomstige toepassing op de leden van een sub-commissie.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Nadat een herinrichtingsplan overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 van de wet is vastgesteld, maakt de commissie de inhoud van artikel 24 van de wet bekend in ten minste twee dagbladen, die in de streek worden verspreid.

Vervallen

De commissie draagt zorg dat de aanbesteding en gunning van het leveren van diensten geschieden overeenkomstig het Aanbestedingsreglement voor Diensten LNV 2003, dan wel overeenkomstig het Besluit aanbestedingsregels overheidsopdrachten.

Op de door de commissie uit te voeren werken zijn de Beleidsregels aanbesteding van werken en het Aanbestedingsreglement Werken 2005 van toepassing.

Op de door de commissie uit te voeren werken zijn de Beleidsregels aanbesteding van werken en het Aanbestedingsreglement Werken 2005 van toepassing.

De in de artikelen 23, derde lid, 28, zevende lid, en 76 van de wet bedoelde schade wordt bepaald aan de hand van door de commissie vast te stellen richtsnoeren, die de goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit behoeven.

De commissie doet door tussenkomst van de directeur DLG een voorstel aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor een stelsel van classificatie van de grond met inachtneming van artikel 33, eerste lid, van de wet en de Regeling herverkaveling.

De commissie doet door tussenkomst van de directeur DLG een voorstel aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor de regels, bedoeld in artikel 107, tweede lid, van de wet en neemt daarbij de Regeling herverkaveling in acht.

De schatters bedoeld in artikel 32 van de wet, die geen ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn, ontvangen van Rijkswege een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vast te stellen vergoeding.

De ingenieur van het kadaster stelt het plan van toedeling op in samenwerking met de secretaris van de commissie. Nadat hij deze overeenstemming heeft verkregen, wordt het ontwerp ter verdere behandeling aangeboden aan de commissie.

Vervallen

Indien Gedeputeerde Staten voornemens zijn artikel 28, tweede lid, van de wet, toe te passen, zal de commissie, alvorens in te stemmen met het daartoe strekkende voorstel van Gedeputeerde Staten, in het bezit moeten zijn van een schriftelijke verklaring van het betrokken openbare lichaam of andere rechtspersoon, waaruit blijkt, dat het beheer en het onderhoud van de uit te voeren werken is geregeld tot aan het tijdstip waarop de toewijzing, bedoeld in artikel 74, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de wet, plaatsvindt.

Het in het herinrichtingsgebied gelegen land wordt op de volgende wijze vervreemd:

Voordat toepassing wordt gegeven aan Hoofdstuk II van de wet zal de commissie bevorderen, dat langs vrijwillige weg grondruil tot stand komt tussen degenen die gronden gedeeltelijk in een te onteigenen gebied hebben liggen en hun bedrijf wensen voort te zetten en degenen die gronden geheel of gedeeltelijk hebben liggen buiten een te onteigenen gebied en hun bedrijf willen beëindigen.

Ten aanzien van de aanwending van verworven gronden zal de commissie een voorstel doen in het kader van de opstelling van het ontwerp van een herinrichtingsplan, bedoeld in artikel 16 van de wet. Voor zover gronden in eigendom, erfpacht of pacht zullen overgaan, dient met het bureau overeenstemming te bestaan over de prijs en in de overeenkomst op te nemen voorwaarden en bedingingen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan, in overeenstemming met de in artikel 4, tweede lid, van de wet genoemde ministers, gedurende de herinrichtingsperiode deze instructie wijzigen. Behoudens in de gevallen, waarin zulks op grond van een wijziging van de wet geschiedt, gaat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hiertoe niet over dan nadat hij de commissie en Gedeputeerde Staten van Groningen en van Drenthe in de gelegenheid heeft gesteld omtrent de voorgestelde wijzigingen hun zienswijze aan hem mede te delen.