U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2002.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 17 maart 1979, houdende regelen inzake aansprakelijkheid voor schade door kernongevallenWet aansprakelijkheid kernongevallenWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regelen te stellen met betrekking tot de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door kernongevallen, in verband met het op 29 juli 1960 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie en het op 31 januari 1963 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot aanvulling van eerstgenoemd Verdrag;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lech17 maart 1979JulianaDe Staatssecretaris van Financiën,NooteboomDe Minister van Justitie,J. de RuiterDe Minister van Buitenlandse Zaken,C.A. van der KlaauwDe Minister van Economische Zaken,G.M.V. van AardenneDe Minister van Verkeer en Waterstaat,D.S. Tuijnmande derde mei 1979De Minister van Justitie,J. de Ruiter

Bij de toepassing van het Verdrag van Parijs worden de bepalingen van deze wet in acht genomen.

De in artikel 9 van het Verdrag van Parijs genoemde uitsluiting van aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een kernongeval dat rechtstreeks is te wijten aan een ernstige natuurramp van uitzonderlijke aard, is niet van toepassing op de aansprakelijkheid van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie.

Iedere persoon die met betrekking tot door een kernongeval veroorzaakte schade waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie aansprakelijk is, schadevergoeding heeft betaald krachtens de bepalingen van een andere internationale overeenkomst dan de Verdragen van Parijs en Brussel of de wetgeving van andere Staten, verkrijgt de rechten ingevolge deze wet van de persoon die schade heeft geleden en aan wie hij de schadevergoeding heeft betaald, tot het bedrag dat hij heeft betaald. Artikel 6, onder (g), van het Verdrag van Parijs is van overeenkomstige toepassing.

Op verzoek van een vervoerder en met toestemming van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie kan Onze Minister van Financiën, indien voldaan is aan de vereisten van artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, bepalen, dat onder door hem te stellen voorwaarden die vervoerder in de plaats van die exploitant aansprakelijk zal zijn overeenkomstig het Verdrag van Parijs en deze wet.

Indien een exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie naar het oordeel van Onze Minister van Financiën geen of geen voldoende financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, kan verkrijgen, of indien deze financiële zekerheid naar het oordeel van Onze Minister van Financiën slechts tegen een onredelijke premie of vergoeding is te verkrijgen, is Onze voornoemde Minister gemachtigd op voorwaarden en tegen premies of vergoedingen als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten ter zake aan te gaan of namens de Staat andere garanties ter zake te verstrekken.

Handelingen van de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld in strijd met het bepaalde in artikel 10, onder (b), van dit Verdrag, zijn van rechtswege nietig. De nietigheid wordt door de rechter ambtshalve uitgesproken.

Bij de toepassing van het Verdrag van Brussel worden de bepalingen van deze wet in acht genomen.

Voor zover het ingevolge artikel 5 van deze wet geldende maximumbedrag ontoereikend is voor vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 van het Verdrag van Brussel, waarvoor de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie ingevolge het Verdrag van Parijs aansprakelijk is, worden de openbare middelen, bedoeld in artikel 3, onder b) ii) en iii) en f), van het Verdrag van Brussel voor vergoeding van die schade beschikbaar gesteld anders dan ter dekking van de aansprakelijkheid van die exploitant.

De staten, die openbare middelen beschikbaar hebben gesteld krachtens artikel 3, onder b) ii) en iii) en f), van het Verdrag van Brussel, hebben tot het aldus beschikbaar gestelde bedrag het recht van verhaal van de exploitant, bedoeld in artikel 6, onder (f), van het Verdrag van Parijs. Bij de uitoefening van dit recht hebben die staten voorrang boven de verzekeraars of andere personen, die financiële zekerheid als bedoeld in artikel 10, onder (a), van het Verdrag van Parijs, hebben gesteld.

Het Verdrag van Parijs en de hoofdstukken I, II en V van deze wet zijn mede van toepassing ten aanzien van in Nederland gelegen kerninstallaties, welke niet zijn vermeld op de lijst, die overeenkomstig artikel 13 van het Verdrag van Brussel wordt opgesteld en bijgehouden, met dien verstande dat als maximumbedrag van de aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 5 van deze wet, geldt het in artikel 3 onder a) van het Verdrag van Brussel genoemd bedrag.

Onze Minister van Financiën kan voor het ingevolge de artikelen 13 of 18 door de Staat beschikbaar stellen van openbare middelen een door hem te bepalen bedrag aan de exploitant in rekening brengen.

Indien en voor zover ter vergoeding van de schade recht bestaat op uitkering krachtens Nederlandse sociale wetten, komt het recht op vergoeding van die schade ingevolge de Verdragen van Parijs en Brussel, het Gezamenlijk Protocol en deze wet toe aan degenen, te wier laste die uitkeringen komen, met dien verstande, dat bij periodieke uitkeringen als schade zal worden aangemerkt de gekapitaliseerde waarde van de verschuldigde uitkeringen. Overigens blijven de bepalingen van bedoelde wetten van kracht.

Onze Minister van Financiën is gemachtigd ten behoeve van de exploitant van een in Nederland gelegen kerninstallatie terzake van vergoeding van schade, veroorzaakt door een kernongeval, anders dan ingevolge het Verdrag van Parijs en deze wet, op voorwaarden en tegen premies of vergoedingen als door hem te bepalen, voor de Staat als verzekeraar verzekeringsovereenkomsten aan te gaan of namens de Staat andere garanties te verstrekken tot ten hoogste een bedrag van € 2 268 901.080,45 per kernongeval.

Nadat een staat van verdeling door de rechter-commissaris of, indien tijdig verzet is gedaan, door de rechtbank is vastgesteld betaalt de commissie aan de schuldeisers de hun toekomende bedragen.

Vervallen