Ministeriële regeling · BWBR0003785

Spaarregeling gemoedsbezwaarden ex artikel 48 AOW

Wijzigingen Officiële bron
Spaarregeling gemoedsbezwaardenSpaarregeling gemoedsbezwaarden ex artikel 48 AOWDe staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf en de staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 48, eerste en zevende lid, van de Algemene Ouderdomswet;

Besluiten:

's-Gravenhage23 april 1985De staatssecretaris voornoemd, L. deGraaf's-Gravenhage, 24 april 1985De staatssecretaris van Financiën, H. E.Koning

De Rijksbelastingdienst verstrekt aan de Sociale verzekeringsbank op haar verzoek een opgave van het bedrag, dat ingevolge artikel 65, eerste en derde lid, in samenhang met de artikelen 58 en 60, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen van een gemoedsbezwaarde aan verhoogde belasting is geheven.

Na ontvangst van de in artikel 1 bedoelde opgave berekent de Sociale verzekeringsbank per gemoedsbezwaarde het bedrag, dat van deze ingevolge artikel 65, eerste en derde lid, in samenhang met de artikelen 58 en 60, eerste en tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen aan verhoogde belasting is geheven. De Sociale Verzekeringsbank boekt dit bedrag op een per gemoedsbezwaarde aan te leggen spaarrekening. Indien van een echtpaar aan beide echtgenoten een ontheffing als bedoeld in artikel 64 van de Wet financiering sociale verzekeringen, is verleend, wordt, in afwijking van de vorige volzin, het bedrag geboekt op een voor hen gezamenlijk aan te leggen spaarrekening.

Op de spaarrekening tekent de Sociale verzekeringsbank tevens aan het bedrag, dat de gemoedsbezwaarde in het totaal aan uitkering, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft genoten.

Voor de toepassing van artikel 48, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, wordt, indien op grond van artikel 3 en 5 een bedrag op een andere spaarrekening wordt overgeboekt, dat overgeboekte bedrag geacht te zijn geheven van degene, op de spaarrekening van wie dat bedrag is overgeboekt.

De beschikking van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de staatssecretaris van Financiën van 2 juli 1962, nr. 3492, Stcrt. 1962, 135, wordt ingetrokken.

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 1 april 1985.