U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-04-2004.

Ministeriële regeling · BWBR0003737

Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985

Wijzigingen Officiële bron
Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985De staatssecretaris van Landbouw en Visserij,

Overwegende dat uitvoering dient te worden gegeven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 26 juni 1964, inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, no. 64/433/EEG (PbEG L 121), zoals deze is gewijzigd bij Richtlijn van de Raad van 7 februari 1983, no. 83/90/EEG (PbEG L 59);

Gezien de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees, no. 72/461/EEG (PbEG L 302);

Gelet op de artikelen 68 en 70, tweede lid, van de Veewet (Stb. 1920, 153);

Gehoord het Landbouwschap, het Produktschap voor Vee en Vlees en de Centrale Organisatie voor de Vleesgroothandel;

Besluit:

's-Gravenhage18 december 1984 De staatssecretaris van Landbouw en Visserij, Voor deze,De secretaris-generaal, G. J. vanDinter

In deze regeling wordt verstaan onder:

richtlijn 64/433/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG 1964, L 121);

richtlijn 72/461/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (PbEG L 302);

richtlijn 77/96/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976, inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (PbEG 1977, L 26);

richtlijn 77/99/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (PbEG 1977, L 26);

richtlijn 2001/89/EG:

richtlijn van de Raad van 23 oktober 2001 betreffende maatregelen van de Gemeenschap ter bestrijding van klassieke varkenspest (PbEG L 316/5).

richtlijn 88/657/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1988 tot vaststelling van de eisen voor de produktie van en het handelsverkeer in gehakt, vlees in stukken van minder dan 100 gram en vleesbereidingen en tot wijziging van de richtlijnen 64/433/EEG, 71/118/EEG en 72/462/EEG (PbEG, L 382);

richtlijn 89/662/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395);

richtlijn 91/495/EEG:

richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 november 1990, inzake gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van konijnevlees en vlees van gekweekt wild (PbEG L 268);

richtlijn 97/78/EG:

richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1998, L 24).

beschikking 2001/471/EG:

beschikking 2001/471/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 8 juni 2001 tot vaststelling van voorschriften voor het regelmatig doen controleren van de algemene hygiëne door de exploitanten in inrichtingen overeenkomstig richtlijn 64/433/EEG betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van vers vlees en richtlijn 71/118/EEG inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van de productie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (PbEG L 165);

verordening 999/2001/EG:

verordening nr. 999/2001/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001, houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën;

Minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

VWA:

de Voedsel en Waren Autoriteit, ingesteld bij besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 juli 2002 (Stcrt. 127);

ambtenaar:

ambtenaar als bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;.

officiële dierenarts:

door de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending aangewezen dierenarts;

vee:

runderen, varkens, schapen, geiten en eenhoevige dieren, voor zover de dieren als huisdieren worden gehouden;

kalf:

rund met een geslacht gewicht van ten hoogste 175 kg, dat nog geen vaste tanden heeft;

nuchter kalf:

rund met een gewicht beneden 60 kg, onderscheidenlijk een geslacht gewicht beneden 35 kg;

vers vlees:

alle voor menselijke consumptie geschikte delen van vee, ook vacuüm of in gecontroleerde atmosfeer verpakt, die, buiten de koudebehandeling, geen behandeling ter bevordering van de houdbaarheid hebben ondergaan;

separatorvlees:

vlees dat machinaal is afgescheiden van beenderen met daaraan vastzittend vlees, met uitzondering van kopbeenderen, poten onder het voorkniegewricht, respectievelijk het spronggewicht, alsmede varkensstaarten, bestemd voor de verwerking tot vleesprodukten als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van richtlijn 77/99/EEG;

gehakt:

vlees als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, subonderdeel a, van richtlijn 88/657/EEG, niet zijnde een produkt dat een van de behandelingen heeft ondergaan, genoemd in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 77/99/EEG en dat niet meer de kenmerken van vers vlees heeft;

vlees in stukken van minder dan 100 gram:

vlees als bedoeld in artikel 2, subonderdeel b, van richtlijn 88/657/EEG, niet zijnde een produkt dat een van de behandelingen heeft, ondergaan, genoemd in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 77/99/EEG en dat niet meer de kenmerken van vers vlees heeft;

vleesbereidingen:

bereidingen van vlees als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, subonderdeel c, van richtlijn 88/657/EEG, niet zijnde een produkt dat een van de behandelingen heeft ondergaan, genoemd in artikel 2, onderdeel f, van richtlijn 77/99/EEG en dat niet meer de kenmerken van vers vlees heeft;

gekweekt wild:

niet als huisdier beschouwde landzoogdieren, niet zijnde konijnen of hazen, die niet worden vermeld in artikel 1, eerste lid, van richtlijn 64/433/EEG en die worden gehouden als huisdieren. Niet-gedomesticeerde zoogdieren die leven op een afgesloten gebied onder soortgelijke omstandigheden ten aanzien van vrijheid als wild worden evenwel niet als gekweekt wild beschouwd;

vlees van gekweekt wild:

alle voor menselijke consumptie geschikte delen van gekweekt wild;

karkas:

uitgebloed geheel slachtdier als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van richtlijn 64/433/EEG;

slachtafval:

vers vlees dat geen deel uitmaakt van een karkas, ook indien het op natuurlijke wijze met het karkas verbonden blijft;

onmiddellijke verpakking:

het beschermen van vers vlees door middel van een eerste omhulsel dat, of een eerste transportverpakking die, rechtstreeks in contact komt met het betrokken verse vlees, alsmede het eerste omhulsel of de eerste transportverpakking zelf;

eindverpakking:

het plaatsen van vers vlees in onmiddellijke verpakking in een tweede transportverpakking, alsmede de transportverpakking zelf;

werkplaats:

uitsnijderij of inrichting voor de produktie van gehakt of vlees in stukken van minder dan 100 gram, onderscheidenlijk werkplaats voor vleesbereidingen;

zelfstandige produktie-eenheid:

werkplaats die zich noch in de lokalen noch in een bijgebouw van een overeenkomstig richtlijn 64/433/EEG of 77/99/EEG erkende inrichting bevindt;

herverpakkingscentrum:

werkplaats of opslagplaats waar vlees, voorzien van een onmiddellijke verpakking en bestemd te worden uitgevoerd naar een lid-staat of Noorwegen, opnieuw wordt bijeengebracht of herverpakt;

partij:

eenzelfde hoeveelheid vlees van dezelfde aard waarvoor – voor zover voorgeschreven - eenzelfde veterinair certificaat of document geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd van één inrichting naar eenzelfde plaats van bestemming;

lid-staat:

lid-staat van de Europese Unie, niet zijnde Nederland;

derde land:

land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lid-staat,

richtlijn 64/432/EEG:

richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964, inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L121);

verordening 1760/2000:

verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juli 2000 (PbEG L 204) tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad van de Europese Unie;

e. I&R-systeem rund:

gecomputeriseerd gegevensbestand als bedoeld in artikel 5 van verordening 1760/2000;

verordening 1829/2003:

verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PbEU L 268);

verordening 1830/2003:

verordening (EG) nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 september 2003 betreffende de traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG (PbEU L 268).

De eisen, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de Veewet zijn voor vers vlees van in Nederland geslachte dieren in kleinere delen dan bedoeld in de aanhef van het eerste lid van artikel 2 de volgende:

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk V van bijlage 1 van richtlijn 64/433/EEG moet bij het slachten en uitsnijden alsmede bij de verdere behandeling van het vlees het volgende in acht worden genomen:

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk VII van bijlage I van richtlijn 64/433/EEG moet bij het slachten het volgende in acht worden genomen:

Vervallen

Onverminderd het bepaalde in artikel 7 moet ten aanzien van ingevoerd vlees, niet in Nederland is uitgesneden, het bepaalde in artikel 3, onderdelen a, c tot en met i, en k, alsmede het bepaalde in artikel 4, in acht zijn genomen, terwijl bovendien, voor zover het uitgesneden vlees gehakt betreft, vlees in stukken van minder dan 100 gram of vleesbereidingen, het bepaalde in artikel 3, onderdeel l tot en met o, in acht is genomen.

De Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in deze regeling. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.

Deze regeling is niet van toepassing op:

De minimale frequentie van het steekproefsgewijze onderzoek, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, is de volgende:

De startfase gaat in met ingang van 24 februari 1988. Voorts gaat de startfase in na één of meer positieve bevindingen in de routinefase.

De intensieve fase gaat in na één of meer positieve bevindingen per 1000 onderzochte monsters gedurende een periode van 6 maanden in de startfase en geldt uitsluitend voor de stof waarop de positieve bevinding betrekking heeft. De intensieve fase wordt uitgevoerd in het werkgebied van de kring van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees waarin het bedrijf is gelegen waarvan het dier afkomstig is dat een positieve bevinding heeft opgeleverd. De monsters die tijdens de intensieve fase worden genomen, dienen tevens voor het onderzoek op de stoffen waarvoor de startfase geldt.

De routinefase gaat in wanneer gedurende één jaar bij het onderzoek bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Regeling uitvoer vers vlees 1985 geen positieve bevindingen zijn gedaan, met dien verstande dat de routinefase voor de onderscheiden groep dieren dan wel diersoort niet ingaat wanneer het onderzoek, bedoeld in artikel 25a, eerste lid, van het Onderzoekingsregulatief (Stcrt. 1957, 55) leidt tot afkeuring van het vlees overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van het Keuringsregulatief (Stcrt. 19768, 201).

Het onderzoek naar de aanwezigheid van de stoffen, bedoeld in de laatste zin van artikel 2, eerste lid, onderdeel i, onder 1, 2 en 3, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985, vindt plaats aan de hand van een eerste onderzoek, en wanneer het resultaat daarvan de ondergenoemde identificatiegrens overschrijdt, een bevestigingsonderzoek volgens de volgende methoden met dien verstande, dat, indien in urine van varkens en eenhoevige dieren (epi-)nortestosteron is aangetoond, een bevestigingsonderzoek niet plaats vindt: