U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-03-2002.

Regeling · BWBR0003418

Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981

Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 25 juni 1981, houdende toepassing van artikel 74 van de KernenergiewetBijdragenbesluit Kernenergiewet 1981Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en van Sociale Zaken van 5 februari 1981, no. 681/54 W.J.A., gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën;

Gelet op de artikelen 74 en 76, eerste lid, van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82);

De Raad van State gehoord (advies van 21 april 1981, no. 810415/22);

Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Economische Zaken, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, en van Sociale Zaken van 19 juni 1981, no. 681/457 W.J.A., uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Lage Vuursche25 juni 1981BeatrixDe Minister van Economische Zaken,G. M. V. van AardenneDe Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,L. GinjaarDe Minister van Sociale Zaken,Albedade drieëntwintigste juli 1981De Minister van Justitie,J. de Ruiter

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van splijtstoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 272,27.

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het oprichten van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, is verplicht een bedrag te betalen van:

Vervallen

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend voor het vervoeren van radioactieve stoffen, is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van € 272,27.

Hij, aan wie een vergunning wordt verleend als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming is verplicht aan de staat een bedrag te betalen van:

Hij, aan wie een vergunning is verleend voor het vervoeren van splijtstoffen of radioactieve stoffen of voor het voorhanden hebben van genoemde stoffen bij opslag in verband met het vervoer, is, indien daaraan het voorschrift is verbonden, dat het vervoer of het voorhanden hebben dient te geschieden onder rijksgeleide of onder rijkstoezicht, verplicht aan de staat te betalen een bedrag, dat wordt berekend met overeenkomstige toepassing van artikel 52 van het Reglement Gevaarlijke Stoffen (Stb. 1968 207), met dien verstande, dat aldaar telkens in plaats van "afzender" wordt gelezen: "vervoerder of zijn gemachtigde dan wel degene die voorhanden heeft".

Indien gelijktijdig aan dezelfde persoon meerdere, met elkaar samenhangende vergunningen worden verleend, waarvoor bijdragen als in dit besluit bedoeld verschuldigd zijn, is slechts één bijdrage verschuldigd, waarvan het bedrag gelijk is aan het hoogste van de bedragen, welke op grond van dit besluit ter zake van die vergunningen verschuldigd zouden zijn.

Onze Minister, wie het aangaat, deelt aan de betrokkene mede, welke bijdrage deze is verschuldigd, op welke wijze betaling van de bijdrage kan plaatsvinden en binnen welke termijn deze dient te geschieden.

Het Bijdragenbesluit Kernenergiewet (Stb. 1969, 475) wordt ingetrokken.