Regeling · BWBR0003655
Besluit opheffing Bureau Bijzondere Uitkeringen
Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 23 december 1983, nr. 339317 mede namens Onze Ministers van Financiën en van Onderwijs en Wetenschappen;
Gelet op artikel 44 van de Grondwet;
Gelet voorts op de Wet van 12 januari 1983, houdende wijziging van de Lager-onderwijswet 1920, de Financiële-Verhoudingswet 1960, de Experimentenwet onderwijs en de Wet beheersing huisvestingsvoorzieningen k.o.-l.o., inzake de uitkeringen met betrekking tot het lager onderwijs (Stb. 1983, 14);
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst, waarvan mededeling zal worden gedaan in de Staatscourant en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Kamers der Staten-Generaal.
Lech30 december 1983BeatrixDe Minister-President, Minister van Algemene Zaken,R. F. M. LubbersDe Minister van Financiën,O. RudingDe Minister van Onderwijs en Wetenschappen,W. J. Deetmande zesentwintigste januari 1984De Minister van Justitie,F. Korthals AltesHet Bureau Bijzondere Uitkeringen van de Directie Financiën Publiekrechtelijke Lichamen van het departement van Financiën wordt met ingang van 1 februari 1983 opgeheven. De taak van dit bureau met betrekking tot de uitkeringen ten behoeve van het lager onderwijs en het buitengewoon onderwijs wordt met ingang van diezelfde datum overgedragen aan het departement van Onderwijs en Wetenschappen.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 februari 1983.