Ministeriële regeling · BWBR0003497
Regelen voor met bepaalde bestrijdingsmiddelen behandelde ruimten
Gelet op artikel 5a, eerste lid, onder f, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 1962, 288);
De Bestrijdingsmiddelencommissie gehoord;
Besluit:
Leidschendam18 mei 1982 De Staatssecretaris voornoemd,J. J. Lambers-HacquebardEen ruimte die geheel of gedeeltelijk behandeld is met een bestrijdingsmiddel met als werkzame stof of een der werkzame stoffen pentachloorfenol of tributyltinoxide, mag na de behandeling gedurende een etmaal niet worden betreden en mag na dat etmaal niet meer dienen als:
woon- of verblijfruimte voor mensen, noch daarmee in open verbinding staan;
verblijfruimte voor vee en pluimvee;
ruimte waar eet- en drinkwaren worden bereid, behandeld of bewaard.
Een in het eerste lid bedoelde ruimte moet tijdens de behandeling en gedurende de twee weken na de behandeling voortdurend intensief worden geventileerd.
Een ruimte die geheel of gedeeltelijk behandeld is met een bestrijdingsmiddel ter bestrijding van houtaantastende insecten, met als werkzame stof lindaan, mag na de behandeling gedurende een etmaal niet worden betreden en mag na dat etmaal:
gedurende vier weken niet dienen als woon- of verblijfsruimte voor mensen, noch daarmee in open verbinding staan, indien het behandelde oppervlak meer dan 3 m² bedraagt;
niet meer dienen als verblijfruimte voor melkgevend vee en pluimvee;
niet meer dienen als ruimte waar eet- en drinkwaren worden bereid, behandeld of bewaard.
Een in het eerste lid bedoelde ruimte moet tijdens de behandeling en gedurende twee weken na de behandeling voortdurend intensief worden geventileerd.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 juli 1982.