Ministeriële regeling · BWBR0003972
Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden bloembollen
Gelet op de artikelen 6, eerste en derde lid en 13, derde lid van het Landbouwkwaliteitsbesluit Bloembollen (Stb. 1980, 632);
Gehoord het Produktschap voor Siergewassen, de Stichting Bloembollenkeuringsdienst en het Landbouwschap;
Besluit:
's-Gravenhage20 mei 1986 De staatssecretaris van Landbouw en Visserij,Voor deze, De secretaris-generaal, G. J. vanDinterIn deze regeling wordt verstaan onder: :
'besluit'Landbouwkwaliteitsbesluit Bloembollen (Stb. 1980, 632);
Het produktschap is bevoegd bij verordening de nadere regelen te stellen als bedoeld in artikel 2, eerste en vierde lid en artikel 5 van het besluit.
Het Produktschap is bevoegd vrijstelling en op aanvrage, ontheffing te verlenen van het bepaalde krachtens de artikelen 2, tweede en derde lid, 5 en 8, tweede lid van het besluit.
Besluiten tot het verlenen van vrijstelling, als bedoeld in artikel 3, alsmede nadere voorschriften vastgesteld krachtens verordening, bedoeld in artikel 2, behoeven de goedkeuring van de directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Van besluiten tot het verlenen van ontheffingen als bedoeld in artikel 3 wordt mededeling gedaan aan genoemde directeur-generaal.
De Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften (iris) (Stcrt. 1981, 136) wordt ingetrokken.
De Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften (tulp) (Stcrt. 1982, 146) wordt ingetrokken.
Het besluit van de staatssecretaris van Landbouw en Visserij van 19 juni 1984, nr. J 3514 (Stcrt. 122) tot vrijstelling van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften bloembollen (iris) alsmede van het bepaalde in artikel 7, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitsbeschikking nadere voorschriften bloembollen (tulp) wordt ingetrokken.
Deze regeling wordt aangehaald als Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden bloembollen.
Zij treedt in werking met ingang van 1 juni 1986.