Ministeriële regeling · BWBR0003290

Regeling geur- en smaakstoffen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling geur- en smaakstoffenRegeling geur- en smaakstoffenDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,De Minister van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Economische Zaken,Th. M. Hazekamp,

Gelet op artikel 2, derde lid, van het Geur- en smaakstoffenbesluit (Warenwet) (Stb. 1979, 396);

De Adviescommissie Warenwet gehoord,

Besluiten:

Leidschendam24 januari 1980De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, L.GinjaarDe Minister van Landbouw en Visserij, A. P. J. M. M. van derSteeDe Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M.Hazekamp

Geur- en smaakstoffen dienen zodanig van samenstelling te zijn dat bij gebruik overeenkomstig de bestemming de eet- en drinkwaren of kauwpreparaten waaraan zij worden toegevoegd,

Onverminderd artikel 1, onder b, mag N-ethyl-2-isopropyl-5-methylcyclohexaancarboxamide aanwezig zijn in de navolgende eet- en drinkwaren, tot de daarbij vermelde maximale hoeveelheid:

a.kauwgom:

tot 1200 mg/kg;

b.chocolade en suikerwerken:

tot 100 mg/kg;

c.andere eet- en drinkwaren:

tot 10 mg/kg.

Geur- en smaakstoffen mogen slechts bevatten de additieven overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage III tot de daarbij vermelde hoeveelheden.

Als smaakversterkende stoffen mogen slechts worden gebruikt de stoffen, genoemd in de bij deze regeling gevoegde bijlage IV.

glutaminezuur en de natrium-, kalium-, ammonium- en calciumzouten hiervan 5’-inosinezuur en de natrium-, kalium- en calciumzouten hiervan.

‘5-guanylzuur en de natrium-, kalium- en calciumzouten hiervan.