U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-02-2010.

Wet · BWBR0003227

Wet geluidhinder

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 16 februari 1979, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinderWet geluidhinderWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het belang van de bescherming van het milieu en van de volksgezondheid noodzakelijk is regels te stellen inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk16 februari 1979JulianaDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,L. Ginjaarde zevenentwintigste maart 1979De Minister van Justitie,J. de Ruiter

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

andere geluidsgevoelige gebouwen:

delen van het gebouw die niet zijn bestemd voor geluidsgevoelige onderwijsactiviteiten maken voor de toepassing van deze wet geen deel uit van een onderwijsgebouw;

bebouwde kom: bebouwde kom, vastgesteld krachtens de Wegenverkeerswet 1994;

bestemmingsplan: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van die wet hieronder mede begrepen;

bouwvergunning: bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet;

buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

equivalent geluidsniveau: gemiddelde – te bepalen op een door Onze Minister krachtens toepassing van artikel 110d aangegeven wijze – van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld volgens de door Onze Minister krachtens toepassing van dat artikel gestelde regels;

etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een industrieterrein: hoogste van de volgende drie waarden:

etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) met betrekking tot een weg: hoogste van de volgende twee waarden:

geluid: met het menselijk oor waarneembare luchttrillingen;

geluidhinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid;

geluidsbelasting binnen een woning: geluidsbelasting binnen een geluidsgevoelige ruimte;

geluidsbelasting in dB(A) vanwege een industrieterrein: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen op een industrieterrein;

geluidsbelasting in dB(A) vanwege een weg: etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten;

geluidsbelasting in dB: op een geheel getal af te ronden geluidsbelasting in Lden op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00–19.00 uur, van 19.00–23.00 uur en van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);

geluidsbelasting Lnight: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 23.00–07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189);

geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;

geluidsgevoelige terreinen:

geluidsniveau in dB(A): gemeten of berekende geluidsniveau, uitgedrukt in dB(A) overeenkomstig de door de Internationale Electrotechnische Commissie terzake opgestelde regels;

geluidsvermogen: hoeveelheid geluidsenergie die door een toestel of inrichting per tijdseenheid naar de omgevende lucht kan worden uitgestraald;

geprojecteerde weg: nog niet in aanleg zijnde weg, in de aanleg waarvan door een geldend bestemmingsplan wordt voorzien;

geprojecteerde woning of gebouw: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toelaat, maar deze nog niet is afgegeven;

gevel: bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak;

hoofdspoorweg: krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg, niet zijnde een spoorwegemplacement;

industrieterrein: terrein waaraan een bestemming is gegeven die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, insluit;

inrichting: inrichting als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer;

inspecteur: als zodanig bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaar;

motorvoertuig: motorvoertuig als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

projectbesluit: projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder f, van de Wet ruimtelijke ordening;

reconstructie van een weg: een of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg ten gevolge waarvan uit akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 77, eerste lid, onder a, en artikel 77, derde lid, blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de weg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting die op grond van artikel 100 dan wel het bepaalde krachtens artikel 100b, aanhef en onder a, als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting geldt met 2 dB of meer wordt verhoogd;

rijstrook: strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook;

spoorweg: spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, voor zover deze is aangegeven op een bij of krachtens deze wet vastgestelde kaart;

stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

toestel: toestel dat bij gebruik anders dan door menselijke energie geluidhinder kan veroorzaken, een luchtvaartuig daaronder niet begrepen;

vaststellen van een bestemmingsplan: vaststellen of herzien van een bestemmingsplan;

weg: voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg of pad, met inbegrip van de daarin liggende bruggen of duikers;

wegaanlegger: opdrachtgever tot aanleg of reconstructie van een weg;

weg in aanleg: weg met de aanleg waarvan een begin van uitvoering is gemaakt;

wijziging van een spoorweg: wijziging met betrekking tot een aanwezige spoorweg, die verandering brengt in de omstandigheden welke ingevolge de regels die gelden bij de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege die spoorweg in acht genomen moeten worden en waarvan uit akoestisch onderzoek blijkt dat de berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen hoger zal zijn dan 63 dB of, indien die berekende geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar 63 dB of lager zal zijn maar hoger dan een bij algemene maatregel van bestuur aangegeven geluidsbelasting, uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de spoorweg in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen ten opzichte van de geluidsbelasting voorafgaand aan de wijziging zal toenemen met ten minste 3 dB;

woning: gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is;

woning of gebouw in aanbouw: nog niet aanwezige woning of nog niet aanwezig gebouw, waarvoor de bouwvergunning is afgegeven;

woonwagenstandplaats: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning als bedoeld in artikel 1 niet verstaan een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2 kan, behoudens in geval van toepassing van artikel 2, tweede lid, onder b, tevens de verplichting inhouden te voldoen aan door bestuursorganen die bij de maatregel zijn aangewezen, omtrent onderwerpen die in de maatregel zijn geregeld, aan de betrokkene gestelde nadere eisen. Bij het stellen van zodanige eis wordt tevens het tijdstip bepaald waarop ten aanzien van die eis de verplichting ingaat.

In een algemene maatregel van bestuur waarbij regels van de in artikel 2, tweede lid, onder a, b, c of d, bedoelde strekking worden gesteld, worden tevens termijnen vastgesteld, tot het verstrijken waarvan die regels niet van toepassing zijn ten aanzien van toestellen die bij het in werking treden van de maatregel reeds vervaardigd en hier te lande aanwezig waren, en ten aanzien van toestellen, behorende tot een reeks die op dat tijdstip reeds hier te lande in produktie was genomen.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2, tweede lid, onder d of e, worden bij of krachtens de maatregel de instanties aangewezen, die de in die bepalingen bedoelde keuringen verrichten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop die keuringen plaatshebben.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder worden verboden toestellen, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij de maatregel gesteld met betrekking tot hun aanduiding of benaming. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Bij algemene maatregel van bestuur kan in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder worden verboden voor gebruik als geluidwerende voorziening bestemde of geschikte materialen of andere zaken, welke behoren tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij de maatregel gesteld met betrekking tot hun aanduiding of benaming. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder kan bij algemene maatregel van bestuur worden verboden een uitlaatsysteem, behorende tot een bij de maatregel aangewezen categorie, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren of te vervoeren, indien de geluidwerende eigenschappen ervan niet voldoen aan de bij of krachtens de maatregel gestelde eisen. Artikel 2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien bij de vaststelling van een bestemmingsplan aan gronden een zodanige bestemming wordt gegeven dat daardoor een industrieterrein ontstaat, wordt daarbij tevens een rond het betrokken terrein gelegen zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

Vervallen

De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege het betrokken industrieterrein, van de gevel van woningen binnen een krachtens artikel 40 vast te stellen zone is, behoudens artikel 45, 50 dB(A).

Bij het nemen van een projectbesluit, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone de waarden in acht genomen, die bij of krachtens de artikelen 44 tot en met 47, de Experimentenwet Stad en Milieu alsmede de Interimwet stad-en-milieubenadering als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.

Met betrekking tot nieuw te bouwen woningen in een gebied gelegen binnen een zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de openlucht plaatsvinden, kan in afwijking van artikel 48 voor woningen waarvan de geluidsbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten, een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 60 dB(A), indien deze woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied.

Met betrekking tot nieuw te bouwen woningen, die dienen ter vervanging van bestaande woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvoor toepassing is gegeven aan artikel 47, eerste lid, kan in afwijking van artikel 48 een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 65 dB(A), met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:

In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: bestaande zone: een zone rond een op 1 januari 2007 bestaand industrieterrein.

De artikelen 41 tot en met 43 en 47 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigen of opheffen van een bestaande zone.

Bij het nemen van een projectbesluit, dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden die behoren tot een bestaande zone, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen en aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen de zone, de waarden in acht genomen, die op het tijdstip van de vaststelling van de bestaande zone als de ten hoogste toelaatbare werden aangemerkt.

Bij toepassing van artikel 59 met betrekking tot nieuw te bouwen woningen in een gebied gelegen binnen een bestaande zone van een industrieterrein met activiteiten die zeehavengebonden zijn en die noodzakelijkerwijs in de open lucht plaatsvinden, kan voor woningen waarvan de geluidsbelasting in hoofdzaak wordt bepaald door die activiteiten, een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 60 dB(A), indien deze woningen worden gebouwd in het kader van een herstructurering, of planmatige verdichting van een bestaand woongebied, of wanneer de woningen worden gebouwd aansluitend aan het bestaande woongebied en slechts sprake is van een beperkte uitbreiding van het bestaande woongebied.

Bij toepassing van artikel 59 met betrekking tot nieuw te bouwen woningen, die dienen ter vervanging van bestaande woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen waarvoor een hogere waarde dan de ten hoogste toelaatbare waarde is vastgesteld, kan een waarde worden vastgesteld van ten hoogste 65 dB(A), met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot:

Met betrekking tot andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen worden bij algemene maatregel van bestuur omtrent de onderwerpen die met betrekking tot woningen geregeld zijn in de artikelen 62 en 63 regels gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van die artikelen van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

Bij de toepassing van artikel 8.8, derde lid, van de Wet milieubeheer kan het bevoegd gezag, in afwijking van de artikelen 40, 44 tot en met 47, 50, 51, 53 tot en met 56, 59 tot en met 61, 63, tweede lid, of 64 de in die artikelen bedoelde waarden 2 dB(A) hoger vaststellen, indien:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij het nemen van een projectbesluit dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden, behorende tot een zone als bedoeld in artikel 74, worden ter zake van de geluidsbelasting, vanwege de weg waarlangs die zone ligt, van de gevel van woningen, van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone de waarden in acht genomen, die ingevolge de artikelen 82, 83, 85, 100 en 100a als de ten hoogste toelaatbare worden aangemerkt.

Vervallen

Tot aanleg van een weg anders dan op grondslag van een overeenkomstig de artikelen 76 en 77 vastgesteld of herzien bestemmingsplan wordt, indien binnen de aanwezige of toekomstige zone woningen, dan wel andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, niet overgegaan dan in overeenstemming met een besluit van burgemeester en wethouders, krachtens artikel 81 genomen naar aanleiding van een door de wegaanlegger aan burgemeester en wethouders gedane mededeling van zijn voornemen en na een overeenkomstig artikel 80 ingesteld onderzoek.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De afdelingen 2, 3, 4 en 6 van dit hoofdstuk, alsmede afdeling 1 van hoofdstuk VIIIA, zijn niet van toepassing op deze afdeling.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ten behoeve van een reconstructie van een weg met betrekking waartoe ingevolge artikel 88, zoals dat luidde voor 1 januari 2007 aan Onze Minister uiterlijk twee jaar na 1 januari 2007 melding is gedaan of is gedaan, is deze afdeling niet van toepassing en geeft Onze Minister toepassing aan artikel 90, tweede tot en met vijfde lid.

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen overeenkomstige regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen die zijn geregeld in:

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen met betrekking tot de in de artikelen 88 tot en met 90, 98 en 99 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, veroorzaakt door het gebruik van een spoor-, tram-, of metroweg, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur eisen worden gesteld met betrekking tot aard, samenstelling, wijze van aanleg of gebruik van de spoorweginfrastructuur.

Afdeling 1 van hoofdstuk VIIIA is niet van toepassing op deze afdeling.

Zodra dat van belang is voor de aanleg of wijziging van een landelijke spoorweg, geeft Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat na overleg met de betrokken spoorwegexploitant en de betrokken gemeenteraden en colleges van burgemeester en wethouders landelijke spoorwegen aan op een bij ministeriële regeling vast te stellen kaart.

Langs een landelijke spoorweg bevindt zich een zone, waarvan de breedte, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, is aangegeven op de in artikel 106a bedoelde kaart.

In het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder vanwege spoorwegen kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, voor gevallen waarin geen toepassing wordt gegeven aan hoofdstuk VI, afdeling 2a, of hoofdstuk VII, afdeling 2, omtrent de onderwerpen die ter beperking van de geluidsbelasting vanwege wegen geregeld zijn in de hoofdstukken VI of VIIIA, regels worden gesteld. Daarbij kunnen bepalingen van dat hoofdstuk van overeenkomstige toepassing worden verklaard.

Bij intrekking of wijziging van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108, eerste lid, is het tweede van dat artikel van overeenkomstige toepassing.

Ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een industrieterrein, weg of spoorweg wordt voor het bepalen van het equivalente geluidsniveau bij ministeriële regeling aangegeven:

Onze Minister kan regels stellen omtrent al hetgeen betrekking heeft op de wijze waarop de akoestische onderzoeken, bedoeld in deze wet, worden uitgevoerd.

Onze Minister stelt regels op grond waarvan telkens voor een bepaalde periode, al naar gelang de geluidproductie van motorvoertuigen in de betrokken periode hoger ligt dan voor de toekomst redelijkerwijs is te verwachten, bij de berekening en meting van de geluidsbelasting van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen op het resultaat een door hem bepaalde aftrek van niet meer dan 5 dB wordt toegepast.

Indien voorafgaand aan 1 januari 2007 een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege een weg of een spoorweg in dB(A) is vastgesteld en die waarde ook na 1 januari 2007 geldt, wordt die waarde omgerekend tot de waarde voor de geluidsbelasting Lden overeenkomstig een bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

Indien met betrekking tot aanwezige of in aanbouw zijnde woningen toepassing is gegeven aan artikel 100a treffen burgemeester en wethouders met betrekking tot de geluidwering van de gevels van de betrokken woningen maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen na de reconstructie ten hoogste bedraagt:

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor daarbij aan te wijzen andere geluidsgevoelige gebouwen met betrekking tot de in de artikelen 111 en 112 geregelde onderwerpen overeenkomstige regels worden gesteld.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

geluidsbelasting Lden: geluidsbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 uur tot 19.00 uur, van 19.00 uur tot 23.00 uur en van 23.00 tot 7.00 uur van een jaar; verzameling van inrichtingen:

Artikel 120 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen.

In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op subsidies die krachtens dit hoofdstuk uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.

In afwijking van de artikelen 125 of 126 kan Onze Minister volgens bij ministeriële regeling te stellen regels in gevallen waarin een maatregel als bedoeld in die artikelen tevens wordt getroffen met een ander oogmerk dan in die artikelen genoemd, de subsidies verstrekken ten behoeve van die maatregel op basis van door hem vastgestelde normbedragen.

In geval van reconstructie van een weg komen de kosten van de maatregelen, vastgesteld krachtens Afdeling 4 van hoofdstuk VI, voor zover deze kosten verband houden met de reconstructie, ten laste van de wegaanlegger.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 107 worden regels gegeven met betrekking tot de toerekening van de kosten welke voor de aanlegger of beheerder van de spoor- of tramweg of voor de gemeenten binnen de zone zijn verbonden aan maatregelen ter voldoening aan het bij of krachtens die maatregel bepaalde, en kan worden bepaald dat de kosten van maatregelen welke met instemming van Onze Minister worden getroffen, ten laste komen van het Rijk.

Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 108 worden regels gegeven met betrekking tot de toerekening van de kosten welke voor de gemeenten binnen de aangewezen zone zijn verbonden aan maatregelen ter voldoening aan het bij of krachtens die maatregel bepaalde, en kan, afhankelijk van de geluidsbronnen die aanleiding zijn voor de aanwijzing krachtens artikel 108, worden bepaald dat de kosten van maatregelen welke met instemming van Onze Minister worden getroffen ter voldoening aan het bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur bepaalde, ten laste komen van het Rijk.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Beroep op de administratieve rechter staat open overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Ter vervulling van de in artikel 163 bedoelde taak kan een zonebeheerplan worden opgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur.

Een gedraging in strijd met een voorschrift, krachtens artikel 5, derde lid, aan een vergunning verbonden, is verboden.

Alle - anders dan met toepassing van de Wet milieubeheer of de Algemene wet bestuursrecht - krachtens de onderhavige wet ter inzage te leggen, te publiceren of aan belanghebbenden toe te zenden stukken, die in een vreemde taal zijn gesteld en waarbij niet een vertaling in de Nederlandse taal wordt gevoegd, of die wegens hun omvang, hun inhoud dan wel om andere redenen niet geacht kunnen worden voor de beoordeling ervan voldoende inzicht te geven aan een algemeen publiek, gaan vergezeld van een in de Nederlandse taal gestelde samenvatting. Onze Minister kan nadere regels geven over de wijze waarop deze samenvatting dient te worden opgesteld.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De bevoegdheid van gemeenten en van waterschappen tot het maken van verordeningen blijft ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, gehandhaafd voorzover deze verordeningen niet met het bij of krachtens deze wet bepaalde in strijd zijn.

Vervallen

Vervallen

Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken van een provincie, worden voorzover nodig bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld ten aanzien van de bestuursorganen die de in deze wet vervatte bevoegdheden uitoefenen, en ten aanzien van de bestuursorganen die bij de uitvoering dienen te worden betrokken.

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet geluidhinder.

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.