Ministeriële regeling · BWBR0003297
Regeling samenstelling bestrijdingsmiddelen
Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 alsmede op artikel 2, tweede lid, van het Bestrijdingsmiddelenbesluit;
Gehoord de Bestrijdingsmiddelencommissie,
Besluiten:
's-Gravenhage 22 februari 1980 De Minister van Landbouw en Visserij,A. P. J. M. M. van derSteeDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,L.GinjaarDe Minister van Sociale Zaken, W. AlbedaIn deze regeling wordt verstaan onder:
‘wet’:de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 288);
‘toelating’:het besluit waarbij een bestrijdingsmiddel ingevolge artikel 4 of artikel 9 van de wet is toegelaten, met inbegrip van de daarin aangebrachte wijzigingen;
'klein chemisch afval’:afvalstoffen die in kleine hoeveelheden vrijkomen en die in de Regeling Europese afvalstoffenlijst worden aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen, alsmede de daarmee naar aard en samenstelling vergelijkbare huishoudelijke afvalstoffen.
Deze regeling berust op artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Het gehalte aan werkzame stof of stoffen en de verdere samenstelling, vorm en afwerking van een bestrijdingsmiddel moeten voldoen aan de eisen, gesteld in Bijlage I van deze regeling.
Een gewasbeschermingsmiddel, dat een werkzame stof bevat die bij de in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de wet bedoelde communautaire maatregel is aangewezen of dat niet reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd, en niet zijnde een middel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit uniforme beginselen gewasbeschermingsmiddelen, moet onverminderd het eerste lid voldoen aan Bijlage VI, onderdeel C, Besluitvorming, onder 2.7 van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).
Een bestrijdingsmiddel mag geen stof bevatten die uitsluitend of mede dient:
- a.
om aan het bestrijdingsmiddel een geur te geven;
- b.
om de geur van het bestrijdingsmiddel te beïnvloeden.
Het in het eerste lid, onder a, bepaalde geldt niet voor zover de geur noodzakelijk is in verband met een of meer toelatingscriteria als bedoeld in artikel 3, dan wel 3a van de wet.
Het in het eerste lid, onder b, bepaalde geldt niet voor zover bij de toelating om bijzondere redenen anders wordt bepaald.
Indien kleuring van een bestrijdingsmiddel wordt voorgeschreven, moet de kleur opvallend zijn.
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
Vervallen
De artikelen 1–6 en 8–12 van de Bestrijdingsmiddelenbeschikking (Stcrt. 1964, 167) alsmede de hoofdstukken I en II van de bij die regeling behorende Bijlage I worden ingetrokken.
Deze regeling wordt aangehaald als:
Regeling samenstelling bestrijdingsmiddelen.
- a.
In bestrijdingsmiddelen op basis van de onderstaande werkzame stoffen mag het gehalte van de vermelde onzuiverheden niet hoger zijn dan voortvloeit uit het aangegeven maximale gehalte in de technische werkzame stof.
Werkzame stof
Onzuiverheden
Ten hoogste toelaatbare gehalte in de werkzame stof
chloorthal
hexachloorbenzeen
1 g/kg
1,3-dichloorpropeen
1,2-dichloorpropaan
5 g/kg
(Z)-1,3-dichloorpropeen
1,2-dichloorpropaan
1 g/kg
dicofol
DDT en aan DDT verwante verbindingen
1 g/kg
waarvan DDT
0,1 g/kg
diuron
3,3',4,4'-tetrachloorazoxybenzeen
1 mg/kg
3,3',4,4'-tetrachloorazobenzeen
10 mg/kg
malathion
isomalathion
18 mg/kg
linuron
3,3',4,4'-tetrachloorazoxybenzeen
1 mg/kg
3,3',4'4-tetrachloorazobenzeen
10 mg/kg
maleïne hydrazide
hydrazine
1 mg/kg
- b.
In bestrijdingsmiddelen waarin onderstaande stoffen voorkomen, mag het gehalte van de vermelde onzuiverheden niet hoger zijn dan aangegeven.
Naam van de stof
Onzuiverheden
Ten hoogste toelaatbare gehalte
dimethylamine
nitrosodimethylamine
1 mg/kg
steenkoolteer-oliedestillaat
in water oplosbare fenolen
30 g/kg
(creosootolie en carbolineum) (voor houtverduurzaming)
benzo[a]pyreen
50 mg/kg
- c.
In bestrijdingsmiddelen waarin onderstaande stoffen voorkomen, moet het gehalte van de vermelde zuiverheid ten minste het aangegeven gehalte in de technische werkzame stof bedragen.
Naam van de stof
Zuiverheid
Tenminste vereiste gehalte
dicofol
p,p'-dicofol
78%
- d.
In bestrijdingsmiddelen mogen onderstaande stoffen niet als verbinding of bestanddeel in de handel worden gebracht of gebruikt in concentraties van 0,1 % (g/g) of meer.
Nonylfenol C6H4(OH)C9H19
Nonylfenolethoxylaat (C2H2O)nC15H24O
Van bestrijdingsmiddelen, niet zijnde bestrijdingsmiddelen als bedoeld in artikel 14 van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, waarvan de werkzame stof een LD-50 acuut oraal rat heeft welke kleiner is dan 25 mg/kg lichaamsgewicht, mag het gehalte aan werkzame stof niet hoger zijn dan 25% of 250 g/liter.
Vervallen
Vervallen