Ministeriële regeling · BWBR0003975

Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsen

Wijzigingen Officiële bron
Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsenRegeling typekeuring geluidproduktie bromfietsenDe minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de minister van Economische Zaken;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 9 van het Besluit geluidproduktie bromfietsen (Stb. 1985, 473);

Besluiten:

Leidschendam26 mei 1986De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.WinsemiusDe staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. F.ScherpenhuizenDe minister van Economische Zaken, G. M. V. vanAardenne

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

Vervallen

De keuring, bedoeld in artikel 2, onder a, van het Besluit geluidproduktie bromfietsen wordt verricht aan de hand van de voorschriften, vervat in Richtlijn 97/24, op basis van de in bijlage I van hoofdstuk 9 in die richtlijn genoemde grenswaarden.

De keuring, bedoeld in artikel 2, onder a, en de keuring die buiten het onder a bedoelde kader heeft plaatsgehad, bedoeld in artikel 2, onder b, van het Besluit geluidproduktie bromfietsen, mogen tot 17 juni 1999 worden verricht aan de hand van de voorschriften vervat in richtlijn 87/56.

Ten aanzien van het vervaardigen, invoeren, in voorraad hebben, te koop aanbieden, afleveren of vervoeren houdt een goedkeuring als bedoeld in artikel 2a van het Besluit geluidproduktie bromfietsen, waaraan de voorschriften van richtlijn 87/56 ten grondslag hebben gelegen, met ingang van 18 december 2000 op te gelden.

Een verzoek om goedkeuring als bedoeld in artikel 2, onder b, van het Besluit geluidproduktie bromfietsen, wordt ingediend bij de Dienst Wegverkeer te Zoetermeer.

Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsen.

In deze voorschriften wordt verstaan onder:

bromfietscategorie I:

een bromfiets geconstrueerd voor een snelheid hoger dan 25 km per uur,

bromfietscategorie II:

een bromfiets geconstrueerd voor een snelheid niet hoger dan 25 km per uur.

De geluidsniveaus van de onder 1 bedoelde bromfietsen, gemeten overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige voorschriften, mogen bij de typekeuring de volgende grenswaarden in dB(A) niet overschrijden:

Voor de geluidsmetingen bij de typekeuring wordt gebruik gemaakt van een meetinstrument dat voldoet aan de voorschriften voor type 1 als omschreven in de IEC-publikatie 651, eerste editie, 1979.

Het meetinstrument dient tijdens de metingen zodanig te zijn ingesteld, dat de integratietijd overeenkomt met die van RMS-fast (F) volgens de IEC-publikatie genoemd in punt 3.1.

Aan het begin en einde van iedere serie metingen wordt de geluidniveaumeter volgens de aanwijzingen van de fabrikant gecontroleerd met behulp van een geschikte geluidbron. Indien bij de controle vóór en na de meetserie afwijkingen van meer dan 1 dB worden geconstateerd, is die meetserie ongeldig.

Tijdens de metingen moet het A-gewogen geluidsniveau van andere geluidsbronnen dan die van de beproefde bromfiets, waaronder die ten gevolge van de wind, minstens 10 dB lager zijn dan het door de bromfiets geproduceerde geluidsniveau. Dit wordt gecontroleerd door de vaststelling van het achtergrondgeluidsniveau voor en na de meting. De microfoon mag worden voorzien van een geschikte windkap, mits rekening wordt gehouden met de invloed daarvan op de gevoeligheid en de richtkarakteristieken van de microfoon.

Het proefterrein moet bestaan uit een parcours dat is omgeven door een nagenoeg vlak terrein. Het proefparcours moet nagenoeg waterpas zijn en de rijbaan droog, terwijl deze zodanig moet zijn aangelegd dat bij het rijden de banden weinig geluid maken.

Het proefterrein mag tussen de geluidsbron en de microfoon tot 1dB afwijken van de voor een vrij geluidveld geldende voorwaarden. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan, wanneer zich binnen een straal van 50 m rond het middelpunt van het proefparcours geen grote geluidreflecterende vlakken bevinden, zoals omheiningen, rotsen, bruggen of gebouwen. De bodem van het terrein moet binnen een straal van ten minste 10 m rond het middelpunt van het parcours bestaan uit hard materiaal, zoals beton, asfalt of iedere andere materiaalsoort met gelijkwaardige geluideigenschappen.

Het oppervlak mag niet bedekt zijn met poedersneeuw, hoog gras, mulle grond of as. Er mag zich geen enkel obstakel in de buurt van de microfoon bevinden, dat het geluidveld kan beïnvloeden, en er mag zich niemand tussen de microfoon en de geluidbron opstellen.

De persoon die de meetapparatuur afleest moet zich zodanig opstellen dat hij op geen enkele wijze afwijkingen in de aanwijzing van het meetapparaat veroorzaakt.

De meting geschiedt in een omgeving zonder storende reflecties. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan wanneer zich binnen een straal van twee meter van de microfoon geen voor de metingen niet noodzakelijke personen of voorwerpen bevinden. De bromfiets moet staan op een bodem die uit hard materiaal bestaat, zoals beton, asfalt of tegels.

De bromfiets moet zich voor de metingen bevinden in bedrijfsklare toestand.

Voor de metingen aan de rijdende bromfiets gelden de volgende bepalingen:

Voor de metingen aan de stilstaande bromfiets gelden de volgende bepalingen:

Als meetwaarden worden beschouwd de hoogste afgelezen waarden verminderd met 1 dB. overeenkomstig de punten 6.1.6. en 6.2.4.