Ministeriële regeling · BWBR0003661
Toepassing artikel 83, tweede lid, Zaaizaad- en Plantgoedwet
Gelet op artikel 83, tweede lid, van de Zaaizaad- en Plantgoedwet;
Besluit:
's-Gravenhage2 maart 1984De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, Voor deze, De secretaris-generaal,G. J. vanDinterTeeltmateriaal van rassen en andere groepen van planten, die behoren tot een landbouwgewas waarop de in artikel 83, eerste lid, bedoelde maatregel van toepassing is en die in de rubriek ‘Uitsluitend voor uitvoer bestemd’ van de rassenlijst voor landbouwgewassen zijn geplaatst, mag in het verkeer worden gebracht ten einde te worden vermeerderd mits uit de waarmerking vanwege de ‘Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen, blijkt dat het daaruit voort te brengen teeltmateriaal bestemd is te worden uitgevoerd.
De in artikel 1 bedoelde waarmerking vindt slechts plaats indien uit schriftelijke verklaringen van de bij de voorgenomen verhandeling betrokken partijen voldoende vaststaat voor de in dat artikel genoemde instelling dat
het in het verkeer te brengen materiaal uitsluitend bestemd is voor de voortbrenging van teeltmateriaal en
het voort te brengen teeltmateriaal uitsluitend bestemd is te worden uitgevoerd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.