U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 26-01-2001.

Wet · BWBR0003227

Wet geluidhinder

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 februari 1979, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinderWet geluidhinderWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het belang van de bescherming van het milieu en van de volksgezondheid noodzakelijk is regels te stellen inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk16 februari 1979JulianaDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,L. Ginjaarde zevenentwintigste maart 1979De Minister van Justitie,J. de Ruiter

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 kan, behoudens in geval van toepassing van artikel 2, tweede lid, onder b, tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, aan de betrokkene gestelde nadere eisen. Bij het stellen van zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.

In een algemene maatregel van bestuur waarbij regels van de in artikel 2, tweede lid, onder a, b, c of d, bedoelde strekking worden gesteld, worden tevens termijnen vastgesteld, tot het verstrijken waarvan die regels niet van toepassing zijn ten aanzien van toestellen die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig waren, en ten aanzien van toestellen, behorende tot een reeks die op dat tijdstip reeds hier te lande in produktie was genomen.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, onder d of e, worden bij of krachtens de maatregel de instanties aangewezen, die de in die bepalingen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop die keuringen plaatshebben.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder worden verboden toestellen, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij de maatregel gesteld met betrekking tot hun aanduiding of benaming. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder worden verboden voor gebruik als geluidwerende voorziening bestemde of geschikte materialen of andere zaken, welke behoren tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij de maatregel gesteld met betrekking tot hun aanduiding of benaming. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder kan bij algemene maatregel van bestuur worden verboden een uitlaatsysteem, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren, indien de geluidwerende eigenschappen ervan niet voldoen aan de bij of krachtens de maatregel gestelde eisen. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan aan gronden een bestemming wordt gegeven, die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, insluit, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

Bij het voorbereiden van de vaststelling of wijziging van een zone wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:

Voorschriften als bedoeld in artikel 36 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stb. 1985, 626) kunnen mede worden gegeven met het oog op de inachtneming van de ingevolge § 2 geldende waarden.

Behoudens het bepaalde in artikel 47 is de voor woningen binnen een krachtens artikel 41 vastgestelde zone ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel, vanwege het betrokken industrieterrein, 50 dB(A).

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen waarden worden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van andere gebouwen dan woningen alsmede van andere geluidsgevoelige objecten binnen een zone.

Bij toepassing van artikel 47, eerste lid, kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden.

De zone wordt zodanig vastgesteld dat zij ten minste het gehele gebied omvat, waarbinnen met inachtneming van de al krachtens de Wet milieubeheer verleende vergunningen en de daaraan verbonden voorschriften een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, dan 50 dB(A) optreedt.

De vaststelling van een zone krachtens artikel 53 kan deel uitmaken van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan.

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften worden gegeven ter zake van de voorbereiding en inrichting van besluiten tot vaststelling van een zone krachtens deze paragraaf, welke geen deel uitmaakt van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan.

Bij het voorbereiden van de vaststelling of wijziging van een zone krachtens deze paragraaf wordt vanwege burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk - in geval van toepassing van de artikelen 57, 59 of 64 - vanwege gedeputeerde staten of Ons een akoestisch onderzoek ingesteld naar:

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen die op het tijdstip van de vaststelling van een zone krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 53 binnen de zone aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, is 55 dB(A), tenzij op dat tijdstip de geluidsbelasting van bedoelde woningen lager is dan of gelijk is aan 50 dB(A), in welk geval de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 50 dB(A) is. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet met betrekking tot binnen de zone aanwezige of in aanbouw zijnde woningen die op het bedoelde tijdstip reeds een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, ondervinden dan 55 dB(A).

Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen en - ingeval de zone door hen wordt vastgesteld - uit eigen beweging, voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevels van de in artikel 65 bedoelde woningen een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde vaststellen, met dien verstande dat deze waarde voor wat geprojecteerde woningen betreft 55 dB(A) en voor wat aanwezige of in aanbouw zijnde woningen betreft 60 dB(A) niet te boven mag gaan. De artikelen 47, tweede tot en met vijfde lid, en 51 zijn van overeenkomstige toepassing.

Bij het voorbereiden van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, of bij het voorbereiden van een besluit tot vrijstelling als bedoeld in artikel 76a, wordt vanwege burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek ingesteld naar:

Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 tot en met 78 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere gebouwen dan woningen of andere objecten ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een onherroepelijk geworden besluit van de gemeenteraad, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.

Vervallen

Gedeputeerde staten kunnen in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen en volgens daarbij te stellen regels, op verzoek van degenen die daartoe bij de maatregel zijn aangewezen, voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in artikel 82, tweede lid, hogere dan de krachtens dat lid bepaalde waarden vaststellen, met dien verstande dat die waarden bij algemene maatregel van bestuur te stellen grenzen niet te boven mogen gaan.

Bij toepassing van artikel 82a, 83 of 85 kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden.

De afdelingen 2, 3, 4 en 6 van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op deze afdeling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten behoeve van de reconstructie van een weg met betrekking waartoe ingevolge artikel 88 aan Onze Minister een melding moet worden gedaan, wordt geen toepassing gegeven aan artikel 99, voordat Onze Minister met betrekking tot die weg toepassing heeft gegeven aan artikel 90, tweede lid.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen en objecten met betrekking tot de in de artikelen 100 en 100a geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.

Vervallen

Onze Minister kan bij toepassing van artikel 102, telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproduktie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bepalen dat bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere gebouwen dan woningen of andere geluidsgevoelige objecten op het resultaat een door hem aan te geven aftrek mag worden toegepast. Deze aftrek mag niet hoger zijn dan 5 dB(A).

Met betrekking tot gebouwen en andere objecten ten aanzien waarvan na 1 januari 1982 toepassing is gegeven aan artikel 82, tweede lid, zijn de artikelen 88 tot en met 90, 99 en 99a van overeenkomstige toepassing.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluid- of trillinghinder, veroorzaakt door het gebruik van een spoor-, tram-, of metroweg, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot aard, samenstelling, wijze van aanleg of gebruik van de spoor-, tram- of metrobaan.

Zodra dat van belang is voor de aanleg of wijziging van een landelijke railweg, geeft Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat na overleg met de betrokken spoorwegexploitant en de betrokken gemeentebesturen landelijke railwegen aan op een bij ministeriële regeling vast te stellen kaart.

Langs een landelijke railweg bevindt zich een zone, waarvan de breedte, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, is aangegeven op de in artikel 106a bedoelde kaart.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoor-, tram- of metrowegen, niet zijnde landelijke railwegen of waarvoor geen regels zijn gesteld in hoofdstuk VI, afdeling 2a, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in hoofdstuk VI, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

Bij intrekking of wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, is het tweede van dat artikel van overeenkomstige toepassing.

Indien met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen toepassing is gegeven aan artikel 100a, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woningen maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen na de reconstructie ten hoogste bedraagt:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen en objecten met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op subsidies die krachtens dit hoofdstuk uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.

In afwijking van de artikelen 125 of 126 kan Onze Minister volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels in gevallen waarin een maatregel als bedoeld in die artikelen tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan in die artikelen genoemd, de subsidies verstrekken ten behoeve van die maatregel op basis van door hem vastgestelde normbedragen.

In geval van reconstructie van een weg komen de kosten van de maatregelen, vastgesteld krachtens Afdeling 4 van hoofdstuk VI, voor zover deze kosten verband houden met de reconstructie, ten laste van de wegaanlegger.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 106 worden regels gegeven met betrekking tot de toerekening van de kosten welke voor de aanlegger of beheerder van de spoor- of tramweg of voor de gemeenten binnen de zone zijn verbonden aan maatregelen ter voldoening aan het bij of krachtens die maatregel bepaalde, en kan worden bepaald dat de kosten van maatregelen welke met instemming van Onze Minister worden getroffen, ten laste komen van het Rijk.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108 worden regels gegeven met betrekking tot de toerekening van de kosten welke voor de gemeenten binnen de aangewezen zone zijn verbonden aan maatregelen ter voldoening aan het bij of krachtens die maatregel bepaalde, en kan, afhankelijk van de geluidsbronnen die aanleiding zijn voor de aanwijzing krachtens artikel 108, worden bepaald dat de kosten van maatregelen welke met instemming van Onze Minister worden getroffen ter voldoening aan het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bepaalde, ten laste komen van het Rijk.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Tegen een besluit krachtens artikel 56, eerste lid, van deze wet, jo artikel 28, vierde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan beroep worden ingesteld met overeenkomstige toepassing van de artikelen 28, zevende lid, en 29 van die wet.

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Alvorens wordt besloten tot instelling van regionaal werkende onderdelen van de geluidhinderdienst, stellen gedeputeerde staten de inspecteur in de gelegenheid terzake zijn zienswijze bekend te maken.

Indien de geluidhinderdienst uit regionaal werkende onderdelen is samengesteld, kunnen provinciale staten, op verzoek van één of meer gemeenten of van een openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1984, 667), tevens bepalen - onder regeling van een geldelijke tegemoetkoming - dat de taken waarmee het provinciaal bestuur krachtens artikel 158 is belast, in dat gebied zullen worden vervuld door het bestuur van de betrokken gemeenten tezamen of door het bestuur van het betrokken ander openbaar lichaam of gemeenschappelijk orgaan.

Ter zake van het bepaalde in artikel 164 is de Belemmeringenwet Privaatrecht, met uitzondering van de artikelen 1 en 6, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens artikel 5, derde lid, aan een vergunning verbonden, is verboden.

Alle - anders dan met toepassing van de Wet milieubeheer of de Algemene wet bestuursrecht - krachtens de onderhavige wet ter inzage te leggen, te publiceren of aan belanghebbenden toe te zenden stukken, die in een vreemde taal zijn gesteld en waarbij niet een vertaling in de Nederlandse taal wordt gevoegd, of die wegens hun omvang, hun inhoud dan wel om andere redenen niet geacht kunnen worden voor de beoordeling ervan voldoende inzicht te geven aan een algemeen publiek, gaan vergezeld van een in de Nederlandse taal gestelde samenvatting. Onze Minister kan nadere regels geven over de wijze waarop deze samenvatting dient te worden opgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De bevoegdheid van gemeenten en van waterschappen, veenschappen en veenpolders tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voorzover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken van een provincie, worden voorzover nodig bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de bestuursorganen die de in deze wet vervatte bevoegdheden uitoefenen, en ten aanzien van de bestuursorganen die bij de uitvoering dienen te worden betrokken.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet geluidhinder.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.