U bekijkt een oudere versie van dit document, geldig op 17-10-2007.

Wet · BWBR0003818

Diergeneesmiddelenwet

Wijzigingen Officiële bron
Wet van 27 juni 1985, houdende regelen met betrekking tot diergeneesmiddelen DiergeneesmiddelenwetWij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen met betrekking tot diergeneesmiddelen en daarbij tevens regelen te stellen met betrekking tot smetstoffen die ziekten bij dieren kunnen veroorzaken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage 27 juni 1985 Beatrix De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, A. Ploeg De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, J. P. van der Reijden de vijfentwintigste juli 1985 De Minister van Justitie a.i., L. C. Brinkman

Diergeneesmiddelen worden behoudens het bepaalde in artikel 5 geregistreerd indien:

Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur bepalen, dat door hem aangewezen substanties, waarvan het gebruik als diergeneesmiddel in het belang van de volksgezondheid ongewenst is, niet in aanmerking komen voor registratie.

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, een registratie geheel of gedeeltelijk schorsen voor een tijdvak van ten hoogste zes maanden, indien:

Een partij wordt slechts goedgekeurd, indien:

Het als diergeneesmiddel aanbevelen of aanprijzen van een niet ingevolge deze wet geregistreerd diergeneesmiddel, dan wel het aanbevelen of aanprijzen van enige toepassing van een diergeneesmiddel in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde, is verboden.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, voor zover het belang van de gezondheid van de mens, dieren of planten dan wel het belang van het milieu zich daartegen niet verzet, worden bepaald, dat het verbod van artikel 21 niet of slechts gedeeltelijk van toepassing is ten aanzien van bij of krachtens die maatregel aangewezen diergeneesmiddelen, niet zijnde sera, entstoffen of biologische diagnostica.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot het bereiden, het bewaren, het vervoeren en het vernietigen van smetstoffen, het voorkomen van verspreiding daarvan, alsmede met betrekking tot het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens omtrent smetstoffen.

De krachtens deze wet vastgestelde regelen van algemene aard, met uitzondering van die, bedoeld in artikel 6, derde lid, worden, voor zover zij niet zijn vervat in een algemene maatregel van bestuur, bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant.

Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Vervallen

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap vastgestelde verplichtingen inzake onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, regelen worden gesteld waarbij kan worden afgeweken van de bepalingen van deze wet.

Vervallen

De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner.

Vervallen

Vervallen

Zolang artikel 1 van het bij Koninklijke Boodschap van 26 oktober 1982 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangeboden voorstel voor een Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde (nr. 17 646) nog geen kracht van wet heeft gekregen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder "dierenarts": degene die ingevolge de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunst (Stb. 1954, 372) tot de uitoefening der diergeneeskunde is toegelaten en van dat recht daadwerkelijk gebruik maakt.

Deze wet is niet van toepassing op substanties voor zover daaromtrent regelen zijn of worden gesteld bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.