U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-07-2021.

Wet · BWBR0003386

Wet agrarisch grondverkeer

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 26 maart 1981, houdende regeling van het agrarisch grondverkeer Wet agrarisch grondverkeerWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot een toetsing bij de vervreemding van landbouwgronden en natuurterreinen ter bevordering van een evenwichtige prijsontwikkeling, alsmede met betrekking tot de totstandkoming van een voorkeursrecht voor het bureau beheer landbouwgronden bij de verwerving van landbouwgronden en natuurterreinen.

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Lage Vuursche 26 maart 1981 Beatrix De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Beelaerts van Blokland De Minister van Justitie, J. de Ruiter De Staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, G. C. Wallis de Vries De Minister van Financiën, Van der Stee de negentiende mei 1981 De Minister van Justitie, J. de Ruiter

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

landbouw: akkerbouw, veehouderij - daaronder begrepen intensieve veehouderij -, tuinbouw - daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, bosbouw en elke andere vorm van bodemcultuur;

land: landbouwgrond en natuurterreinen;

landbouwgrond: grond, waarop enige vorm van landbouw wordt of onmiddellijk kan worden uitgeoefend;

natuurterreinen: heidevelden, hoogveenterrein, zandverstuivingen, duinterreinen, kwelders, schorren, gorzen, slikken, riet- en ruigtlanden, laagveenmoerassen, voor zover het geen landbouwgrond is;

beperkt recht: het recht van erfpacht, opstal, beklemming of vruchtgebruik;

vervreemding: de overdracht in eigendom of de toedeling van een onroerende zaak alsmede de overdracht of toedeling dan wel vestiging van een beperkt recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen;

vervreemder: de eigenaar van een onroerende zaak of de rechthebbende op een beperkt recht waaraan een onroerende zaak is onderworpen, die tot vervreemding wenst over te gaan, alsmede degene die bij ontbinding van een gemeenschap met de vereffening is belast en tot vervreemding wenst over te gaan;

bedrijf: een complex, bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond dienende tot uitoefening van de landbouw;

bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die leiding geeft aan een in de vorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon gedreven bedrijf;

bureau: bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28;

hoofdberoep: het beroep, waaruit een persoon in overwegende mate zijn inkomsten trekt.

Voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, wordt met de daar bedoelde notariële verklaring gelijkgesteld de verklaring van een persoon die een onderhandse akte tot levering heeft opgesteld en daartoe krachtens artikel 91 van de Overgangswet van het nieuwe Burgerlijk Wetboek bevoegd was.

Na de inschrijving van een akte kan de nietigheid wegens niet inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet niet meer worden ingeroepen.

Een overeenkomst tot vervreemding van landbouwgrond, gelegen binnen een gebied waarvoor op grond van artikel 8 vereisten ten aanzien van landbouwgrond zijn gesteld, wordt door de grondkamer goedgekeurd, indien de verwerver aannemelijk maakt, dat hij de landbouwgrond zal gebruiken voor een produktierichting, waarvoor op grond van artikel 8 geen vereisten zijn gesteld, of ter uitoefening van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen beroep, en indien:

Indien de grondkamer haar goedkeuring aan een overeenkomst onthoudt, verklaart zij deze nietig.

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6, tweede lid, 7 en 37, eerste lid, wordt een overeenkomst tot vervreemding van landbouwgrond aan een rechtspersoon goedgekeurd, indien:

De verzoeker dient ten behoeve van de toestemming als bedoeld in artikel 12, onder a, de navolgende gegevens over te leggen:

In geval van ontbinding van een rechtspersoon behoeft de overdracht krachtens artikel 23, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien en voor zover tot het batig saldo landbouwgrond behoort, de toestemming van de grondkamer. De toestemming wordt verleend indien de verwerver van de landbouwgrond voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

Vervallen

De artikelen 6 tot en met 8, 13, 14, 22, tweede lid tot en met 24, 29 tot en met 32, 34 en 35 van de Uitvoeringswet grondkamers zijn van overeenkomstige toepassing, indien ingevolge de bepalingen van deze wet een beslissing van de grondkamer of de Centrale Grondkamer wordt verlangd.

Maatregelen, welke financiële lasten ten gevolge hebben, en welke niet als verplichting uit deze wet voortvloeien, worden door de directeur slechts genomen, voor zover door Onze Minister of Onze bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen Ministers daartoe kredieten beschikbaar zijn gesteld.

De Staat waarborgt de financiële verplichtingen, welke voor het bureau uit de uitoefening van zijn taak voortvloeien.

De aanwijzing, bedoeld in artikel 37, derde lid, wordt bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

Het bepaalde in artikel 37, eerste lid, is niet van toepassing, voor zover het betreft overeenkomsten als genoemd in artikel 6, tweede lid, onder a, d, e en h.

In de eerste voor de behandeling van burgerlijke zaken bestemde zitting, welke plaats heeft na afloop van één maand na de in artikel 45, tweede lid, bedoelde nederlegging, kunnen beide partijen hun belangen mondeling onderbouwen. De griffier roept partijen, zomede de deskundigen, op om ter zitting aanwezig te zijn. Uiterlijk vier weken na de zitting doet de rechtbank bij beschikking uitspraak over de prijs. Artikel 43, vierde lid, derde en vierde zin, is van overeenkomstige toepassing.

Gedurende drie maanden na dagtekening van de beschikking van de rechtbank als bedoeld in artikel 46, is het bureau, indien de vervreemder zulks verlangt, verplicht zijn medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een akte tot levering aan hem van het betrokken land of beperkte recht tegen betaling aan de vervreemder van de door de rechtbank bij haar beschikking bepaalde prijs.

De beschikking, bedoeld in artikel 46 is niet vatbaar voor beroep of cassatie.

Schriftelijke opgaven, verzoeken en beschikkingen op grond van deze titel, dienen aangetekend te worden verzonden.

Een verzoek als bedoeld in artikel 53 wordt door de rechtbank afgewezen, indien onaannemelijk is, dat een beroep op dat artikel noodzakelijk is ten gevolge van de krachtens de Titels II of III gestelde vereisten.

Onze Minister stelt nadere regelen vast omtrent de uitgifte alsmede omtrent de bij uitgifte te stellen voorwaarden.

Indien voor een provincie geen regelen zijn gesteld krachtens artikel 8 treden voor die provincie de artikelen 2-19, met uitzondering van het bepaalde bedoeld in artikel 2, eerste, derde en vierde lid, buiten werking.

Het is verboden onjuiste of onvolledige opgaven te doen met het oog op het verkrijgen van de goedkeuring van een overeenkomst tot vervreemding van land.

Vervallen

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

De rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen van de Stichting "Beheer Landbouwgronden" gaan bij haar opheffing over op het bureau.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.