U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 01-01-2016.
Wijzigingen Officiële bron
Besluit van 1 november 1983, tot vaststelling van regelen ten aanzien van de bezoldiging van burgerlijke rijksambtenarenBezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 25 mei 1983, nr. AB83/U577, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Hoofdafdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden;

Gelet op artikel 125, eerste lid van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530);

De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 1983, nr. W04.83.0323(11.3.30);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 21 oktober 1983, nr. AB83/1452, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, Hoofdafdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage1 november 1983BeatrixDe Minister van Binnenlandse Zaken,Rietkerkde negenentwintigste november 1983De Minister van Justitie,F. Korthals Altes

In dit besluit wordt verstaan onder:

Vervallen

Vervallen

In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, waarbij van de overige bepalingen van dit hoofdstuk kan worden afgeweken.

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De ambtenaar die is benoemd in een functie van secretaris-generaal, genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft voor de duur van die benoeming aanspraak op een maandelijkse toeslag ter grootte van 5% van zijn salaris.

Vervallen

Het bepalen van de salarisschaal en het toekennen van het salaris, van een toelage als bedoeld in de artikelen 14 tot en met 18b, van de eindejaarsuitkering, van de vakantie-uitkering, van een toeslag en van de vergoeding voor extra diensten vindt plaats:

In afwijking van artikel 20a, eerste en tweede lid, heeft de ambtenaar die is aangesteld bij de Rijksschoonmaakorganisatie en wiens functie is genoemd in bijlage C, recht op een eindejaarsuitkering van 2,2% van het door hem genoten bruto salaris over twaalf maanden die wordt betaald in november. Voorts wordt 6,5% van het genoten bruto salaris maandelijks uitgekeerd boven op het salaris.

De algemene salarismaatregelen die op de bijlagen A en B worden toegepast worden niet toegepast op de bijlage C.

Treedt op een later tijdstip in werking.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Dit besluit kan worden aangehaald als Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Bij algemene maatregel van bestuur, regelende het overgangsrecht, wordt het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld, waarbij kan worden bepaald dat toepassing van een of meer artikelen of onderdelen daarvan met ingang van verschillende tijdstippen zal geschieden.