Wet · BWBR0003765

Rampenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 30 januari 1985, houdende regels inzake de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop Wet rampen en zware ongevallenWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te geven over de rampenbestrijding en over de voorbereiding daarop,;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 30 januari 1985 Beatrix De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, Van Amelsvoort de zesentwintigste februari 1985 De Minister van Justitie, F. Korthals Altes

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Het college van burgemeester en wethouders is belast met de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in de gemeente, voor zover niet bij of krachtens de wet anders is bepaald. Het bevordert in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die nodig zijn voor een doelmatige bestrijding van rampen en zware ongevallen.

Het bestuur van de regionale brandweer rapporteert, na overleg met het regionale college en het bestuur van de GHOR-regio, jaarlijks over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de beleidsmaatregelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, en zendt deze aan de commissaris van de Koning en ter kennisneming aan gedeputeerde staten.

De commissaris van de Koning informeert, mede op basis van de informatie, verkregen op grond van artikel 10d, Onze Minister jaarlijks over de stand van zaken met betrekking tot de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop.

Onze Minister informeert, mede op basis van de informatie, verkregen op grond van artikel 10e, en de artikelen 19 en 19a van de Brandweerwet 1985, de Tweede Kamer der Staten-Generaal ten minste één maal per vier jaren over de stand van zaken met betrekking tot de rampenbestrijding en de voorbereiding daarop.

Onze commissaris in de provincie kan in geval van een ramp of een zwaar ongeval van meer dan plaatselijke betekenis in een of meer gemeenten of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan de burgemeesters in de provincie, zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen geven over het door hen inzake de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval te voeren beleid. Hij kan alsdan in de operationele leiding van de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval voorzien. Hij doet zich bijstaan door een door hem samengestelde provinciale rampenstaf.

Onze Minister kan in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, indien het algemeen belang zulks dringend eist, Onze commissaris in de provincie, zoveel mogelijk na overleg met hem, de nodige aanwijzingen geven over het door hem inzake de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval te voeren beleid.

De burgemeesters, Onze commissarissen in de provinciën en Onze Minister verstrekken elkaar de nodige inlichtingen ten behoeve van de toepassing van de artikelen 11-13.

Indien bij of krachtens de wet aan een van Onze Ministers de bevoegdheid is gegeven bij een ramp of een zwaar ongeval regels te stellen of maatregelen te treffen, maakt hij van deze bevoegdheid geen gebruik dan na overleg met Onze Minister, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet.

In bijzondere gevallen kan Onze commissaris in de provincie een verzoek tot bijstand van militairen richten aan Onze Minister. Deze wendt zich ter zake tot Onze Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treft, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten.

Onze Minister stelt de eisen vast, waaraan rampenplannen en provinciale coördinatieplannen, als bedoeld in hoofdstuk II van deze wet, moeten voldoen met het oog op de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden.

Onze Minister kan, indien het algemeen belang zulks dringend eist, voorzien in de uitoefening van bevoegdheden van Onze commissaris in de provincie en van de burgemeester op grond van deze wet, door die uitoefening geheel of ten dele aan zich te trekken dan wel daarmee geheel of ten dele een andere autoriteit te belasten.

Onze commissaris in de provincie, de burgemeester en de door hen of door Onze Minister aangewezen personen hebben toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm.

Vervallen

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens artikel 10a bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 4a aangewezen inrichtingen zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders binnen hun ambtsgebied aangewezen ambtenaren. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over dit toezicht.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bij of krachtens artikel 10a bepaalde ten aanzien van krachtens artikel 4a aangewezen inrichtingen, tot welke bevoegdheid mede behoort het stilleggen of gedeeltelijk buiten werking stellen of verzegelen van de inrichting dan wel het verzegelen of verwijderen van hetgeen zich in de inrichting bevindt.

Handelen in strijd met de artikelen 10a, eerste lid, en 11b, tweede lid, is een strafbaar feit voor zover dat handelen in de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 10a, derde lid, onderscheidenlijk artikel 11b, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.