Ministeriële regeling · BWBR0003768

Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.

Wijzigingen Officiële bron
Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O. Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.De Minister van Onderwijs en Wetenschappen

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw en Visserij;

Gelet op de artikelen 108 tot en met 114 van de Overgangswet W.V.O. (Stb. 1967, 386);

Gezien de adviezen van de Academische Raad (advies van 22 april 1982, nr. AR-750) en van de HBO-Raad (advies van 24 november 1981, nr. 20.4200/81.1583 MT);

Gehoord de Onderwijsraad (advies van 1 maart 1982, nr. OR/176 W.V.O.);

Besluit:

De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, w.g. Drs. W. J. Deetman

Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd in bijlage I bij deze regeling is de bevoegdheid verbonden tot het geven van voortgezet onderwijs aan de scholen en in de vakken in die bijlage aangegeven, onder de in die bijlage genoemde voorwaarden.

Hij die bevoegd is onderwijs te geven in een leerjaar van een school voor voortgezet onderwijs, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in een gemeenschappelijk leerjaar van een scholengemeenschap waarvan dat leerjaar deel uitmaakt.

Hij die bevoegd is onderwijs te geven aan een soort van onderwijs vallend onder de codering 2a, is bovendien bevoegd onderwijs te geven aan de andere soorten van onderwijs vallend onder de codering 2a die van de scholengemeenschap deel uitmaken.

Hij die bevoegd is onderwijs te geven aan één of meer afdelingen van een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, is bovendien bevoegd onderwijs te geven aan de andere afdelingen die van de school deel uitmaken.

Hij die bevoegd is onderwijs te geven in een of meer vakken waaruit een afdelingsvak, bedoeld in artikel 26h en artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, is samengesteld, is bovendien bevoegd onderwijs te geven in het desbetreffende afdelingsvak.

Onder het vak techniek wordt mede verstaan het vak algemene technieken (techniek).

Voor het vak klassieke culturele vorming (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) is bevoegd hij die bevoegd is voor de vakken Latijn en Grieks.

Zonder daardoor afbreuk te doen aan de bevoegdheid verbonden aan de specifieke voor dit vak in bijlage I onder nummer 4.4. genoemde bewijzen van bekwaamheid is voor het geven van voortgezet onderwijs in het vak maatschappelijke- en beroepsvorming bevoegd de leraar die in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid dat bevoegdheid geeft voor het voorbereidend beroepsonderwijs en aan wie door het bevoegd gezag - met diens instemming - lessen in dit vak worden opgedragen.

Aan de bewijzen van bekwaamheid genoemd in bijlage IIA bij deze regeling is de bevoegdheid verbonden tot het geven van onderwijs aan scholen voor middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs in het vak theorie en methoden (van enig werkveld), onder de in die bijlage genoemde voorwaarden.

Voor het vak esthetische vorming is bevoegd de leraar die bevoegd is voor een of meer der volgende vakken: tekenen, handvaardigheid (handenarbeid), handvaardigheid (textiele werkvormen), textiele werkvormen, muziek, drama, dans, kunstgeschiedenis, reclametekenen, etaleren.

Deze regeling, die in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 april 1985.

Deze regeling met de bijbehorende bijlagen kan worden aangehaald als “Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O.”.

Indeling

1 De studierichting omvat twee studie-richtingsdelen (vakken). De bevoegdheid is aangegeven met de codering 2, echter: de bevoegdheid voor het middelbaar beroepsonderwijs (m.b.o.) geldt steeds slechts voor een van beide studierichtingsdelen (vakken), namelijk het studierichtingsdeel (vak) waarvan de inhoud mede is gericht op het geven van het middelbaar beroepsonderwijs, zoals aangegeven op het getuigschrift. Voor het andere vak is de bevoegdheid beperkt tot de overige soorten van onderwijs die worden aangegeven met de codering 2.

2 Met uitzondering van het middelbaar beroepsonderwijs.

3 De bevoegdheid geldt tevens voor de bovenbouw van het havo en vwo.

4 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs.

5 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs; de bevoegdheid geldt niet voor het mmo en cursorisch middenstandsonderwijs.

6 Uitsluitend indien de inhoud van het studierichtingsdeel algemene economie mede is gericht op het geven van middelbaar beroepsonderwijs; de bevoegdheid geldt niet voor de vakken publiekrecht en privaatrecht meao.

7 De bevoegdheid geldt niet voor de vakken publiekrecht en privaatrecht in het meao (p. verkoopbevordering.

1. Theorie en methoden van de aktiviteitenbegeleiding

2. Theorie en methoden van cultureel werk

3. Theorie en methoden van (semi-) residentieel werk

4. Theorie en methoden van arbeidszaken/personeelswerk

5. Theorie en methoden van sociale dienstverlening

6. Theorie en methoden van sport en bewegen.

7. Theorie en methoden van de verzorging.

1 Door het besluit van 22 augustus 1962 werd het voor hen die zich wilden specialiseren op het gebied van de waterzuivering mogelijk om de vakken „wiskunde” en landmeetkunde (eerste gedeelte) uit het kandidaats-A programma te vervangen door organische scheikunde (eerste gedeelte) en colloïdchemie. In het kandidaats-B programma verviel dan o.a. landmeetkunde (tweede gedeelte) en werd o.a. opgenomen organische scheikunde (tweede gedeelte). Daaruit volgt: wiskunde heeft slechts deel uitgemaakt van het examen als dat vak met die naam (d.w.z. náást het vak „wiskundige verwerking van waarnemingsuitkomsten”) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen; scheikunde heeft deel uitgemaakt van het kandidaatsexamen indien organische scheikunde en colloïdchemie deel hebben uitgemaakt van het kandidaatsexamen.

2 Mits tenminste drie onderdelen van de wiskunde deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: wiskundige statistiek (niet: toegepaste statistiek), optimaliseringstechnieken, praktische functietheorie, integraaltransformaties en randwaardeproblemen, differentiaalvergelijkingen. De toepassingsgebieden informatica en landmeetkunde gelden hierbij niet als „onderdelen van de wiskunde” die mede in beschouwing kunnen worden genomen.

3 Mits tenminste drie onderdelen van de scheikunde deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: organische chemie, fysische chemie, colloïdchemie, biochemie.

4 Mits tenminste drie onderdelen van de biologie deel hebben uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen). Als zulke onderdelen gelden o.a.: microbiologie, vegetatiekunde, plantenfysiologie, plantensystematiek en -geografie (één vak), oecologie, dierfysiologie.

5 Mits staathuishoudkunde/(algemene) economie deel heeft uitgemaakt van het eigenlijke kandidaatsexamen (dus niet: propedeutisch examen).

(Voorzijde)

(Achterzijde)

De vakken waarvoor ingevolge artikel 15a van de Regeling bewijzen van bekwaamheid OWVO de onderwijsbevoegdheid geldt, zijn 2)