U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 24-03-2010.
Wijzigingen Officiële bron
Wet van 5 juli 1979, inzake de schadeloosstelling en de toekenning van uitkering en pensioen aan de leden en de gewezen leden van het Europees Parlement, alsmede van pensioen aan hun weduwen en wezenWet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees ParlementWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling te treffen voor de schadeloosstelling van de in Nederland gekozen leden van het Europese Parlement en voor toekenning van een uitkering en een pensioen aan de gewezen leden van het Europese Parlement, alsmede van een pensioen aan hun weduwen en wezen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk5 juli 1979JulianaDe Minister van Binnenlandse Zaken,H. Wiegelde negentiende juli 1979De Minister van Justitie a.i.,H. Wiegel

Deze wet verstaat onder:

Vervallen

Vervallen

De leden van het Europese Parlement hebben bij aftreden aanspraak op uitkering op de voet van de bepalingen van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers met betrekking tot leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Vervallen

De kosten van de uit deze wet voortvloeiende schadeloosstellingen, uitkeringen, pensioenen en toeslagen, komen ten laste van Hoofdstuk VII van de Rijksbegroting.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Wanneer na de dag na de inwerkingtreding van deze wet met terugwerkende kracht tot vóór die dag toepassing wordt gegeven aan artikel 7 van de Wet van 30 oktober 1968 (Stb. 584) vindt artikel 10 mede toepassing.

Indien een lid van het Europese Parlement dat op de dag van zijn benoemdverklaring lid van de Tweede Kamer, lid van gedeputeerde staten, dan wel wethouder is, en krachtens artikel 7 aanspraak heeft op uitkering ter zake van het aftreden als lid van het Europese Parlement vóór of aan het einde van de in 1979 aangevangen periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Akte van 20 september 1976, Trb. 1976, 175, wordt de vóór het ontslag als lid van de Tweede Kamer, lid van gedeputeerde staten, dan wel wethouder zonder wezenlijke onderbreking als zodanig vervulde tijd voor de toepassing van artikel 52, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers geacht als lid van het Europese Parlement te zijn vervuld.

Onder neveninkomsten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt met betrekking tot aan het kalenderjaar 2001 voorafgaande kalenderjaren verstaan winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit tegenwoordige arbeid. Met betrekking tot die jaren wordt in artikel 3, derde lid, onderWet inkomstenbelasting 2001 verstaan Wet op de inkomstenbelasting 1964.

Deze wet kan worden aangehaald als Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.