U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 28-09-2007.

Regeling · BWBR0003252

Tuchtrechtbesluit Landbouwkwaliteitswet

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 12 juli 1979, houdende regelen krachtens artikel 13, derde lid, LandbouwkwaliteitswetTuchtrechtbesluit LandbouwkwaliteitswetWij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Landbouw en Visserij en van Justitie van 8 februari 1979 (Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, no. J 435, en van Justitie van 8 maart 1979, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, no. 127/679);

Gelet op artikel 13, derde lid, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371);

De Raad van State gehoord (advies van 21 maart 1979, no. 14);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 5 juli 1979 (Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken, no. J 2299);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk12 juli 1979JulianaDe Minister van Landbouw en Visserij,Van der SteeDe Minister van Justitie,J. de Ruiterde drieëntwintigste augustus 1979De Minister van Justitie,J. de Ruiter

In dit besluit wordt verstaan onder:

"bestuur"; het orgaan van de controle-instelling, overeenkomstig de statuten of reglementen belast met de leiding, dan wel de dagelijkse leiding van de controle-instelling;

"tuchtgerecht": orgaan van de controle-instelling, overeenkomstig de statuten of reglementen belast met de uitoefening van de tuchtrechtspraak over de betrokkenen;

"centraal tuchtgerecht": het orgaan van de controle-instelling, overeenkomstig de statuten of reglementen belast met de behandeling van het beroep tegen een tuchtbeschikking, gegeven door een tuchtgerecht;

"tuchtreglement": het door de controle-instelling vastgestelde reglement, regelende het aantal, de samenstelling en bevoegdheden van de met de uitoefening van tuchtrechtspraak belaste organen, alsmede de rechtsgang van het tuchtrechtelijk geding;

"voorzitter": de voorzitter van een tuchtgerecht, onderscheidenlijk centraal tuchtgerecht, dan wel degene die als zodanig optreedt;

"betrokkene": degene als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet.

De controle-instelling is gehouden bij de vaststelling van haar tuchtreglement het bij dit besluit bepaalde in acht te nemen. Een zodanig reglement behoeft alvorens het in werking treedt de goedkeuring van Onze Minister en Onze Minister van Justitie.

De controle-instelling bepaalt de plaats, waar het tuchtgerecht, onderscheidenlijk het centraal tuchtgerecht zitting houdt. Het tuchtgerecht kan, indien het tuchtreglement daarin voorziet, in bijzondere gevallen, in dat reglement aangegeven, ook buiten die plaats zitting houden.

De controle-instelling regelt de gevallen, waarin de voorzitter, de vice-voorzitters en de andere leden ontslag kan worden verleend, onderscheidenlijk die, waarin zij op non-actief kunnen worden gesteld.

Een belanghebbende kan tegen een besluit tot ontslag, onderscheidenlijk tot het stellen op non-activiteit beroep instellen bij Onze Minister.

Afschrift van de in artikel 11 bedoelde verklaring en van de daarbij behorende stukken wordt, ook al wordt de zaak ingevolge artikel 11, derde lid, niet aanhangig gemaakt, gezonden aan de Officier van Justitie bij de rechtbank van het arrondissement waar de overtreding werd gepleegd, tenzij de Officier van Justitie heeft laten weten dat daarvan kan worden afgezien.

Tegen de betrokkene, die ter zitting niet is verschenen of, ingeval zijn persoonlijke verschijning niet is bevolen, zich niet heeft laten vertegenwoordigen, wordt verstek verleend. De behandeling wordt daarna voortgezet.

Indien artikel 3, tweede lid, niet van toepassing is, wordt bij de bekendmaking van de tuchtbeschikking, als bedoeld in artikel 18, tevens vermeld dat daartegen voorziening als bedoeld in Titel IV van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie openstaat.

Ingeval van toepassing van artikel 3, tweede lid, kunnen degene, die de zaak aanhangig heeft gemaakt, en de aangeslotene overeenkomen de zaak rechtstreeks aanhangig te maken bij het centraal tuchtgerecht. Alsdan is het bepaalde in deze paragraaf op de behandeling voor het centraal tuchtgerecht van overeenkomstige toepassing.

Bij de bekendmaking van de tuchtbeschikking wordt tevens vermeld dat daartegen voorziening als bedoeld in Titel IV van de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie openstaat.

De controle-instelling regelt hetgeen overigens bevorderlijk is voor de goede gang van het tuchtrechtelijk geding.

De zaken, welke bij een tuchtgerecht aanhangig zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het tuchtreglement, dat overeenkomstig het bepaalde in dit besluit is vastgesteld, worden afgedaan met inachtneming van de regelen inzake de rechtsgang van het tuchtrechtelijke geding, welke golden vóór dat tijdstip.