Ministeriële regeling · BWBR0003612

Vrijstellingsbesluit Kunstmatige zoetstoffen (Warenwet)

Wijzigingen Officiële bron
Vrijstellingsbesluit Kunstmatige zoetstoffen (Warenwet)Vrijstellingsbesluit Kunstmatige zoetstoffen (Warenwet)De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Economische Zaken, P. H. van Zeil;

Gelet op artikel 16, derde lid, jo artikel 14, vierde lid, van de Warenwet (Stb. 1935, 793);

Besluiten:

Leidschendam18 augustus 1983 De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, J. P. van derReijden De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, A.Ploeg De Staatssecretaris van Economische Zaken, P. H. vanZeil

Vrijstelling wordt verleend van het bepaalde in artikel 3 quater, eerste lid, van het Algemeen Besluit (Warenwet) (Stb. 1949, J 306) ten aanzien van het aanwezig zijn van:

Vrijstelling wordt verleend van het verbod vervat in artikel 3 quater, eerste lid, van het Algemeen Besluit (Warenwet) ten aanzien van de aanwezigheid van andere kunstmatige zoetstoffen dan saccharine in eet- en drinkwaren, voor zover het betreft de aanwezigheid van aspartaam in eet- of drinkwaren als bedoeld in het Melkbesluit (Warenwet) 1974 (Stb. 699) , welke, voor zover het betreft de van de melk afkomstige bestanddelen van die waren, uitsluitend zijn bereid met vloeibare melkprodukten welke minder dan 1,5% vet bevatten, onder de volgende voorwaarden: